artikel

’Heb je al gegeten?

Horeca

Hij ontworstelde zich aan de anonimiteit van de restaurantkeuken. ‘Ik ben niet jaloers op de werktijden en het drankgebruik van restaurantkoks.’, zegt Ramon Beuk (32). Een aantal jaren geleden stapte hij uit de horeca en werd alleen maar beter in z’n vak. Inmiddels heeft de hippe kok er zijn eerste seizoen van Born2Cook bij NET5 opzitten.

’Heb je al gegeten?

Hij weet niet hoe hij aan die ruwe handen komt. Hij heeft ze gewoon. De welkomsthanddruk is stevig en voelt als schuurpapier. Kwaliteit: extra grof. Bij het afscheid voelt de hand zachter, maar nog steeds vuurvast. ‘Ik heb ze ingesmeerd met crème, merk je dat niet?’Ruwe handen, zachte blik. Iets na negenen ’s ochtends komt hij de kookstudio ingelopen: ‘Goeiemorgen, ik ben Ramon.’

Bulthaup staat er in kapitalen op de gevel van het witte pand op industrieterrein Bovenkamp even buiten Abcoude. CuliPro in kleinere letters eronder. Boven in het gebouw is de KookTempel. Een ruimte ter grootte van een royale fitnesszaal vol keukenapparatuur van Bulthaup. Hier werkt de kok aan zijn professionele conditie. Hij kookt en demonstreert er en bedenkt er recepten. De entourage is het visitekaartje van de keukenbouwer. Een commerciële link die Beuk kan velen, ondanks de spirituele setting: ‘Als je kookt, heb je een keuken nodig.’Toen hij nog kunsten vertoonde in het tv-programma Koffietijd werd hij met zachte drang aangespoord om Croma in de pan te laten glijden. Geen probleem: ‘Margarine heb je nodig.’

Maar het liep uit de hand bij Koffietijd. Het huisvrouwenprogramma onder leiding van solariumbillboard Hans van Willigenburg ontaardde in de grote Unilevershow. Beuk wilde ermee stoppen, bang een trauma op te lopen van het zakjes opknippen. Uiteindelijk stopte het programma zelf.‘Het heeft Cas Spijkers genekt. Nou weten jij en ik dat Cas Spijkers een topkok is. Maar weet die jonge generatie veel. Ik moet het steeds uitleggen: toen ik naar school ging, was híj de beste kok van Nederland.’

Kijkcijferkanon
In Born2Cook prijst Beuk zich gelukkig met sponsors als Bruynzeel, Whirlpool en Philips. Die blijven met hun jatten uit de pannen. Hij klopt wel verplicht de room van Campina, maar voelt daarbij geen weerstand van betekenis.Beuk was vereerd toen NET5 hem vroeg voor het programma. Hij volgde Jaymz Pool op. ‘Pool was goed, maar z’n tempo was te hoog, iets te moeilijk eigenlijk.’ NET5 wilde wat anders. Eenvoudiger gerechten, niet meer dan tien ingrediënten, simpel uit de doeken gedaan, basic. De zender haalde met Beuk een kijkcijferkanon in huis, gericht af te vuren op vrouwen tussen de 20 en 35. Iemand die hun behoeften prikkelt, hun culinaire behoeften welteverstaan. Een mooie, donkere, ongecompliceerde, hippe jongen, die leuk vertelt.

Born2Cook, zwaar leunend op een BBC-concept, wordt opgenomen in een relaxte fakeomgeving, zogenaamd bij Ramon thuis, de zoete inval, waar hij kookt voor (échte) vrienden, bekenden en familie en waar zijn vriendin Glancy en zijn dochtertje Firy van acht maanden, als figuranten optreden. ‘Een mooi pand aan de Herengracht in Amsterdam. Het is mijn huis niet. Mijn god, hád ik maar zo’n huis!’Het eerste seizoen is geslaagd en deze maand begint NET5 met de uitzending van een nieuwe serie

Beuk werd ontdekt door John de Mol Producties naar aanleiding van opvallende presentaties en demonstraties die hij voor zijn voormalige werkgever Unilever deed. Kort daarvoor was hij ontsnapt uit de keuken van de horeca. Die had de jonge kok vaak ervaren als een isoleercel in een gesloten inrichting. Vooral in de restaurants waar hij als leerling werkte, was eten koken gericht op mensen te eten geven, dwangarbeid. Kortom, iets heel iets anders dan koken met liefde, zoals hij zijn moeder altijd ziet doen. Zijn kennismaking met de horeca tijdens zijn koksopleiding en daarna als restaurantkok was ontnuchterend.

