artikel

Geen lunchcultuur

Horeca

Maandag. Lunchtijd. Amsterdam. Ik kom van het Amstel-hotel en rijd mijn auto de parkeergarage onder het restaurant in. Ik zal er gratis parkeren, zo blijkt later. Gratis parkeren? Ja, gratis parkeren. Binnen de ring. In Amsterdam. Het kan

Geen lunchcultuur

Buitenom loop ik naar de ingang. Een bordje bij de deur. Deze week is er al twee keer een tas gestolen van een gast. Of we daar extra alert op willen zijn. Eerlijke service, ik merk dat ik het waardeer. ‘Of we gereserveerd hebben?’ ‘Gereserveerd? Maandagmiddag? Begin februari? Nee, natuurlijk niet.’

Er blijkt nog een plekje vacant in de voormalige Renault-garage. De bediening loopt mee en zet mij en mijn tafelgenote aan een tafeltje. 240 zitplaatsen en langzaam loopt het bomvol. Nogmaals, het is maandagmiddag, begin februari. De kaart is simpel, straight en eerlijk. Veel gerechten circuleren rond de €10, tot €15,-, een schappelijke prijs voor een broodje of lunchgerecht. De bediening is geroutineerd, niet routineus. De doelgroep is de financiële wereld. We zitten namelijk in restaurant Dauphine, pal onder de redactieburelen van het Financiële Dagblad.

Mijn tafelgenote doet nog snel een telefonisch interview. Niemand die zich eraan stoort. Lunchen, netwerken en werken lopen hier naadloos in elkaar over. Ik kijk rond. Ik denk aan een opmerking die ik laatst hoorde: in Nederland zijn de supermarkten gemiddeld goedkoper dan in de rest van Europa, de horeca daarentegen is weer relatief duurder. Het gat met de supermarkt is daardoor te groot. De horeca prijst zich uit de markt. Dauphine doet dat zeker niet of heeft die boodschap begrepen en gaat voor een acceptabel prijsniveau. €25,25 rekenen we af voor een lunch voor twee personen.

Als we naar buiten gaan, kijk ik nog een keer om naar het volle restaurant. Ik weet dat het in de zomer nog drukker is. Dan is ook het terras volledig bezet. Terwijl ik de deur achter me dichttrek, denk ik aan wat ik hoorde op de redactie. Een redacteur verzuchtte daar eens tegen mij: ‘Nederland heeft nu eenmaal geen lunchcultuur. Dat is het probleem.’ Is dat zo? Of willen we het niet hebben? Dauphine is echt niet een unieke locatie of plek. Iedere grotere stad in Nederland kan zo’n zaak aan. Geen poeha, wel een behoorlijk niveau en fatsoenlijk eten. Niet te pretentieus, laagdrempelig. Gewoon vol, op maandag, tijdens de lunch, begin februari. En dat in crisistijd.

Terwijl ik het opschrijf denk ik aan alle ‘ja, maars’ die de column zal oproepen. Ja maar, het is in Amsterdam. Ja maar, het is dicht bij een zakencentrum. Ja maar, ze kunnen het hebben, ze hebben de ruimte voor 240 gasten.

Ik moet ineens weer denken aan John, de manager uit de reclame voor Cup-a-soup. ‘Succes is een keuze’, hield hij zich blijmoedig voor.

Peter Garstenveld

Eerder verschenen: