artikel

Hip tot de dip

Horeca

De Nederlandse horeca is in de ban van design. Ondernemers tasten diep in de buidel voor de kunstzinnige vormgeving van hun zaak. Daarmee nemen ze een flink risico. Hoe hipper de tent, hoe korter de levensduur. Zeker als de economie even dipt, blijkt de trendy tent een terminaal geval.

Hip tot de dip

In het kielzog van Europa’s hipste steden als Londen en Berlijn kiepert de Nederlandse horeca massaal het goeie ouwe horecameubilair uit het raam. Het afgelopen jaar staken tientallen hotels, restaurants en cafés zich in een hip maatpak. Inmiddels zijn de meubelontwerpen van Philippe Starck, Eames en Gispen in de horeca net zo bekend als de messen van Sabatier of het serviesgoed van Villeroy & Boch.

Design is in. In onze huiskamers, dus ook in de horeca. Gasten vinden een goed bed, lekkere maaltijd of gezellige sfeer niet langer voldoende voor een geslaagde avond uit. Op verjaardagsfeestjes willen we vertellen over onze fantastische belevenissen in de nieuwste trendy gelegenheid. We kunnen het ons permitteren, want de beurzen zijn goed gevuld.

Design?
De horeca speelt daar gretig op in. Na de grand cafés uit de jaren ’80 en de Ierse pubs, skihutten en westernrestaurants uit de jaren ’90, is het nu design wat de klok slaat. Overigens blijken ondernemers compleet verschillende opvattingen te hebben over wat design nou eigenlijk is. Terwijl de ene ondernemer genoegen neemt met modern meubilair in een verder standaard ruimte, kiest de ander voor een radicale metamorfose die tot in de details wordt doorgevoerd.

Een mooi voorbeeld is Blakes in Amsterdam. Op de binnenplaats van het bekendste designhotel van Nederland ligt 300 kilo kiezelsteen uit Engeland omdat ontwerpster Anouska Hempel de Nederlandse niet goed genoeg vond. Toen ook de Engelse kiezels niet glanzend genoeg bleken, werden ze kiezel voor kiezel in de olijfolie gezet.
In een ander Amsterdams designhotel, Seven One Seven, komt ontwerper en voormalig eigenaar Kees van der Valk nog regelmatig terug van zijn adres in Zuid-Frankrijk om de grote hoeveelheid kunstobjecten op tafels en schoorsteenmantels precies in de juiste opstelling te zetten.

Torenhoge prijzen
Opmerkelijk is dat deze crème de la crème van de Nederlandse designhoreca het vooral moet hebben van buitenlandse gasten. Bij Blakes is bijna de helft van de gasten Amerikaan. Een derde komt uit het Verenigd Koninkrijk. Slechts twee procent komt uit eigen land. Blijkbaar is alleen de rijke, trendgevoelige buitenlandse gast bereid om het torenhoge prijskaartje te betalen dat aan designkamers hangt. Bij Blakes begint een tweepersoonskamer bij ƒ750,-. De luxury suite kost ƒ2800,-. Richard van Batenburg, general manager van Blakes: ‘Voor Nederlandse begrippen zijn de kamerprijzen hoog. Nederlanders geven hun geld liever uit aan eten.’ Ook hotel Seven One Seven aan de Prinsengracht heeft hoofdzakelijk Engelstalige gasten. De kamerprijzen beginnen bij ƒ775,-.

De gasten van deze hotels zijn vooral afkomstig uit de filmwereld of andere artistieke milieus. Maar ook trendgevoelige dertigers en veertigers uit het bedrijfsleven brengen graag een bezoek aan deze designhotels.
Ondanks de prijs draaien beide hotels uitstekend. Zo ligt de gemiddelde bezettingsgraad van Blakes op 86 procent, de average room rate (arr) op ƒ973. Cijfers waar zelfs het Amstel Hotel alleen maar jaloers naar kan kijken. De gemiddelde bezettingsgraad in de Amsterdamse vijfsterrenhotels zal dit jaar niet boven de 80 procent uitkomen. Vorig jaar was een recordjaar met 82 procent.

