artikel

Grote jongens’ maken van scheepvaartkwartier nieuwe hotspot

Horeca

In het Rotterdamse Scheepvaartkwartier gebeurt het: drie oude pakhuizen zijn omgebouwd tot een bedrijvencomplex waarin kunst, winkelen en horeca samenkomen. En niet zomaar horeca: Dudok, De Engel en Leendert van Popering nemen het voortouw. Doel: het bezoekersaantal verdubbelen. ‘Dit wordt een topper’, voorspellen de ondernemers. Aan de projectontwikkelaar, die de touwtjes strak in handen heeft, zal het niet liggen.

Grote jongens’ maken van scheepvaartkwartier nieuwe hotspot

Wie via de Van Vollenhovenlaan het Westelijk Handelsterrein oploopt, waant zich in de 19e eeuw. Houten klapdeuren van diepe opslagruimten staan aan weerszijden uitnodigend open, de straat is geplaveid met ouderwetse kinderkopjes. Een glazen overkapping geeft het geheel een moderne uitstraling. Achter in het straatje leidt een stalen trap naar de benedenvloer waar opnieuw pakhuisdeuren wagenwijd open staan. Hier hangt een intieme sfeer. Die sfeer stamt nog regelrecht uit 1891.Mooie historische panden die als rijksmonument – wat ze nu ook blijven – geen opslagfunctie meer hebben omdat bedrijven vaak opslag bij huis hebben.

Projectontwikkelaar Inter Building zag er in 1998 brood in. Met een groeiende wijk van statige kantoren en dure nieuwbouwwoningen op een steenworp afstand, moet het Westelijk Handelsterrein een trendy uitgaanscentrum worden waar de niet onbemiddelde dertigplusser met plezier zijn tijd door kan brengen; van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Kunstgaleries, mooie winkels en hoogwaardige horeca moeten de truc doen.Het nieuwe complex bestaat uit twee pakhuizen, met 36 gerestaureerde ruimten verdeeld over twee lagen. Niet alle ruimten zijn al verhuurd. Toonaangevende bedrijven als Dudok, bekend van Brasserie Dudok in het centrum van Rotterdam en het pas geopende filiaal in Den Haag; en de vermaarDe Engel Groep, al tien jaar actief in de Rotterdamse scene, zijn uitgenodigd om deel te nemen aan het project.

Niet zomaar de eersten de besten. Renée Nolting van Inter Building wil dus niet iedereen in de bedrijfspanden hebben. ‘We zijn zeer selectief met het toelaten van huurders, dat moeten kwalitatief hoogstaande bedrijven zijn die aansluiten bij de doelgroep. We willen alles zelf in de hand houden. Daarom denken we mee met de ondernemers over de invulling van hun zaak. Wij zijn en blijven aanspreekpunt voor het project.’Kwaliteit binnenloodsen was nog niet makkelijk, meent Nolting: ‘We moesten onze visie wel heel duidelijk maken, het is moeilijk om door iets heen te kijken wat er twee jaar geleden nog helemaal niet was.’ Toch kreeg de projectontwikkelaar het complex voor ruim driekwart vol, deels op uitnodiging en voor het andere deel door bedrijven die zichzelf aanmeldden. Rond maart 2002 verwacht Nolting het complex officieel te openen, dan hebben de meeste ondernemers hun zaken ingericht.

Uitdaging
In de bovenlaag zijn vijf restaurants gevestigd, waarvan Leendert van Popering met zijn ‘Lage Landen Lekkernijen’ de pionier is. Op 25 mei 2001 opende hij al zijn deuren: ‘Ik was één van de snelste beslissers. Het is een uitdaging: leuk. Ondernemen is leuk. Mensen zeiden tegen me: je lijkt wel gek om in die zandhoop te beginnen. Maar het pakt je, je wordt verliefd. Ik hoefde eigenlijk geen derde zaak, maar Inter Building kwam met een goed verhaal. Sinds de opening draait het prima, ik geloof er helemaal in; dit wordt de hot spot van Rotterdam, landelijk bekend.’ Veel zaken hebben gewacht tot het eerste schaap over de dam was. Eigenaars Herman den Blijker en David Crouwel van De Engel zijn ook gevraagd. David Crouwel: ‘We waren wel voorzichtig; als er van de negen horecazaken twee slechte tussen zitten, kunnen die je naar beneden trekken. Ook is het gebouw niet doorzichtig. Van buiten zie je niet veel, daarvoor moet je door de passage gaan. We moesten zeker zijn dat het de moeite waard was.’ Ook De Engel was niet op zoek naar uitbreiding. ‘We zitten tussen twee projecten in, wilden wat vet op onze botten kweken voor de bouw van een hotel en uitbreiding in het Lloydskwartier.’

