artikel

Je moet je wel een beetje aanpassen

Horeca

Naam: Gurdip Singh
Leeftijd: 54 jaar
Functie: restaurantmanager Brasserie Schiller/NH Schiller Hotel, Rembrandtplein Amsterdam.
Bijzonderheden: Gurdip Singh verliet 30 jaar geleden zijn geboorteland India en vertoeft in Nederland als 100 procent aangepast burger. ‘Je moet tegen een vrouw kunnen zeggen: wat zie jij er vandaag leuk uit.

Je moet je wel een beetje aanpassen

‘Het was eind ’73, ik was 19 en onderweg naar Canada. Een Duitse vriend uit Kashmir nodigde me voor een paar weken uit in Frankfurt. Hij zou me Europa laten zien. Daarna zou ik doorvliegen naar Vancouver. In Frankfurt zijn we meteen de disco’s ingedoken. Pas na twee dagen kwamen we er weer uit. Ik ben nooit meer in Canada aangekomen. Ik ben er wel een keer overheengevlogen. Ik zei tegen mijn vrouw: kijk, hier ligt Canada.

Europa was een bevrijding voor me. In Punjab gingen we altijd Engelse films kijken en wachtten gespannen het moment af dat er gezoend werd. Waar ik vandaan kom, is zoenen niet zo vanzelfsprekend. Daar zeg je niet tegen een vrouw zoals hier: wat zie je er vandaag leuk uit. Ik vind dat dat moet kunnen, ik ben daar heel nuchter in. Mijn broer is veel emotioneler. Dan krijg ik weer opmerkingen als ik iemands vrouw heb omhelsd. Ik heb op een gegeven moment tegen hem gezegd dat ik die opmerkingen zat was.

Je moet je wel een beetje aanpassen. Toen ik destijds in Duitsland aankwam, heb ik na een paar dagen m’n tulband afgedaan. Het net als met die hoofddoekjes. Stel dat bij ons iemand achter de receptie staat met een hoofddoekje, dat staat toch niet? En altijd wordt die discriminatie er weer bij gesleept. Ik woon hier al dertig jaar en ben nog nooit gediscrimineerd.

Ik ken een jongen uit Ambon die geen enkele discotheek binnen durft te gaan, omdat hij bang is gediscrimineerd te worden. Dan roep je het over jezelf af. Ik ben nooit bang of onderdanig geweest. Als ik m’n steak niet saignant krijg geserveerd, dan stuur ik ‘m gewoon terug.

Ik kom uit Kharl Kurd een dorpje in de staat Punjab. Mijn ouders hadden een boerderij, we waren een middle class gezin. Ik studeerde Engelse literatuur, Shakespeare, D.H. Lawrence, maar wilde geen professor worden. Een tijdje heb ik overwogen om beroepsmilitair te worden, toen kwam dat Canada-idee.In Frankfurt werkte ik bij de zwager van de eigenaar van het Damrak hotel hier in Amsterdam.

Zo kwam ik hier terecht. Ik heb in het Damrak alles gedaan: nachtportier, receptie, boekhouding. Tien jaar heb ik er gezeten, daarna tien jaar Memphis hotel. Ik heb ook nog een tijdje in een Indonesische restaurant de P.C. Hoofdstraat gewerkt. Vier man in de keuken, vijf in de bediening, binnen een jaar was die tent failliet. Ik had er Martin Lindelauf leren kennen, die was toen general manager van Schiller. Ik zit nu alweer twaalf jaar in het Schiller. Ik ben restaurantmanager.

Een paar keer per jaar vlieg ik naar India. Mijn ouders leven nog. Het afscheid is altijd het moeilijkst. Huilen, maar so be it We zijn met drie broers. Alledrie zijn we weggegaan. M’n ene broer is in Spanje een Indiaas restaurant begonnen, m’n andere broer, Ajinder Pal Singh, woont in hier in Amsterdam. Hij is succesvol in de mode. Ik ben erg trots op hem. Hij is met mijn hulp naar Nederland gekomen. Ik heb wel meer mensen uit India geholpen om naar Nederland te komen. Sommigen lopen nu met een boog om me heen en ik heb geen idee waarom. Heel raar is dat. Maar ach, ik verwacht ook niet van ze dat ze me eeuwig dankbaar zijn.’