artikel

Ik kan goed gezag verdragen

Horeca

Naam: Elly Swinkels
Leeftijd: 45 jaar
Functie: inspecteur BEM
Bijzonderheden: verkocht lunchroom ZOWYZO in Venray en ging begin dit jaar bij de paracommercie-politie, de BEM in Woerden. Van ondernemer naar werknemer: alleen nog maar naar problemen van ánderen hoeven luisteren, veel meer vrije tijd én vakantiegeld.

Ik kan goed gezag verdragen

‘Op m’n zestiende ging ik na school op de camping achter de bar werken. Toen ik 18 was trok ik in bij de campingeigenaar en zijn we in Overloon een groot restaurant begonnen. Later hebben we die zaak goed kunnen verkopen. Ik heb in m’n eentje ZOWYZO in Venray opgezet, een dagzaak. Ik wilde ook wel eens tijd voor mezelf en m’n familie. Vrij zijn met kerstmis, dat leek me fantastisch. Maar het stelt niets voor. Die film, Sissi, heb ik ook al honderd keer gezien. Nu kook ik met kerst voor de hele familie.

Het nadeel van een dagzaak is dat je jezelf ’s avonds op de bank voor de televisie tegenkomt. Daar kan ik absoluut niet tegen. Bij de BEM kan ik m’n tijd zelf indelen. Daarom ben ik regelmatig ’s avonds op pad. Dan ga ik naar sportkantines, dan zijn de beheerders er. Je kunt iets spannenders bedenken om de avond door te brengen, maar ik hoef in elk geval niet op de bank te zitten.

In 1999 werd ik uitgeroepen tot Meest Markante Horecamanager van het jaar. Dat heeft alles veranderd. Ik kwam in contact met de organisatie van Koninklijk Horeca Nederland in Woerden. Ik kreeg de titel denk ik vooral omdat ik mensen bij elkaar kan brengen. Ik was vice-voorzitter afdeling Venray van KHN en zat in het bestuur van de winkeliersvereniging. Ik sloeg bruggen tussen ondernemers en beleidsambtenaren. Ik had altijd met iedereen contact, was altijd aan het bellen. Ze noemden me Bel-Elly.

Ik zat in de commissie paracommercie van de Kamer van Koophandel. Antoon Rensen heeft mij vorig jaar benaderd om BEM-inspecteur te worden in Limburg en Brabant. Mijn vroegere horecacollega’s noemen me nu BEM-Elly.De overstap heeft me nauwelijks moeite gekost. Ik vertelde m’n broer dat ik de zaak wilde verkopen en dat hij het nog niemand mocht vertellen. Dezelfde avond had ik al een koper aan de lijn.

Ik ben nu werknemer en dat is heel verfrissend. Ik kan goed gezag verdragen. Als iemand de baas over mij wil spelen dan moet-ie het vooral doen. Ik ben geen ondernemer meer, maar heb elke dag met de horeca te maken. Ondernemers die de dupe zijn van oneerlijke concurrentie kunnen bij mij hun verhaal kwijt. Gemeenteambtenaren spoor ik aan om iets te doen tegen carnaval en bruiloften in sportkantines. Ze zeggen altijd: mevrouw, het ligt boven op de stapel. Ik zeg: haal het er dan maar eens snel af.

Omgerekend per uur verdien ik net zoveel als toen ik ondernemer was. Maar met 40 uur per week ben ik wel klaar. Ik heb voor het eerst in m’n leven vakantiegeld gekregen. Ik ga met mijn moeder naar Canada. Hobby’s heb ik niet. Ik heb wel een hometrainer gekocht, maar daar heb ik maar één keer opgezeten, toen de hoogte moest worden afgesteld.’