artikel

Geen wijn in het ziekenhuisbed

Horeca

Wijn in het ziekenhuisbed blijft voorlopig uit den boze. Dat bleek tijdens het symposium ‘Wijn in de instellingswereld’, dat op 29 januari jl. plaatsvond tijdens de BBB in Maastricht. Het symposium gaf de wijninkopers van instellingen onder meer inzicht in de valkuilen en mogelijkheden bij het op grote schaal inslaan van wijn.

Geen wijn in het ziekenhuisbed

Een reclamespotje, waarin een gedetineerde tijdens het eten om de wijnkaart vraagt, was volgens productmanager Robért Rose van de BBB de feitelijke aanleiding voor het symposium ‘Wijn in de instellingswereld’.
Psychiater Alexander Korzec van het Amsterdamse Sint Lucas Andreas ziekenhuis liet zich ontvallen dat wijn voor ziekenhuispatiënten voorlopig een utopie zal blijven. ‘Wijn in het ziekenhuis is een gevoelig onderwerp. Patiënten en alcohol horen niet bij elkaar. Dat komt denk ik vooral voort uit de wetenschap dat 10 tot 20 procent van alle ziekenhuisopnamen direct of indirect verband houden met alcoholgebruik. Leveraandoeningen, maar ook ongevallen en vechtpartijen zijn vaak toe te schrijven aan drank. Daarom heerst in de ziekenhuizen een strenge policy om alcoholgebruik tegen te gaan.’
Korzec geeft toe dat dat in een aantal gevallen eigenlijk toch heel vreemd is. ‘Als iemand in het ziekenhuis ligt met een gebroken heup of schouder, dan is het natuurlijk helemaal niet gek dat zo iemand ‘s avonds een wijntje bij het eten wil. Geen enkele medische noodzaak om sinaasappelsap bij het eten te serveren. Maar op de een of andere wijze ligt er nog een taboe op wijn in het ziekenhuis.De hotelfunctie van ziekenhuizen neemt toe, maar drank hoort daar voorlopig nog niet bij.’

Alcoholcontrole
Dat wil volgens Korzec overigens niet zeggen dat er nooit een kistje wijn het ziekenhuis in wordt gedragen. ‘Integendeel. Artsen en medewerkers drinken graag een glaasje wijn. En denk vooral niet dat ze dat alleen thuis doen. Om heel eerlijk te zijn: volgens mij zou een alcoholcontrole in het ziekenhuis zo af en toe geen kwaad kunnen. Ik zelf zou na een uur of vijf ‘s middags in ieder geval voor de zekerheid niet meer geopereerd willen worden.’
Alexander Korzec presenteerde in het MECC de resultaten van zijn onderzoek naar het effect van een matig alcoholgebruik op de gezondheid. ‘Bekend was natuurlijk al dat een glaasje wijn per dag absoluut gezond is. Maar wij hebben nu ook mensen onderzocht die wat meer drinken, bij voorbeeld uit hoofde van hun functie. Sommige mensen kunnen er niet omheen een halve of soms zelfs hele fles wijn per dag te drinken. En ook dat hoeft helemaal niet schadelijk te zijn. Als je je maar aan een aantal spelregels houdt. Niet te vet eten, niet roken, regelmatig bloeddruk meten en een gelijkelijke verdeling van de alcohol over de week.’

Hart en bloedvaten
Als een matig alcoholgebruik ronduit goed is voor hart en bloedvaten, dan zou je ook voorzichtig kunnen opperen dat patiënten die herstellende zijn van een cardiologische behandeling, baat kunnen hebben bij een glaasje wijn bij het eten. Discussieleider Jan van Lissum legde de suggestie voor aan Korzec. ‘Daar zit zeker wat in’, gaf deze toe. ‘Persoonlijk denk ik zelfs dat het in sommige gevallen heel wenselijk zou zijn, maar het probleem is dat de meeste mensen wijn niet als een geneesmiddel kunnen beschouwen. Bij één glaasje wijn blijft het meestal niet, en dan is de schade al snel groter dan de winst. Een aspririentje heeft feitelijk hetzelfde effect als een glas wijn en dan komen artsen toch tien keer liever met een aspirientje aanzetten dan met een wijntje. Al was het alleen maar om te voorkomen dat de patiënt om meer vraagt. Bij een aspirientje doe je dat niet zo snel.’
Naast ziekenhuizen zijn er natuurlijk diverse andere instellingen waar wel regelmatig wijn op tafel komt. Verzorgings- en verpleeghuizen bijvoorbeeld, heffen meer en meer hun alcohol-aversie op om hun bewoners het (soms laatste restantje) leven zo aangenaam mogelijk te maken. Wijn bij het eten mag in het verzorgingshuis, en dat brengt de nodige logistieke problemen met zich mee, zo bleek tijdens het symposium.

Constante kwaliteit
Frank Smulders, Master of Wine en grootinkoper, gaf aan dat het probleem vooral zit in het vinden van een constante kwaliteit wijn. ‘In Europa zijn geen hele grote wijnboeren te vinden. Een eigenaar heeft maximaal één hectare wijngebied in bezit. Voor grote partijen wijn, en dan heb ik het over honderden flessen tegelijk, zijn deze wijnboeren dus te klein. Een grootinkoper is dan al snel aangewezen op coöperaties, die massawijnen produceren. Op zich is daar niets mis mee, maar het gaat wel ten koste van je flexibiliteit. Bij een kleine wijnboer kun je nog wel eens een flesje of tien bijbestellen. Bij een coöperatie gaat dat niet. ‘Bovendien betekent het inkopen bij een coöperatie niet per definitie dat de kwaliteit constant is. Ieder vat of iedere tank wijn heeft zijn eigen condities, waardoor het pertinent onmogelijk is om honderd of meer flessen wijn van dezelfde kwaliteit in huis te halen. Met name in een instelling kan dat wel eens verbazing of zelfs verontwaardiging opleveren. Maar het is nu eenmaal niet anders. Daar moet de inkoper zich heel goed van bewust zijn.’
Smulders eindigde met de opmerking dat eenpersoonsflesjes wijn weliswaar heel praktisch zijn, maar dat de kwaliteit vaak te wensen overlaat en dat de bewaarcondities doorgaans niet al te best zijn.