artikel

Ik moet dit gewoon volhouden

Horeca

De hotellerie is global business. Veel studenten van hotelscholen doen een of meerdere stages in het buitenland. Dit keer staat Lars Sammelius (22) uit Leiderdorp centraal. Hij is student aan de Hoge Hotelschool Den Haag en werkt als management trainee in het Hilton Tokyo Bay in Tokio.

Ik moet dit gewoon volhouden

‘Ik was gewaarschuwd. Ik zou het ontzettend moeilijk krijgen. Als stagiair word je in Japan niet geaccepteerd en je hebt er geen sociaal leven. Ik heb niet de makkelijkste weg gekozen, maar ik heb het zelf gewild. Ja, ik heb wel eens op het punt gestaan om het vliegtuig te nemen en naar huis te gaan. Maar ik vind ook dat ik dit ook moet volhouden, want als je bewezen hebt in Japan te kunnen werken, kun je overal terecht. Ik heb er drie maanden opzitten en moet nog tweëeneenhalve maand. In september ben ik afgestudeerd.

Ik ben managementtrainee in de food & beverage van het Hilton Tokyo Bay. Ik organiseer diners, maar heb ook de maken met de finance en de budgettering. Het werkt hier anders dan in Nederland. Ik bedoel, je kunt niet zomaar zelfstandig iets beslissen. Iedereen moet overal aan te pas komen. Er zijn voortdurend meetings en alles gaat in het Japans. Ik heb een begeleider toegewezen gekregen. Die praat een paar woorden Engels en voor de rest Japans De topmanagers hebben hier een translator, maar ik moet me redden met half Engels en half Japans. Gelukkig zijn alle rapportages wel in het Engels.

We hebben hier pakweg 800 man personeel en daar zitten hooguit een stuk of vijf buitenlanders tussen. Er zijn verder geen stagiairs. Ik ben een van de eerste hotelschoolstudenten die stage lopen in Japan. Sociale contacten zijn moeilijk, zeker met het hotelpersoneel. De hiërarchie is groot, hoe ouder je bent hoe meer aanzien en respect je krijgt, maar ik ben met m’n 22 ook nog eens een van de jongsten.

Disneyland
Het hotel ligt buiten de stad. 99 Tot 100 procent van de gasten zijn Japanners. Het zijn vooral bezoekers van Disneyland dat hier vlakbij ligt. Drie tot zes maanden per jaar is het hotel 100 procent bezet. Ik werk twaalf uur per dag. Dat is heel normaal in Japan. Ik ben wel twee dagen in de week vrij. Dan ga ik een beetje de stad in. Ik heb een appartement de stad, het is een behoorlijke ruimte. Als het mooi weer is ga ik op de fiets naar m’n werk. In twintig minuten ben ik er. Maar we zitten nu in het regenseizoen en dan neem ik de metro. Dat is elke ochtend proppen, proppen en nog eens proppen. Het lijkt wel of alle Japanners in dezelfde metro willen.

Eten doe ik meestel in het hotel. Elke dag rijst, in de staff cafetaria. Ik ga naar de personeelsuitjes: eten, drinken en dan karaoke. Engelse liedjes. Ja, ik doe volop mee en ik merk dat de anderen dat waarderen. Ook als ik me in het Japans verstaanbaar probeer te maken. Dus eigenlijk gaat het steeds beter en word ik steeds meer geaccepteerd.

Ik ben sinds ik hier ben niet meer in Nederland geweest. Ik heb wel voortdurend contact met mijn vriendin. Ze is een enorme steun voor me. Ze komt binnenkort voor twee weken naar Tokio. Ik zie er echt naar uit.’