artikel

Kabeljauw voor de massa

Horeca

De Noren zijn ervaren viskwekers. Na de zalm weten ze sinds kort ook kabeljauw te kweken. Zoals bij de Nutreco-kwekerij in Kollsness. Het bedrijf ontwikkelde plantaardig voer om de kabeljauw door de kritieke eerste 40 levensdagen te helpen. De verwachtingen over de afzetmogelijkheden zijn hooggespannen. ‘Het is na de zalm het volgende product voor de massa.

Kabeljauw voor de massa

Het lijkt hier wel een ziekenhuis. Zo schoon en steriel is het hier, merkt iemand op tijdens de rondleiding door de Nutreco-kwekerij. Journalisten in witte kledij en met beschermende hoezen over de schoenen wandelen door enkele ‘kraamkamers’ van kabeljauw. Bij de ingang van elke ruimte staan bakken met ontsmettingsmiddel. De vloeren zijn schoon en er branden tl-lampen. De temperatuur is niet aangenaam, althans voor persvolk. Kabeljauw is gevoelig voor warmte, de ideale temperatuur is 10 tot 14 graden, wordt ons verteld. In grote bassins zwemmen per bad zo’n 20.000 jonge kabeljauwen van een paar maanden oud.

Aan deze zwembaden zitten voedingsbussen met kleine korreltjes droogvoer. Het voeren van de jonge vissen was jarenlang de bottleneck voor kwekers van kabeljauw. Deze witvis blieft in gevangenschap geen brokken voer. Met name in de eerste 40 levensdagen, de meest cruciale, bleken ze niet aan het droogvoer te willen.

Van de Franse teelt van zeebrasem pikten de Noorse kwekers op dat je algen en garnalen als voeding kunt gebruiken in de eerste 30 tot 40 dagen. Ze kweken deze natuurlijke voedingsstoffen zelf.

Tijdens onze rondleiding in Kolness zien we in een laboratoriumachtige kamer groen- en bruingekleurde glazen buizen staan met borrelend water en algen. Het tl-licht brandt hier fel. ‘Als we in de winter depressief zijn vanwege het trieste weer, gaan we hier naartoe’, grapt een medewerker. De algenproductie levert voldoende voeding op voor de dieren; zo nodig is het aantal kweekvissen nog te breiden.

Naast algen krijgt de jonge kabeljauw kleine garnalen. Deze twee soorten voeding zijn van levensbelang in de eerste 40 dagen. Daarna gaan de gekweekte witvissen over op droogvoer.

Conservatief
Als de kabeljauw zo’n acht maanden oud en tussen de 50 en 100 gram weegt, wordt hij overgebracht naar bassins in zee. Dit proces is vergelijkbaar met dat van de kweekzalm. ‘We hebben veel geleerd van de zalmteelt’, vertelt Reid Hole, corporate director foods safety van Nutreco en specialist op het gebied van aquacultuur. De ervaringen die Noorse kwekers de afgelopen twintig jaar opdeden met deze vis, gebruiken ze nu voor kabeljauw. ‘Voor kweekkabeljauw kan de markt twee keer zo snel groeien als bij zalm gebeurde’, luidt de verwachting van Hole. Hij ziet voor kabeljauw enorm veel potentie in de kweekvisteelt. ‘Dit kan een heel grote industrie worden.’

Enkele ramingen van zijn hand: drie ton kweekkabeljauw in 2003 en 225 ton in 2010. Deze cijfers bestempelt hij overigens als conservatief. De snelle groei van de teelt is onder meer mogelijk door de expertise rond kweekzalm te gebruiken, maar ook omdat kabeljauw minder voer nodig heeft dan zalm. ‘Kabeljauw leidt een rustiger leven.’ Een kabeljauw kan dagelijks 1,7 procent groeien in een kwekerij, en heeft slechts 0,95 kilo voer nodig om een kilo zwaarder te worden.

De successtory van Nutreco heeft een klein minpuntje. Hole erkent dat nóg een bedrijf is geslaagd kabeljauw te kweken. ‘Maar dat is nog bezig aan de opbouw. Wij zijn een stap vooruit’, vindt Hole. Waarschijnlijk doelt hij op Stolt Seafarm. Espen Staubo van deze viskweker laat weten dat ze de techniek om kabeljauw te produceren al jaren geleden hebben ontdekt. In 1980 om precies te zijn begonnen ze te experimenteren. Sinds kort hebben ze het weer opgepakt. ‘We hebben de expertise in huis’, is alles wat Staubo loslaat. Net als bij Nutreco lag de moeilijkheid in de voeding voor de jonge vis. ‘Het is het volgende visproduct dat voor de massa wordt, net als zalm’, durft Staubo te voorspellen.