‘Dat gebuffel in vreetschuren. 200, 300 mensen in no time te eten geven. Dat is geen eten koken. Je kunt iedereen van de straat halen en dat kunstje aanleren. Een biefstuk bakken, sausje erbij, daar hoef je geen kok voor te zijn. En dan die koks die geen basistechnieken beheersen. Hoe zijn die door hun opleiding heengefietst? In de brasserie in Zeist waar ik tijdens mijn studie werkte, solliciteerde een kok met vijftien jaar ervaring. Ik zeg: ‘Goed, maak snel even nasi.’ Hij klapte dicht. Hij had vijftien jaar schnitzels omgedraaid. We moeten een naam bedenken voor dit soort mensen, maar noem ze geen kok.’

Filosofie
Ander euvel: koks die de technieken beheersen maar die geen smaak hebben. ‘Vrouwen hebben smaak. Méér dan mannen. Een beter ontwikkelde geur, een beter reukvermogen. Toch zie je minder vrouwelijke koks. Omdat werken in de horeca anders is dan een potje eten koken. In de horeca is de chef kok een manager, een leider en meestal een man. Mannen denken doelgerichter, vrouwen denken complex. Als je allerlei dingen tegelijk in je hoofd hebt, gaat het mis. Mannen kunnen rechttoe rechtaan zeggen: ik wil dáár heen en alle bijfactoren zetten we naast ons neer. Eerst de goeie dingen doen voordat je dingen goed kunt doen.’

Voilà, de prêt-à-porter-filosofie van Ramon Beuk. Hij zag het levenslicht in Paramaribo, maar begon met tanden wisselen in Zeist. De onafhankelijkheid van Suriname in 1975 noopte zijn ouders tot een enkeltje Holland. Beuk heeft drie broers en drie zussen en is de jongste. Vier was hij toen ze in Zeist kwamen. ‘Eén grote kakgemeente toentertijd, maar intussen hebben ze daar ook hun pauperwijk, denk ik.

Maar toen waren we er de enige Surinaamse familie.’Beuk was te jong voor een cultuurshock. Maar dat het er in Nederland anders aan toeging dan bij hem thuis werd snel duidelijk. ‘Ging ik bij vriendjes thuis spelen, dan werd me tegen etenstijd de deur gewezen. Dat kennen wij helemaal niet. Bij ons is de eerste vraag: eet je mee? Of, het is niet eens een vraag. Als je om zes uur binnenkomt en je hebt niks gegeten dan krijg je een bord onder je neus.

Dat is onnederlands. Maar ja, Surinaams eten is anders. Wij koken een grote pan met eten, dat is schéppen. Een Nederlander pakt twee karbonaadjes, een voor Pietje en een voor Klaasje en dan moet dat ene karbonaadje door de helft. Of Pietje moet z’n gehaktbal met je delen. Ik spreek geen waardeoordeel uit, maar wij zijn niet zo afgepast en berekend.’

Terwijl Ramon boerenkool met worst ontdekte (soms at hij tóch mee), had zijn vader het moeilijk. Hij kon niet aarden in Nederland. ‘In Paramaribo was hij iemand. Hij had een eigen busbedrijfje. In Nederland kon hij kiezen: een kippenslachterij of achter de lopende band. Dat deed pijn. In een land waar het minder was, was hij iemand en in een land waar het beter ging, níemand. Hij ging terug Paramaribo. Hij bleef er. Toen was ik acht of negen. Ik heb ‘m 20 jaar niet meer gesproken. Vorig jaar is hij overleden. Ik vind het jammer dat we als volwassen kerels niet hebben kunnen praten over de keuzes in ons leven.’

Niet jaloers
‘Zonder mijn moeder was ik nooit kok geworden. Ze is zelf geen kok, maar kan wel ontzettend goed koken. Nee, ze zou geen restaurant kunnen runnen.’Dat is Beuks ambitie zelf ook niet. Slechts in een paar restaurants kreeg hij het gevoel dat hij kende als hij bij zijn moeder in de keuken stond. In slecht één restaurant heeft hij het écht naar zijn zin gehad. Dat was Het Polman’s Huis in Utrecht. ‘Daar zat Edgar Beurs. Met hem kon ik praten. Misschien niet de beste kok, waar ik mee gewerkt heb, maar wel de eerste kok die ik ontmoette die ook mens was.’

