artikel

Frituurpolitie

Horeca

De Consumentenbond wil een wettelijk verbod op hard frituurvet in de horeca. De discussie laait weer eens op. Ik geloof niet in een wettelijk verbod en ben er dus geen voorstander van.

Frituurpolitie

Het is een vorm van betutteling. Een verbod is daarnaast een glijdende schaal. Is de volgende stap de hoeveelheid zout over de frites of de suiker in de mayonaise? Moet daarvoor ook een wetsartikel bedacht worden?

Geen verbod op hard vet betekent niet dat snackbarhouders niet hun verantwoordelijkheid moeten nemen. Ook zij zijn verantwoordelijk voor hun gasten en wat hen wordt voorgezet. De echte verantwoordelijkheid ligt echter bij de gast zelf. En laat die nu meer dan ooit zijn verantwoordelijkheid nemen. Simpel verwijs ik naar de stapel marktonderzoeken die in de loop der jaren mijn bureau zijn gepasseerd. De gast komt langs om zich te laten verwennen (een gehaktballetjes met saté, niks mis mee), voor het gemak (geen zin om te koken) maar ook steeds vaker voor een gezonde(re) hap. Vloeibaar frituurvet is van dat laatste een uiting. De snackbarhouder die vloeibaar frituurt, doet eigenlijk niets anders dan luisteren naar zijn klant. Daar heeft hij dus geen wet voor nodig. Bovendien, iedere wet moet gehandhaafd kunnen worden.

Angstvisioenen krijg ik van de frituurpolitie. Dat moeten we niet willen. Echt niet.

Peter Garstenveld, hoofdredacteur Snackkoerier

peter.garstenveld@reedbusiness.nl

Andere columns van Peter Garstenveld: