artikel

Formule voegt niets toe aan mijn zaak

Horeca

Baas blijven in eigen huis en toch voordelen halen uit een samenwerking. Dat beoogt de Alliantie Fast Dining Bedrijven, het formuleloze samenwerkingsverband dat in september 2001 is opgericht. Cafetariahouder Syl Lammers uit De Klomp is voorzitter van deze coöperatieve vereniging. ‘Een formule voegt niets toe aan mijn zaak’, vertelt hij. ‘De alliantie wel.

Formule voegt niets toe aan mijn zaak

Cafetaria ’t Pakhuis ligt op een strategisch sterke plaats in De Klomp, direct aan de doorgaande weg van Veenendaal naar Ede. De locatie en de aard van de zaak lenen zich volgens Lammers niet voor franchise. ‘Ik zie voor mijn zaak de meerwaarde er niet van in’, vertelt hij. ‘Ik heb met mijn bedrijf goodwill opgebouwd, waarom zou ik er dan een bord boven hangen met een andere naam. Ik wil als ondernemer zelfstandig blijven.’ Toch wilde Lammers wel profiteren van de voordelen die in een samenwerkingsverband zitten. ‘De eerste gedachte van de alliantie was het uitwisselen van kennis’, vertelt hij. ‘Inmiddels is het takenpakket behoorlijk uitgebreid. Leden kunnen voordelen halen uit gezamenlijke inkoop van producten, beveiliging, verzekeringen en van scholing voor medewerkers. Doordat er geen organisatie tussen zit kunnen we vaak betere prijzen weghalen dan de ketens.

Door scholing kun je je personeel meer perspectief bieden. Werkzaamheden als administratie en promotionele activiteiten hoef je niet uit handen geven. Dat kan het daarvoor opgeleide personeel ook.’ Tijdens de oprichting van de alliantie is bewust gekozen om dit te gieten in de vorm van een coöperatie. ‘De leden zijn daardoor niet aansprakelijk en bovendien mag een coöperatie geld verdienen. Als er winst wordt gemaakt door de coöperatie kunnen de leden die of in de organisatie steken of kiezen voor een winstdeling. Besluitvorming komt vanonder af. De leden zitten nergens aan vast en mogen zelf kiezen uit het aanbod van de alliantie. De leden mogen ook gerust aangesloten zijn bij een keten. Het bijt elkaar niet.’

In principe kan iedere eigenaar van een cafetaria, lunchroom of ander fastfoodachtig bedrijf lid worden. ‘In principe, want de ondernemer moet wel qua bedrijfstype een beetje bij ons passen. Kwaliteit speelt daarbij een belangrijke rol. De grootte van het betreffende bedrijf is niet van belang, wel het ondernemerschap. De startinleg bedraagt 500 euro en de contributie is 250 euro per jaar. Het inlegbedrag krijgt het lid weer terug als hij uit de coöperatie stapt. Nu hebben we elf leden en 40 aspirant-leden. We willen in 2002 met maximaal 1 nieuw lid per maand groeien.’Er kleven ook nadelen aan de alliantie. Lammers: ‘We kunnen gezien worden als een vriendenclub. Ook bestaat de mogelijkheid dat de leden door een groothandel of fabrikant tegen elkaar worden uitgespeeld. Daarom sluiten we ook geen vaste afnamecontracten af.’Lammers overwoog eenmaal om zich aan te sluiten bij een formule. ‘Dat was bij de opstart Bestaria, omdat ik bij dezelfde groothandel was aangesloten. Ik zocht vooral naar het uitwisselen van kennis met collega’s.

De aarzeling was van korte duur. Volgens mij heb je als cafetariaondernemer maar twee keuzes: zelfstandig of hardfranchise. Softfranchise is geen keuze, daarmee beperk je alleen je bewegingsvrijheid als ondernemer.’ Samenwerkingsverband Kwalitaria staat volgens Lammers behoorlijk dicht bij de meeste leden van de alliantie. ‘Maar toch misten we iets bij die formule. Wij willen meer dan Kwalitaria haar leden biedt. Als echter over tien jaar Kwalitaria binnen de fastfoodwereld een status heeft vergelijkbaar met DA in de drogisterijbranche, zou ik daar absoluut geen moeite mee hebben. Dat prefereer ik boven een keten die door een groothandel wordt geleid.’