Beuk had het snel bekeken in de horeca. ‘Bij geen enkele chef had ik de gedachte: zoals hij leeft, zo wil ik het ook. Ik was niet jaloers op hun werktijden en ook niet op het drankgebruik die sommigen aan de dag legden. Ik ben gaan zoeken naar andere dingen. Ik wilde op een andere manier met eten koken bezig zijn. Dat heeft me op plaatsen gebracht waar ik anders nooit gekomen was.

Ik ben een betere kok geworden toen ik de horeca uit was en me breder ging oriënteren. Ik ben niet iemand die staat te gillen dat hij zo goed is. Ik ben niet de beste kok van Nederland. Ik ben geen klasbak, maar wel een goeie kok. En een goeie kok kan veel bereiken, ook ín de horeca. Jonge koks moeten niet blijven hangen in toprestaurants bij grote chefs, maar zichzelf ontwikkelen in kleine restaurantjes, een eigen stijl ontwikkelen en een redelijke prijs rekenen.’

De inspiratiebron voor Beuks toekomst was overigens wel de horeca. ‘Het viel me op dat veel koks niet kunnen uitleggen wat ze doen. Ze kunnen niet vertellen waarom ze het vlees dichtschroeien. Nou, gewoon, omdat het zó moet. Ik heb niks aan zulke antwoorden. Ik heb toen besloten om leraar consumptieve technieken te worden.’

Eenmaal het diploma op zak, zag Ramon Beuk, toen 26 jaar oud, zichzelf echter niet voor een klas recalcitrante pubers staan. Verder hongerend naar kennis dook hij in de marketing en deed Nima-A. Beuk solliciteerde bij Koninklijke Bijenkorf Beheer en kwam in 1998 terecht op het hoofdkantoor van de HEMA. Hij werd verantwoordelijk voor het restylen van de restaurants en coffeecorners van de HEMA-filialen. ‘Écht HEMA, maar dan op het gebied van eten en drinken.’ Na een jaar trad Beuk in dienst van foodgigant Unilever waarvoor hij de boer opging met halffabrikaten. ‘Ik demonstreerde basissen voor sauzen. Onder het motto: jij blijft de kok. Het gaat erom wat je zelf toevoegt aan die basis. Dát bepaalt veel meer je kwaliteit en creativiteit als kok dan het zelf maken van die basis.’

Salsa
De vlotte babbel, de lichaamstaal en de salsa die Ramon Beuk in dienst had gesteld van Unilever bleef niet onopgemerkt. Eenmaal ontdekt door John de Mol kwam de kop van Beuk al snel op het scherm. Dat was niet onprettig, want Beuk staat graag in de belangstelling. Die behoefte aan exposure contrasteert niettemin met zijn bescheiden inborst. Beuk stopte een tijdje geleden met column in een vakblad omdat hij het niet op kon brengen om koks belerend toe te spreken. ‘Koks zijn ongelooflijk eigenwijs. Die hebben iets van: wie denkt hij wel dat hij is om ons te vertellen hoe het moet?’ Toch wil Beuk kennis overbrengen: ‘Door met mensen de keuken in te gaan, samen te koken. Dat is dé manier.’

De Ramon Beukshow, die mag op televisie, maar zakelijk gezien is hij veel minder op het uitbuiten van zijn ego gericht. Zijn inmiddels gestarte eigen bedrijfje Ramon Beuk Culinair Consultancy, doopte hij om in CuliPro (Culinaire Producties), een productiebedrijf voor culinaire evenementen en culinaire workshops. Beuk wilde een bedrijf dat om een goed product draait en niet om een persoon.Natuurlijk wordt hij geclaimd. Op grote evenementen praat hij de boel aan elkaar en is hij de entertainer. Maar in de KookTempel bijvoorbeeld zijn genoeg workshops waar hij niet aan te pas komt. CuliPro heeft zes mensen full time in dienst en 40 parttimers.

Van anonieme restaurantkok tot tv persoonlijkheid en bekende Nederlander. Bekendheid is leuk. Positieve reacties zijn fijn. Maar heeft hij last van een hype rond zijn persoon? Liggen de vrouwen aan zijn voeten, zoals bij een aantal van zijn Britse collega’s? ‘Ach ja, over belangstelling heb ik niet te klagen. Maar sterallures heb ik niet. Ik doe nog steeds zelf m’n boodschappen en ga naar de supermarkt. Ik word wel steeds vaker aangesproken: Hé kokkie, hoe moet ik die aubergine klaarmaken?’