De Engel Holding start op het terrein een bar-restaurant met een vriendelijk geprijsde hapjeskaart.Voor De Engel gaf de komst van een conferentieruimte aan het eind van de bovenste laag de doorslag. Twee cellen zijn hier doorgebroken; de ruimte is geschikt voor feesten, conferenties en exposities tot 1000 personen. Iedere deelnemer aan het project mag deze ruimte huren en de catering verzorgen. Dudok aast hier ook op; de holding zat al met een kantoor in het bovenste pakhuis, had er zijn opslag en wilde al lange tijd iets doen met het complex. Bart van der Wel van Dudok Holding: ‘Ik heb Inter Building de tip gegeven om het pand te splitsen. Wij als horecaondernemers hebben de ervaring in huis, Inter Building kan het uitvoeren. De Rotterdamse horeca heeft behoefte aan meer grote ruimtes.’ David Crouwel: ‘Catering is een leuke uitbreiding van je business. Wij hebben al restaurants waar zeven of acht gangen worden geserveerd. Het mag allemaal wat gemoedelijker.’Naast deelname aan de catering opent Dudok een rotisserie en een dansruimte, ook in gemoedelijke stijl. ‘Veel couverts, weinig personeel’, zegt van der Wel over het restaurant.

Leven in de brouwerij
Andere deelnemers op de bovenste laag zijn de eigenaars van Land van Waas. Marc Knoet, Hans van Wijk en Edwin Korving waren al van plan om samen een zaak te beginnen en traden in contact met Inter Building. ‘Na onderhandelingen is dit het geworden: een tapasbar, restaurant en dancing’, zegt Marc Knoet, afkomstig van Pallieter. In de nieuwe zaak wenste hij meer leven in de brouwerij in de vorm van een een dancing. Ook deze ondernemers zijn geïnteresseerd in de conferentieruimte. Edwin Korving: ‘Dudok wilde de agenda gaan beheren, maar daar hebben wij met alle deelnemers een stokje voor gestoken. Ze zouden zichzelf naar voren kunnen trekken, daarom hebben we gevraagd of Inter Building de agenda bijhoudt. Inter Building werkt volgens het principe ‘wie het eerst komt, het eerst maalt’ met een optie van twee weken.

De conferentieruimte is al opgeleverd en er wordt druk gebruik van gemaakt. Nolting: ‘Tot nu toe hebben de huurders het alleenrecht om te huren, maar we krijgen volop vraag uit de rest van Rotterdam.’De ondernemers zijn dan ook niet bang voor een tekort aan klandizie. Een kwestie van mond-tot-mondreclame en mailings door de ‘grote jongens’, denkt Van der Wel.Concurrentie is ook niet iets waar de ondernemers van wakker liggen. Mark Knoet van Land van Waas: ‘We hebben allemaal ons eigen smoel, we vullen elkaar aan. De sfeer onderling is heel goed.’ Van Popering: ‘Dudok is oké, De Engel is oké, ze zijn allemaal oké, laat de mensen maar kiezen.’

Risico
Wat heeft dit project dat bijvoorbeeld het Entrepot-uitgaansgebied niet heeft? Het Entrepot-complex op Kop van Zuid, zo’n vijf jaar geleden aangepakt door makelaar WPM, beloofde hét nieuwe uitgaansgebied van Rotterdam te worden. Dat mislukte jammerlijk: horecaondernemers zijn vertrokken of lijden verlies. De horeca geeft de aannemer de schuld, anderen noemen als oorzaak slechte PR. Nolting van Inter Building zegt erover: ‘Het Entrepot is beheerd door een makelaar die vijfjarige contracten uitdeelt; het zal hen worst wezen wie die contracten vult, als ze hun quotage maar halen. Ik geef toe, het is verleidelijk om alles vol te stampen en je geld terug te halen, maar zo denken wij niet. Wij willen over tien jaar nog draaien, met een verzameling zaken die aansluiten bij de uitstraling van het project; niet voor niets staan er nog ruimten leeg. Ons hart zit erin, daar moet je voorzichtig mee zijn.’

De ondernemers onderschrijven het belang van de keuze van horeca. Bart van der Wel van Dudok: ‘Entrepot was een project zonder visie, een kwestie van vierkante meters verhuren aan de hoogste bieder. Ik zou niet blij zijn als er naast mij een discotent komt voor mannetjes met scooters en petjes. Voor De Engel geldt dat helemaal; je hebt een naam waar te maken. Het moet matchen met elkaar. Dat geldt ook voor de winkels. Zo zit er een reisburo naast ons; dat heeft ook niet van die Neckerman-lichtbakken. Dat zou niet gaan.’ Daarom stelt de projectontwikkelaar volgens Van der Wel wel de nodige regeltjes: ‘Inter Building fungeert als een soort huisbaas, maar zij lopen ook alle risico als het project niet werkt.’Alle ondernemers ondertekenden een contract waarin zij akkoord gaan met betrokkenheid van Inter Building als het gaat om bijvoorbeeld de zaak verkopen. ‘Om de continuïteit te bevorderen, moet hetzelfde soort zaken op die plek terugkomen. Dat managen wij’, aldus Nolting.

