artikel

Glazen vol bierliefde

Horeca

Verstopt tussen akkers vol maïs en grazige weilanden bevindt zich in het Achterhoekse Lievelde museumboerderij Erve Kots. Sinds drie jaar stroomt het hier gebouwen Bokse bier uit de kraan. Bij de koperen ketel in het proeflokaal dronk en beoordeelde een internationaal gezelschap van brouwers elkaars bier. ‘Ik proef liefde in dit glas.

Glazen vol bierliefde

Het is een wat vreemde naam. Geeft Ben Weenink zelf ook toe. Erve Kots. Maar ja, op het terrein van de huidige museumboerderij woonden ooit de twee vrijgezelle broers Kots. Ze stierven kinderloos. Een neef, Weenink’s grootvader, behoorde tot de erven Kots en maakte in 1936 van beide boerderijen een openluchtmuseum.

Inmiddels is de derde generatie Weenink eigenaar van het bedrijf, waarvan de in 1960 geopende herberg een geliefde locatie is voor feesten en partijen, en faam geniet vanwege de smakelijke pannenkoeken. Drie jaar geleden opende een professionele huisbrouwerij. Naast het ongefilterde Bokse Bier komt er ook een helder pils uit de ketels, Prins Frederik Hendrik. De ‘stedendwinger’ die in 1627 Grol, het huidige Groenlo, op de Spanjaarden wist te veroveren. Als het ‘indrinkbier’ is geserveerd, wijst Weenink op een groot informatiebord, zo’n twintig meter van het terras. Op de maïsakker bevond zich eeuwen geleden het tentenkamp van de prins.

Droge ploffen
Het Rondje Bier moet eigenlijk nog beginnen, maar het internationale gezelschap – een Duitser, een Belg en vier Nederlanders – begint vrijwel meteen de smaak van het pilsje te analyseren. ‘Makkelijk drinkbaar.’ ‘Lekker bittertje.’ ‘Heerlijk bier.’ De toon is gezet als de proevers op aandringen van voorzitter Dick Wildeman het zonnige terras verruilen voor de tafel in het proeflokaal.

Even later klinken er twee droge ploffen als Peter Kleine de literflessen Weizenbier ontdoet van hun beugelsluiting. De Duitse eigenaar van het niet ver van Lievelde gelegen Vredener Brauhaus in Vreden weet te vertellen dat weizenbier aan populariteit wint in zijn land. Voor hem reden om naast een ‘hell’ en ‘dunkel’ bier ook standaard een troebel tarwebier te brouwen. Al snel blijkt dat een Duitse weizen (weizen betekent tarwe) onvergelijkbaar is met een Belgisch witbier.

Frans Schamp, de brouwmeester van Brouwerij Maasland in Oss, prijst het bier van zijn Duitse collega. ‘Het ruikt wat minder fris dan een Belgisch witbier. Een tikje weeïg. Dit bier bevat veel gist. Dat typeert zowel de geur als de smaak die ik mooi vol en rond vind.’ Peter Kleine zegt in het eigen Brauhaus het bier kouder te serveren dan nu het geval is, en zelfs de glazen te koelen. De smaak is hierdoor frisser.

De Belgische brouwer van het Urthel bier, Hildegard van Ostaden, is net terug van een paar dagen Frankrijk. ‘Misschien is het daarom wel dat ik een beetje camembert ruik. Het bier mag voor mij iets zuurder zijn. Dan wordt het ook frisser. Het is qua smaak heel zacht met weinig saturisatie.’

Spelt
Tijd voor Johan Drenth om in de benen te komen. De chef-kok van restaurant De Zon in Ommen is sinds een paar jaar samen met Henk Smit, eigenaar van café Flater in dezelfde plaats, mede-eigenaar van Brouwerij De Pauw. Beiden waren verwoed amateur-brouwer tot ze vier jaar geleden besloten de schuur achter het huis te verruilen voor een ‘echte’ brouwerij. In de vrije uren die beiden rest naast de vaste werkzaamheden brouwen ze er bier.

Terwijl Drenth de glazen volschenkt, vertelt hij dat in het Pauw witbier spelt is verwerkt. Een soort oergraan dat sinds een paar jaar weer wordt verbouwd in de omgeving van Ommen. ‘Spelt geeft een bepaalde verzuring aan het bier, maar door er koriander aan toe te voegen hef je dat iets op.’ ‘
Ik hoor hier een kok spreken’, merkt Dick Wildeman op. Annelies Fleerakkers, brouwer van de Stadsbrouwerij Oudaen in Utrecht, zegt een beetje te schrikken van de citrusgeur die boven het bier hangt. Het gevolg van het sinaasappelaroma dat Drenth kort voor het bottelen aan het bier toevoegt. ‘Waarom gebruik je geen echte schillen?’, wil Hildegard van Ostaden weten. ‘Dat heb ik twee keer gedaan, en twee keer ging het mis’, zegt Drenth. Ben Weenink ondertussen prijst het bier als ‘een prima dorstlesser.’