Hij weet niet hoe hij aan die ruwe handen komt. Hij heeft ze gewoon. De welkomsthanddruk is stevig en voelt als schuurpapier. Kwaliteit: extra grof. Bij het afscheid voelt de hand zachter, maar nog steeds vuurvast. ‘Ik heb ze ingesmeerd met crème, merk je dat niet?’Ruwe handen, zachte blik. Iets na negenen ’s ochtends komt hij de kookstudio ingelopen: ‘Goeiemorgen, ik ben Ramon.’

Bulthaup staat er in kapitalen op de gevel van het witte pand op industrieterrein Bovenkamp even buiten Abcoude. CuliPro in kleinere letters eronder. Boven in het gebouw is de KookTempel. Een ruimte ter grootte van een royale fitnesszaal vol keukenapparatuur van Bulthaup. Hier werkt de kok aan zijn professionele conditie. Hij kookt en demonstreert er en bedenkt er recepten. De entourage is het visitekaartje van de keukenbouwer. Een commerciële link die Beuk kan velen, ondanks de spirituele setting: ‘Als je kookt, heb je een keuken nodig.’Toen hij nog kunsten vertoonde in het tv-programma Koffietijd werd hij met zachte drang aangespoord om Croma in de pan te laten glijden. Geen probleem: ‘Margarine heb je nodig.’

Maar het liep uit de hand bij Koffietijd. Het huisvrouwenprogramma onder leiding van solariumbillboard Hans van Willigenburg ontaardde in de grote Unilevershow. Beuk wilde ermee stoppen, bang een trauma op te lopen van het zakjes opknippen. Uiteindelijk stopte het programma zelf.‘Het heeft Cas Spijkers genekt. Nou weten jij en ik dat Cas Spijkers een topkok is. Maar weet die jonge generatie veel. Ik moet het steeds uitleggen: toen ik naar school ging, was híj de beste kok van Nederland.’

Kijkcijferkanon
In Born2Cook prijst Beuk zich gelukkig met sponsors als Bruynzeel, Whirlpool en Philips. Die blijven met hun jatten uit de pannen. Hij klopt wel verplicht de room van Campina, maar voelt daarbij geen weerstand van betekenis.Beuk was vereerd toen NET5 hem vroeg voor het programma. Hij volgde Jaymz Pool op. ‘Pool was goed, maar z’n tempo was te hoog, iets te moeilijk eigenlijk.’ NET5 wilde wat anders. Eenvoudiger gerechten, niet meer dan tien ingrediënten, simpel uit de doeken gedaan, basic. De zender haalde met Beuk een kijkcijferkanon in huis, gericht af te vuren op vrouwen tussen de 20 en 35. Iemand die hun behoeften prikkelt, hun culinaire behoeften welteverstaan. Een mooie, donkere, ongecompliceerde, hippe jongen, die leuk vertelt.

Born2Cook, zwaar leunend op een BBC-concept, wordt opgenomen in een relaxte fakeomgeving, zogenaamd bij Ramon thuis, de zoete inval, waar hij kookt voor (échte) vrienden, bekenden en familie en waar zijn vriendin Glancy en zijn dochtertje Firy van acht maanden, als figuranten optreden. ‘Een mooi pand aan de Herengracht in Amsterdam. Het is mijn huis niet. Mijn god, hád ik maar zo’n huis!’Het eerste seizoen is geslaagd en deze maand begint NET5 met de uitzending van een nieuwe serie

Beuk werd ontdekt door John de Mol Producties naar aanleiding van opvallende presentaties en demonstraties die hij voor zijn voormalige werkgever Unilever deed. Kort daarvoor was hij ontsnapt uit de keuken van de horeca. Die had de jonge kok vaak ervaren als een isoleercel in een gesloten inrichting. Vooral in de restaurants waar hij als leerling werkte, was eten koken gericht op mensen te eten geven, dwangarbeid. Kortom, iets heel iets anders dan koken met liefde, zoals hij zijn moeder altijd ziet doen. Zijn kennismaking met de horeca tijdens zijn koksopleiding en daarna als restaurantkok was ontnuchterend.

