artikel

Ik heb mogen ruiken aan de hemel

Horeca

Will Jansen (53) is een culinair publicist wiens hoofdmaal bestaat uit Horeca Journal, en toetjes en bijgerechten geniet hij door mee te werken aan kookboeken. Volgend jaar komt hij met een eigen cultureel en literair verantwoord gastronomisch magazine.

Ik heb mogen ruiken aan de hemel

Of alles naar wens was? Ja en nee. Ik heb mogen ruiken aan de hemel, maar mijn vrouw kreeg een knoert van een hartinfarct. Ik zag het aankomen. Ik zei nog: meisje zou je je niet ziek melden? Het was voor allebei een hard gelag. Een opmaat voor een andere kijk op het leven. Je beslommeringen stellen niets meer voor als je ze spiegelt aan zo’n gebeurtenis. Maar we hebben er ook ervan geleerd. We zijn meer ontspannen. We lachen meer. Het gaat langzaam vooruit. Maar na een uur is ze kapot. Valt niet mee als je nog maar 51 bent.

Nadia Santina is 48. Kok, foodengineer en politicologe. Ze heeft me de hemel laten ruiken in restaurante dal Pescatore, in Mantoue bij Milaan. Drie sterren. Een oestertje met een champagnesorbet en een puntje watermeloen. Muziek in je mond. Sprakeloos was ik, ik giechelde maar wat, lachte van verrukking. We moeten naar de keuken om die vrouw te kussen, zeiden we. We hebben dat achteraf gedaan, verbaal. Ik was met Alain op reportage, Alain Caron.

We hebben dit jaar leuke dingen gedaan voor verschillende bladen, waaronder Esquire.Ik ben nog drie dagen per week verbonden aan Horeca Journal, een deel van mezelf. Voor de rest heb ik mijn eigen winkel. Een Belgische uitgever benaderde mij om teksten te maken voor het boek van Hans van Wolde van Beluga in Maastricht, met foto’s van Guy van Grinsven. Een boek met versnellingen. Dat hoort bij Van Wolde en zijn generatie. Branieschopper Hans van Wolde laat zich in zijn ziel kijken, laat zich portretteren aan het eind van de avond als hij op zijn wenkbrauwen loopt. Elders in het boek slaat hij spontaan z’n arm om een medewerkster, omdat hij weet dat ze hem adoreert.

Of ik close ben met koks? Ik heb het redelijk met ze geregeld. Ze zijn mijn boterham. Ik hoef niet te scoren met ontboezemingen. Er zitten klootzakken tussen, maar ik behandel iedereen met respect. Ik kom voor ze op. Ik ben niet als Johannes van Dam, die in Lekker Joffers in Hilversum de vernieling in lult en opnieuw afgeeft op Wina Born. Laat dat mens toch met rust. Ze is dood. Ik vind Johannes van Dam een vieze man. Hij ontneemt je je eetlust. Als ik hem zie, hoef ik al niet meer te eten.

Komend voorjaar kom ik met een nieuw blad: Bouillon. Wat Hard Gras is voor het voetbal, wordt Bouillon voor de gastronomie. Een cultureel en literair verantwoord magazine over de gastronomie in al z’n verschijningsvormen. Vier keer per jaar, in een oplage van tien- tot twaalfduizend exemplaren. Ik mik op het vrouwelijke deel van de natie. Vrouwen die geïnteresseerd zijn in koken. Nee, het is geen koksblad; koks lezen niet, die kijken plaatjes. Het zijn de vrouwen die lezen.

Met Angélique Schmeinck ga ik nog een boek maken over Foodisme. Gaat over het creatieve traject bij het maken van gerechten. Het maken van associaties. Foodisme ja, het eten als geloofsbelijdenis, als religie zo je wilt.’