artikel

Hardfranchiser en toch zelfstandig ondernemer

Horeca

Ton Romonesco (24) heeft vier jaar een cafetaria. Sinds 1 september jongstleden gaat zijn in Helmond gevestigde zaak door het leven als Snackpoint Romonesco. Hoewel hij nu is aangesloten bij een ‘harde’ franchiseketen, noemt de cafetariahouder zichzelf nog altijd zelfstandig ondernemer.

Hardfranchiser en toch zelfstandig ondernemer

Romonesco zit zijn hele werkzame leven al in de horeca. Na periodes als snackbarmedewerker en kok in een restaurant, begon hij in 1997 een eigen snackbar. ‘Ik nam het bedrijf over van de man bij wie ik als tiener al als hulp actief was. De zaak was compleet versleten. Ik moest een volledig nieuwe inventaris aanschaffen. Dankzij de hulp van mijn ouders en een goede vriend heb ik het ‘t eerste jaar gered.’ Zijn bedrijf is te typeren als een buurtcafetaria die bovendien een hoop klandizie vindt bij een aantal sportverenigingen en het tegenovergelegen gemeenschapshuis. Met carnaval draait de cafetaria een topomzet. ‘Het is de enige snackbar in de buurt die dan open is. We draaien vier dagen lang van ’s ochtends tien tot ’s nachts vijf. Vervolgens ga ik een week op vakantie. Om uit te blazen.’

Niettemin raakte Romonesco ontevreden over zijn winst. Hij besloot medio dit jaar een bijeenkomst bij te wonen van Hoger Rendement Horeca. Daar ontmoette hij formulemanager Roger Gielen van franchiseketen Snackpoint. ‘Ik had nog nooit van die organisatie gehoord. Maar wat Gielen te berde bracht, paste precies in mijn eigen visie op een cafetaria. Ik raakte van de formule gecharmeerd. We kwamen nader in gesprek. Gielen was heel eerlijk tegen mij. Hij gaf precies aan wat hij mij kon bieden. Geen geld, maar wisselgeld in de vorm van ondersteuning. We besloten per 1 september met elkaar in zee te gaan.’ Juist een stuk ondersteuning was datgene wat Romonesco nodig had. ‘Ik deed voorheen alles alleen. Ik had geen tijd om handig in te kopen of leuke acties te bedenken. Alle problemen moest ik zelf oplossen. Als ik nu ergens niet uitkom, kan ik bij de ketenorganisatie te rade gaan. Toch heb ik van die eerste vier jaar veel geleerd. Ik weet hoe het runnen van een cafetaria niét moet.’

‘Ik voel mij nog steeds zelfstandig’, benadrukt de Helmondse ondernemer. ‘De wisselende actiemenu’s van de formule zijn een must. Maar verder ben ik vrij in de keuze van producten. Bijvoorbeeld onze schnitzels komen uit eigen keuken. Zo kan ik mijn oorspronkelijke beroep als kok nog wat in praktijk brengen. Ik ben zelfs niet verplicht om bij de groothandel van Snackpoint in te kopen. Maar als ik dat zou nalaten, ben ik een dief van mijn eigen portemonnee. Ook de uitstraling van de formule spreekt mij aan. Die is niet schreeuwerig. De cafetaria is en blijft mijn zaak’. Romonesco betaalt 500 gulden contributie per maand. ‘Daar krijg ik meer dan voldoende voor terug, zoals reclamemateriaal en twee keer per jaar een hygiënekeuring. Ook het meedenken door de organisatie en de advisering, onder meer op het gebied van catering, zijn veel waard. Daarnaast kom ik in contact met andere Snackpoint-ondernemers met vaak dezelfde visie. We leren veel van elkaar, ook op het gebied van rendement. Ik zie de formuleketen als een echte familie. Mijn personeel gaat in dat gevoel mee. Ik vind dat eveneens een groot voordeel.’

Te spreken is Romonesco bovendien over de inspraak die de aangesloten ondernemers volgens hem hebben. ‘Bij Snackpoint wordt niets besloten zonder dat de leden in meerderheid ja zeggen. Er vindt altijd overleg plaats. Je kunt als groep reageren op ideeën. Maar ook eigen suggesties zijn welkom. Zo heb ik ooit het frietje Topa ontwikkeld: frites met tzazikisaus, shoarma, rauwe ui en chilisaus. Een paar collega’s hebben deze variant inmiddels ook met succes uitgeprobeerd. Misschien komt het nu in een actiemenu van de formule. En zo niet, dan houden we het gewoon voor onszelf. Want die vrijheid heb je dus.’ Ton Romonesco voelt zich thuis bij Snackpoint. Hij is van mening dat formule de sfeer heeft die hoort bij Brabant en Limburg. ‘Ik kan echt niets negatiefs over de organisatie noemen’, zegt de ondernemer na enig nadenken. Er gaan wel eens dingen mis in de levering van producten. Maar fouten worden meestal dezelfde dag nog hersteld. We draaien nu ruim drie maanden mee. De bedrijfskleding van vóór 1 september hebben we voor alle zekerheid bewaard. Ik denk dat ik die maar weggooi.’