Levensduur
Niet alleen in de hotellerie, ook in andere takken van de horeca is design ‘booming’. Vooral in Amsterdam schieten de hip vormgegeven bars en restaurants als paddestoelen uit de grond. Voorbeelden zijn restaurant-bar Blender, restaurant Spring, MagicMinds, NL Lounge en Odessa. Maar ook in andere grote steden als Rotterdam en Utrecht bloeit de design-horeca.
Het publiek bestaat uit trendy jongeren met goed gevulde knip. Hoe hipper de zaak, hoe selecter het publiek. Trendwatcher Michael Wieler: ‘Echte designzaken communiceren met een kleine groep aanhangers die zich willen onderscheiden van de rest.’ De gepeperde prijs die erbij hoort, betalen de gasten graag. Een vette rekening van ƒ500,- verhoogt de status. Wieler: ‘Het zijn trendsetters die hoog op de economische ladder staan.’

Er is altijd het gevaar dat zo’n hotspot plotseling niet meer zo heet is. Wieler: ‘Hoe meer design, hoe kleiner het publiek, hoe korter de levensduur.’ Volgens de trendwatcher van Canadese origine is dat een typisch Nederlands verschijnsel. ‘Hier houden ze vandaag van je, maar zijn ze je morgen vergeten.’ In erkende designsteden als Berlijn en Londen is het publiek volgens hem ‘selecter, maar ook trouwer.’

Risico
Maar de grootste bedreiging is de economie. Het is een ijzeren wetmatigheid: bij een economische terugval gaat luxe er als eerste uit. Dat laatste maakt de dure designzaken uitermate kwetsbaar. Vooral de bars en restaurants lopen risico. Anders dan in de hotellerie, moeten die het vooral hebben van lokaal publiek. Designhotels putten uit een internationale bron, die minder wispelturig is dan de locale incrowd waar hippe clubs het van moeten hebben.

Stephen Hodes, directeur van adviesbureau LaGroup: ‘Er is grote groep internationale, rijke, trendgevoelige reizigers ontstaan die ook bij een economische neergang niet onmiddellijk zal verdwijnen.’ Wel benadrukt Hodes dat het gaat om een kritische groep consumenten, die veel waarde hecht aan kwaliteit en voortdurend verrast wil worden. De veelbereisde, trendgevoelige gast is allergisch voor afgeragde meubels en bevlekte vloerbedekking.

De onderhoudskosten in designhotels liggen dan ook fors hoger. Hotel Blakes heeft daarom een fulltime schilder in dienst. Zodra een toerist met z’n koffer een stukje verf van de zorgvuldig beschilderde wanden stoot, wordt dat onmiddellijk bijgewerkt. De sisal lopers in de gangen worden om de vier maanden vernieuwd. De onderhoudskosten van Blakes liggen op 30 procent van de omzet. Gemiddeld ligt dat in de hotellerie op nog geen 20 procent.

Ook het Maastrichtse hotel La Bergère ontkomt niet aan extra onderhoud. Daar wordt elk jaargetijde een andere kleur loper uitgerold. Tegelijkertijd krijgt de wand achter de entree een schilderbeurt in de bijpassende kleur. Eigenaar Paul Rinkens: ‘De tijd dat één keer per jaar een schilder kwam, ligt ver achter ons.’ Hij relativeert de hoge kosten van onderhoud en restyling. ‘Wij hebben hier parketvloeren. Dat is onderhoudsvriendelijker en veel mooier dan tapijt.’ Over het voortdurend verrassen van de gast zegt Rinkens: ‘Mensen willen beleving in de verfijning. In de grote lijnen, de basis, berusten ze.’ Hij maakt een vergelijking met de modewereld. ‘Alleen de kleuren en accessoires veranderen, de vorm van de kleding blijft hetzelfde.’