‘Dat gebuffel in vreetschuren. 200, 300 mensen in no time te eten geven. Dat is geen eten koken. Je kunt iedereen van de straat halen en dat kunstje aanleren. Een biefstuk bakken, sausje erbij, daar hoef je geen kok voor te zijn. En dan die koks die geen basistechnieken beheersen. Hoe zijn die door hun opleiding heengefietst? In de brasserie in Zeist waar ik tijdens mijn studie werkte, solliciteerde een kok met vijftien jaar ervaring. Ik zeg: ‘Goed, maak snel even nasi.’ Hij klapte dicht. Hij had vijftien jaar schnitzels omgedraaid. We moeten een naam bedenken voor dit soort mensen, maar noem ze geen kok.’

Filosofie
Ander euvel: koks die de technieken beheersen maar die geen smaak hebben. ‘Vrouwen hebben smaak. Méér dan mannen. Een beter ontwikkelde geur, een beter reukvermogen. Toch zie je minder vrouwelijke koks. Omdat werken in de horeca anders is dan een potje eten koken. In de horeca is de chef kok een manager, een leider en meestal een man. Mannen denken doelgerichter, vrouwen denken complex. Als je allerlei dingen tegelijk in je hoofd hebt, gaat het mis. Mannen kunnen rechttoe rechtaan zeggen: ik wil dáár heen en alle bijfactoren zetten we naast ons neer. Eerst de goeie dingen doen voordat je dingen goed kunt doen.’

Voilà, de prêt-à-porter-filosofie van Ramon Beuk. Hij zag het levenslicht in Paramaribo, maar begon met tanden wisselen in Zeist. De onafhankelijkheid van Suriname in 1975 noopte zijn ouders tot een enkeltje Holland. Beuk heeft drie broers en drie zussen en is de jongste. Vier was hij toen ze in Zeist kwamen. ‘Eén grote kakgemeente toentertijd, maar intussen hebben ze daar ook hun pauperwijk, denk ik.

Maar toen waren we er de enige Surinaamse familie.’Beuk was te jong voor een cultuurshock. Maar dat het er in Nederland anders aan toeging dan bij hem thuis werd snel duidelijk. ‘Ging ik bij vriendjes thuis spelen, dan werd me tegen etenstijd de deur gewezen. Dat kennen wij helemaal niet. Bij ons is de eerste vraag: eet je mee? Of, het is niet eens een vraag. Als je om zes uur binnenkomt en je hebt niks gegeten dan krijg je een bord onder je neus.

Dat is onnederlands. Maar ja, Surinaams eten is anders. Wij koken een grote pan met eten, dat is schéppen. Een Nederlander pakt twee karbonaadjes, een voor Pietje en een voor Klaasje en dan moet dat ene karbonaadje door de helft. Of Pietje moet z’n gehaktbal met je delen. Ik spreek geen waardeoordeel uit, maar wij zijn niet zo afgepast en berekend.’

Terwijl Ramon boerenkool met worst ontdekte (soms at hij tóch mee), had zijn vader het moeilijk. Hij kon niet aarden in Nederland. ‘In Paramaribo was hij iemand. Hij had een eigen busbedrijfje. In Nederland kon hij kiezen: een kippenslachterij of achter de lopende band. Dat deed pijn. In een land waar het minder was, was hij iemand en in een land waar het beter ging, níemand. Hij ging terug Paramaribo. Hij bleef er. Toen was ik acht of negen. Ik heb ‘m 20 jaar niet meer gesproken. Vorig jaar is hij overleden. Ik vind het jammer dat we als volwassen kerels niet hebben kunnen praten over de keuzes in ons leven.’

Niet jaloers
‘Zonder mijn moeder was ik nooit kok geworden. Ze is zelf geen kok, maar kan wel ontzettend goed koken. Nee, ze zou geen restaurant kunnen runnen.’Dat is Beuks ambitie zelf ook niet. Slechts in een paar restaurants kreeg hij het gevoel dat hij kende als hij bij zijn moeder in de keuken stond. In slecht één restaurant heeft hij het écht naar zijn zin gehad. Dat was Het Polman’s Huis in Utrecht. ‘Daar zat Edgar Beurs. Met hem kon ik praten. Misschien niet de beste kok, waar ik mee gewerkt heb, maar wel de eerste kok die ik ontmoette die ook mens was.’