Verfrissend pintje
Hoewel iedere uitgenodigde brouwer vrij was in de keuze welk bier hij of zij mee wilde nemen, verschijnt met de Oude Daen toevallig wel het derde tarwebier op tafel. Het bier is troebel, maar heeft door toevoeging van pilsmout geen typische witbiersmaak. Hildegard van Ostaden kan het bier van haar vrouwelijke collega wel waarderen. In sappig Vlaams zegt ze: ‘Heel kruidig van geur en smaak. Er blijft een soort pittigheid op de tong hangen waardoor het niet echt zacht van smaak is. Een heel verfrissend pintje.’ De Oude Daen is al door diverse voorgangers van Annelies Fleerakkers gebrouwen. Toch valt haar hand in de smaak te herkennen. ‘Ik vind hem zelf iets voller van smaak geworden.’

Dat bier een ambachtelijk product is, blijkt maar weer eens als de flessen Bokse bier opengaan. Van de ongefilterde versie van het Prins Frederik Hendrik Pils worden twee versies geserveerd. De standaardvariant en een eenmalig ‘brouwsel’. Gemaakt nadat er per abuis een verkeerde lading (weizen)mout bij de brouwerij was afgeleverd. ‘Weggooien was zonde’, zegt de uit Duitsland afkomstige brouwer Bernd Erasme. Johan Drenth vindt het een mooi bier. ‘Zoetig, maar met karakter.’

Om te kunnen vergelijken komt ook het reguliere Bokse op tafel. ‘Dit is dus wat de pilsdrinker mist’, merkt Frans Schamp op. ‘Je haalt zoveel smaak uit het bier als je filtert.’ Johan Drenth is alweer lovend. ‘Dit is super. Ik houd van een hoppig bier.’ Ben Weenink zegt het reguliere Bokse bier aanvankelijk geprobeerd te hebben als feestbier. ‘Maar dat was niks. Toestanden… Polonaises door de zaal, ‘Wij willen Grolsch!’ Maar sinds we het Prins Frederik Hendrik-pils schenken heb ik dat gelukkig niet meer gehoord.’

Prettig zuurtje
Nog twee bieren staan het proefpanel te wachten. De Schele Oss amber en de Urthel Tonicum Finiboldhus. Eerst de Maasland brouwerij in Oss. Brouwer Frans Schamp zegt dat de Schele Oss amber zowel ongefilterd als ongepasteuriseerd is. Collega Hildegard van Ostaden herkent in de geur rozijnen en moutaroma’s. Als ze de smaak wil omschrijven, aarzelt ze even en zegt: ‘ik ben niet gewoon om een bovengistend bier van 5,5 procent alcohol te drinken. Ik mis daarom wat volmondigheid.’ Van Annelies Fleerakkers krijgt Schamp te horen dat ‘zijn’ bier een prettig fruitzuurtje heeft dat de doordrinkbaarheid bevordert.

Hoewel pas minder dan een jaar op de markt, heeft Urthel al een grote naamsbekendheid verworven. Het door marketingman Bas van Ostaden bedachte concept over het dwergenvolk de Erthels, in combinatie met de brouwkunsten van echtgenote Hildegard, slaat aan. Om zich volledig op het brouwen te kunnen richten gaf ze haar baan als docent aan de brouwopleiding in Gent op. ‘Met pijn in het hart’, geeft ze toe.

Lekker eigenwijs
Met de Urthel amber heeft Hildegard van Ostaden naar eigen zeggen een ambachtelijk bier willen brouwen ‘dat voor iedereen genietbaar moest zijn, zonder concessies te doen aan de smaak’. ‘Ik heb veel ontwikkeling gedaan voor grote brouwerijen. En de bieren moeten steeds zoeter en minder bitter. Waarom is er geen lekker eigenwijs bier meer? Zo vroegen we ons af. En zo ontstond het idee om het zelf te gaan doen. Of dit het bier is dat ik altijd heb willen brouwen? Ja!’

Peter Kleine kijkt op het etiket. ‘Een bier van 7,5 procent gaat bij ons in Duitsland al in de richting van een ‘starkbier’. Wat voor mout zit erin?’ ‘Pilsener-, cara- en een beetje donkermout’, antwoordt Van Ostaden. Ze vervolgt: ‘Ons bier is heel simpel. Mout, water, gist, hop en een goede brouwer. Meer heb je niet nodig. Ik ben heel traditioneel op het gebied van brouwen. Je moet een eerlijk product neerzetten.’ Daar zijn de collega’s het mee eens. ‘Heel erg lekker’, zegt Annelies Fleerakkers bewonderend. Johan Drenth: ‘ik ben kok van beroep en doe het brouwen erbij. Als kok ben je altijd met je gerechten bezig. En dat heb ik ook met dit bier. Ik proef liefde in het glas.’ Hildegard reageert gevlijd. Jongen toch!