Vloeken
Wie voor echt design kiest, stelt zijn leven in dienst van Het Detail. Veel ondernemers kiezen daarom een tussenweg. Strakke meubels in een verder standaard ruimte, en niet al te heftig kleurgebruik. Paul Hermanides, eigenaar van het Arena Hotel in Amsterdam: ‘Je profileren als designhotel vindt ik gevaarlijk. Je wekt zulke hoge verwachtingen bij je gasten; ik weet niet of ik die waar kan en wil maken.’ Hermanides is druk bezig met de upgrading van zijn hotel. De 121 hotelkamers in het voormalige weeshuis zijn ‘minimalistisch’ ingericht. Het interieur bestaat uit niet meer dan een stevige boxspring, een bureautje, een designklassieker van Eames of Gispen. De vloer is van Amerikaans eiken en er staan stalen lockers ‘als herinnering aan het backpackersverleden’. Op een aanbod om in een hippe gids van designhotels te komen zei hij nee. ‘In een designhotel is alles gericht op vormgeving. Met groot oog voor detail. Dan kan ik wel opnieuw beginnen.’

Voor de echte designers is de aanpak van Hermanides als vloeken in de kerk. Rob Wagemakers van architectenbureau Concrete in Amsterdam: ‘Hermanides heeft er helemaal niets van begrepen.’ Het bureau van Wagemakers heeft de afgelopen jaren meerdere hotspots ingericht, waaronder de Supper Club, Blender, Spring en recentelijk Nomads. Hij merkt dat er weinig horecaondernemers zijn die het risico aandurven van echt design. ‘Want je neemt natuurlijk wel een risico. Je doet een forse investering.’
Dat echt design volgens de critici maar zeer beperkt houdbaar is, is volgens de designers zelf onzin. Wagemakers’ collega Gilian Schrofer: ‘Onze interieurs staan zeker tien jaar.’

The higher the glass
Hermanides gelooft er niets van. ‘Kijk hoe snel mensen van mobieltje veranderen.’ Blakes-manager Richard van Batenbrug denkt daar heel anders over. ‘Vergeet niet: Blakes in Londen bestaat al 15 jaar. Ons hotel is niet heel modieus in de zin dat het vol staat met ontwerpers die toevallig in de mode zijn. We zijn tijdloos’. Wel weet hij andere trendy hotels die de tand des tijds niet zullen overleven. ‘St. Martins Lane in Londen en Delano in Miami zijn heel trendy.’ En ook het minimalistisch ingerichte La Bergère in Maastricht is volgens Batenburg ‘zeker niet tijdloos.’

‘Onzin’, reageert Bergère-eigenaar Paul Rinkens op zijn beurt. ‘Kijk naar Rietveld en de zijnen. Die hebben door hun soberheid en eenvoud een heel lange levensduur. De meubelontwerpen uit de jaren ’20 en ’30 worden nog steeds gemaakt en verkocht.’ Rinkens meent dat de moderne gast juist steeds meer behoefte heeft aan strakke lijnen en neutrale kleuren. ‘Mensen zijn bezig hun opsmuk af te leggen.’
Volgens Michael Wieler zijn de meeste designzaken in Nederland ‘terminale gevallen’. Zeker als niet aan de hooggespannen verwachtingen wordt voldaan. Wieler: ‘The higher the glass, the higher the expectations. Mensen hebben snel genoeg van hol design.’

Wat is design?

In de volksmond is design synoniem voor strak vormgegeven meubeltjes in een verder kale ruimte met her en der een kussentje of een kleedje. De ontwerpers zelf hekelen dit ‘design uit de damesblaadjes’. Volgens hen is design het tot in de kleinste details doorvoeren van één stijl, waarbij gebruik wordt gemaakt van kleuren en vormen van deze tijd. Overigens is het een misverstand dat designinterieurs altijd strak en leeg moeten zijn. Het Amsterdamse Seven One Seven is bijvoorbeeld een designhotel met een heel romantisch interieur, dat volgepropt is met klassieke meubels en kunstobjecten.