Beuk had het snel bekeken in de horeca. ‘Bij geen enkele chef had ik de gedachte: zoals hij leeft, zo wil ik het ook. Ik was niet jaloers op hun werktijden en ook niet op het drankgebruik die sommigen aan de dag legden. Ik ben gaan zoeken naar andere dingen. Ik wilde op een andere manier met eten koken bezig zijn. Dat heeft me op plaatsen gebracht waar ik anders nooit gekomen was.

Ik ben een betere kok geworden toen ik de horeca uit was en me breder ging oriënteren. Ik ben niet iemand die staat te gillen dat hij zo goed is. Ik ben niet de beste kok van Nederland. Ik ben geen klasbak, maar wel een goeie kok. En een goeie kok kan veel bereiken, ook ín de horeca. Jonge koks moeten niet blijven hangen in toprestaurants bij grote chefs, maar zichzelf ontwikkelen in kleine restaurantjes, een eigen stijl ontwikkelen en een redelijke prijs rekenen.’

De inspiratiebron voor Beuks toekomst was overigens wel de horeca. ‘Het viel me op dat veel koks niet kunnen uitleggen wat ze doen. Ze kunnen niet vertellen waarom ze het vlees dichtschroeien. Nou, gewoon, omdat het zó moet. Ik heb niks aan zulke antwoorden. Ik heb toen besloten om leraar consumptieve technieken te worden.’

Eenmaal het diploma op zak, zag Ramon Beuk, toen 26 jaar oud, zichzelf echter niet voor een klas recalcitrante pubers staan. Verder hongerend naar kennis dook hij in de marketing en deed Nima-A. Beuk solliciteerde bij Koninklijke Bijenkorf Beheer en kwam in 1998 terecht op het hoofdkantoor van de HEMA. Hij werd verantwoordelijk voor het restylen van de restaurants en coffeecorners van de HEMA-filialen. ‘Écht HEMA, maar dan op het gebied van eten en drinken.’ Na een jaar trad Beuk in dienst van foodgigant Unilever waarvoor hij de boer opging met halffabrikaten. ‘Ik demonstreerde basissen voor sauzen. Onder het motto: jij blijft de kok. Het gaat erom wat je zelf toevoegt aan die basis. Dát bepaalt veel meer je kwaliteit en creativiteit als kok dan het zelf maken van die basis.’

Salsa
De vlotte babbel, de lichaamstaal en de salsa die Ramon Beuk in dienst had gesteld van Unilever bleef niet onopgemerkt. Eenmaal ontdekt door John de Mol kwam de kop van Beuk al snel op het scherm. Dat was niet onprettig, want Beuk staat graag in de belangstelling. Die behoefte aan exposure contrasteert niettemin met zijn bescheiden inborst. Beuk stopte een tijdje geleden met column in een vakblad omdat hij het niet op kon brengen om koks belerend toe te spreken. ‘Koks zijn ongelooflijk eigenwijs. Die hebben iets van: wie denkt hij wel dat hij is om ons te vertellen hoe het moet?’ Toch wil Beuk kennis overbrengen: ‘Door met mensen de keuken in te gaan, samen te koken. Dat is dé manier.’

De Ramon Beukshow, die mag op televisie, maar zakelijk gezien is hij veel minder op het uitbuiten van zijn ego gericht. Zijn inmiddels gestarte eigen bedrijfje Ramon Beuk Culinair Consultancy, doopte hij om in CuliPro (Culinaire Producties), een productiebedrijf voor culinaire evenementen en culinaire workshops. Beuk wilde een bedrijf dat om een goed product draait en niet om een persoon.Natuurlijk wordt hij geclaimd. Op grote evenementen praat hij de boel aan elkaar en is hij de entertainer. Maar in de KookTempel bijvoorbeeld zijn genoeg workshops waar hij niet aan te pas komt. CuliPro heeft zes mensen full time in dienst en 40 parttimers.

Van anonieme restaurantkok tot tv persoonlijkheid en bekende Nederlander. Bekendheid is leuk. Positieve reacties zijn fijn. Maar heeft hij last van een hype rond zijn persoon? Liggen de vrouwen aan zijn voeten, zoals bij een aantal van zijn Britse collega’s? ‘Ach ja, over belangstelling heb ik niet te klagen. Maar sterallures heb ik niet. Ik doe nog steeds zelf m’n boodschappen en ga naar de supermarkt. Ik word wel steeds vaker aangesproken: Hé kokkie, hoe moet ik die aubergine klaarmaken?’