artikel

Job, de visser

Horeca

Zoals de wind waait, vangt Job zijn vissen. De zee maakt hem sterk, hij recht zijn rug en zijn blik temt de hoogste golven. Ze grommen. Soms schreeuwt hij terug. ‘Zij is altijd sterker’, zegt hij, wijzend naar de zee. Maar de zee geeft ook. Als er veel schelpen aan de vloedlijn liggen, kon er wel eens zeebaars zitten en zet de visser zijn netten uit tussen twee ankers.

Job Versteeg (40) vist voor Merlet snoekbaars. Hij vangt ook schar en de vrij zeldzame harder, maar de baars raakt hij het makkelijkst kwijt. Andere vis is gequoteerd en daar heb je vergunning voor nodig. In het voor- en najaar, als de snoekbaars langs trekt, zo’n tien kilo per dag. Hij brengt zijn vangst linea recta naar Alan Pearson, die bijna blind van hem afneemt.

Bouwkeet
Versteeg is geen visser van huis uit. Hij doet het pas een jaar of tien. Maar de zee is wel zijn leven lang een fascinatie. Als kind groeide hij op in Petten en was veel bij het water te vinden. Versteeg is naast visser ook kunstenaar en zou wel boten willen bouwen. ‘Allemaal egocentrische types’, zegt hij grinnikend, ‘maar het liefst zou ik elke dag vissen. Van de zomer heb ik permanent heb ik permanent in een bouwkeet op het strand gewoond. Ik ga binnenkort in Portugal kijken wat de mogelijkheden daar zijn. De baars overwintert daar, dus wie weet.’

Markreel
Versteeg is een archïsch visser, dus hebben vissen nog een kans om te ontsnappen, want wat te klein is of nog leeft, mag weg. ‘
Ik vis dicht onder de rand tussen twee ankers met een net van vijftig meter. Aan de noordkant is hij een beetje open en aan de zuidkant wat ondieper. Staandwandvissen noemen ze dat. Het is eigenlijk net een gordijntje. In Den Oever heb ik geleerd hoe je die netten maakt. De bovenste pees drijft en houdt daardoor het net hoog. In de onderste zit lood. Soms zit ik bovenop de zandbank en sta ik tot halverwege mijn kuiten in het water. De snoekbaars aast op zandspiering.
Waar veel zandspiering zit, zijn veel vogels, vooral zandlopertjes.. Wanneer je veel meeuwen ziet, kun je er vanuit gaan dat er makreel in de zee zit, maar daar vis ik niet op. Ik ben wat ze noemen een passieve visser. Het net heeft een klein beetje sleep, maar ik maak met mijn netten de zeebodem niet kapot. Kleine vis kan wegkomen. Het liefst heb ik een noordelijk windje want dan is het water helder. De snoekbaars is een zichtjager, dus die moet zijn prooi wel kunnen zien.’