Sinds kort is er een huurdersvereniging die gezamenlijke belangen met de projectontwikkelaar bespreekt. Uit dit verband zijn de eerste gezamenlijke activiteiten ontstaan; een preuvenement dat begin volgend jaar plaatsvindt. Ook komt er ‘valet parking’, een parkeerservice voor gasten op een nabijgelegen parkeerplaats.De opeenhoping van horeca brengt ook kansen voor nieuwe ondernemers met zich mee. Zo vestigt zich op de bovenste laag een nieuwkomer, het vijfde restaurant in de rij; de Portugees John Rebola. Hij start een Italiaans restaurant in een aparte omgeving. ‘Zijn’ deel van het pakhuis wordt omgebouwd tot romantissch cruiseschip.Het is voor de ervaren hotelmedewerker zijn eerste onderneming. Hij vindt dat je als ondernemers wat van elkaar kunt leren. ‘Als De Engel er komt, moet het goed zijn. Naast een patatzaak zit ik ook verkeerd. Je moet in de horeca altijd groeien, niet voortborduren op het bekende.’

Stijl
De betrokkenen zijn het er allemaal over eens dat het Westelijk Handelsterrein een goede locatie is om nieuwe horeca te starten. Vanwege de stijlvolle wijk met zijn tweeverdieners en het authentieke bouwwerk dat in zijn waarde is gelaten. Maar volgens Nolting ook omdat Rotterdam nog geen locatie heeft waar dertigplussers in stijl uit kunnen gaan. Nolting: ‘Ikzelf ben bijvoorbeeld net 43 jaar geworden; ik kon in heel Rotterdam geen locatie vinden om mijn verjaardag te vieren.’In de Maasstad wonen steeds meer mensen en het centrum groeit steeds verder uit. Er zijn praktisch geen locaties meer die moeilijk bereikbaar zijn of ‘eilandjes’ vormen. Toch ontwikkelt het Scheepvaartkwartier zich autonoom, denkt Bart Van der Wel. Zaken als restaurant Kip, café Loos, Parkzicht en La Stanza zetten de toon al die de horeca op het Westelijk Handelsterrein voort wil zetten. ‘In totaal bezoeken zo’n 800 à 900 mensen het de wijk op een zaterdagavond, dat moet verdubbelen’, schat Van der Wel.

De gemeente voert al jaren een ondernemingbevorderend beleid. Volgens Henk van Roon van het gemeentelijke Ontwikkelings Bedrijf Rotterdam mag de Rotterdamse horeca met 1 à 2 procent groeien. De ontwikkelingen op het Westelijk Handelsterrein juicht hij toe. ‘Het is een aantrekkelijke toevoeging aan een mooi stukje Rotterdam. Het complex heeft allure. Het centrum ligt op vijf minuten loopafstand, er is goed openbaar vervoer en de historische Veerhaven ligt vlakbij.’ Wél stelde ook hij de eis dat het project ‘rustige’ horeca bevat. ‘Geen overdadige zaken die overlast veroorzaken, maar passende bedrijven.’

Met De Engel en Dudok op de voorgrond verwachten zowel Inter Building als de ondernemers dat het complex voldoende toeloop krijgt. Leendert van Popering: ‘Als er in Rotterdam iets nieuws komt op een aparte locatie, komen de mensen vanzelf. Ik merk het nu zelf, ik zit bijna iedere avond vol. Mensen in deze moderne stad zijn altijd op zoek naar iets aparts.’Dat komt volgens de ondernemers omdat de Rotterdamse horeca zich de laatste tien jaar aanzienlijk verbeterde. Gedurfde knakkers als Rob Baris met La Vilette en Hotel New York namen de eerste stappen, waarna De Engel en Dudok de trendsetters van de volgende golf horeca vormden. ‘De Rotterdamse top ontwikkelt zich vooruitstrevend, strak, met klasse’, vindt Herman den Blijker, stichter van De Engel. ‘Geen ranzigheid’, beaamt Van der Wel. Mark Knoet (Land van Waas): ‘Rotterdam leeft. Toen ik tien jaar geleden vanuit Nijmegen naar Rotterdam kwam, was er helemaal geen eetcultuur. Om uit te gaan moest je goed kiezen of lopen, nu kun je overal terecht.’