artikel

Kamers voor Curaçao

Horeca

Bon bini to Paradise! Welkom op Curaçao! Het grootste eiland van de Nederlandse Antillen zet de deuren wagenwijd open om zichzelf van de economische ondergang te redden. Werkvergunnningen zijn niet langer verplicht. Voor buitenlandse investeerders die hotels willen bouwen gaat de rode loper uit: de eerste Amerikaanse ketens hebben inmiddels voet aan wal gezet. Nu de toeristen nog. ‘Wacht maar af, er gaan hier hele mooie dingen gebeuren.

Kamers voor Curaçao

Wie even weg wil van alle gedoe rond mond- en klauwzeer moet deze dagen vooral níet afreizen naar Curaçao. Ook in het Caribisch deel van het koninkrijk houdt de veeziekte de autoriteiten bezig. Passagiers van KLM 789 uit Amsterdam worden bij aankomst op de internationale luchthaven Hato vriendelijk doch dringend verzocht de schoenen in de ontsmettingsmatten te soppen.

Gevangenis
Nee, mkz heeft het eiland niet bereikt, en dat willen ze liever ook zo houden. Curaçao heeft al problemen genoeg. Het zijn de regelmatig terugkerende berichten in de Nederlandse kranten: kansarme Antillianen die massaal naar Nederland vertrekken, een overbevolkte gevangenis en een overheid die jarenlang veel te veel geld heeft uitgegeven aan ambtenarensalarissen.Sombere geluiden over een achteruithollende economie domineren. Terwijl er wel degelijk van alles wordt ondernemen om het tij te keren. Als voorwaarde voor blijvende financiële steun vanuit Den Haag is het Internationaal Monetair Fonds momenteel druk bezig met sanering van de overheidsuitgaven. De eerste duizend ambtenaren zijn al naar huis gestuurd.
Het toerisme, op het naburige Aruba de motor waarop de economie draait, is nu ook op Curaçao speerpunt van economisch herstel. Het werd hoog tijd. Curaçao is al geruime tijd een toeristisch zorgenkindje. De bezoekersaantallen schommelen de laatste jaren rond de 200.000, de cruisetoeristen niet meegerekend. Bijna eenderde van de vakantiegangers komt uit Nederland. Ter vergelijking: Aruba verwerkt op jaarbasis een paar miljoen toeristen, overwegend uit de Verenigde Staten.

Dure dollar
Het Curaçao Tourism Development Bureau (CTDB) in Willemstad – deze dagen zelf onderwerp van een saneringsoperatie: de directie moest vorige het veld ruimen – wijt de stagnerende bezoekersaantallen steevast aan het slechte imago van het eiland in Nederland. Een imago dat voornamelijk wordt gevoed door de negatieve berichtgeving in de Nederlandse kranten.
Er speelt meer. De hoge dollarkoers bijvoorbeeld, die de aan de dollar gekoppelde Antilliaanse gulden voor ons peperduur maakt. En Curaçao mag dan gezegend zijn met zon, azuurblauwe baaien en een rijke cultuur en historie, als vakantiebestemming moet het concurreren met vele tientallen, veelal goedkopere destinaties in de Caribische regio. Daar komt bij dat het eiland, in tegenstelling tot Aruba, nauwelijks bekendheid geniet bij de Amerikanen. Een miljoenencampagne van het CTDB in de Amerikaanse media, waarvoor een paar jaar geleden de van Curaçao afkomstige en voor Atlanta Braves uitkomende honkbalspeler Andrew Jones werd ingezet, bracht Jones veel bekendheid maar leidde niet tot de beoogde groei van de toeristenstroom uit de Verenigde Staten.
Er is meer voor nodig om kans te maken op de omvangrijke Amerikaanse markt.
Luchtverbindingen bijvoorbeeld. De Antilliaanse luchtvaartmaatschappij Air ALM vliegt dagelijks op Miami en ook American Airlines heeft een regelmatige verbinding met Willemstad, maar daar krijg je de hotels niet mee gevuld. Op vliegveld Reina Beatrix op Aruba landen dagelijks tientallen charters, bomvol toeristen uit de VS, Canada, het Zuidamerikaanse continent en niet te vergeten Europa.

Vliegen
Voor toeristen uit Nederland en andere Europese landen is Curaçao in belangrijke mate afhankelijk van de KLM. Nadeel is dat de maatschappij doorgaans te weinig of in te laat stadium stoelen beschikbaar heeft. Curaçao is voor een groot aantal vluchten van de KLM niet meer dan een tussenstop op de transatlantische route naar Quito en Lima. Stoelen voor die bestemmingen leveren de maatschappij meer op.
Er zijn alternatieven. Het Van der Valk Plaza Hotel in het centrum van Willemstad heeft de KLM de oorlog verklaard en laat haar gasten sinds maart twee keer per week invliegen met een toestel van Air Holland. Air ALM vliegt drie keer per week heen en weer tussen Hato en Schiphol met een geleast toestel van het Belgische Sobelair.
Meer vliegverbindingen zijn voorwaarde voor verdere ontwikkeling van het toeristisch product Curaçao. Maar vliegtuigen komen niet vanzelf, onderstreept directeur Don Werdekker van de Curaçaose hotelorganisatie Chata bij een kop koffie op een schaduwrijk terras in hartje Willemstad. ‘Airlift follows capacity, en niet andersom. Eerst meer hotelkamers, dan dienen die Amerikaanse en Europese charters zich vroeg of laat ook wel aan.’
De roep om meer en betere hotels klinkt al veel langer op Curaçao, waar het aantal kamers op 2500 ligt. Dat aantal is de laatste paar jaar nauwelijks gegroeid. Mooie plannen voor nieuwe projecten liepen tot voor kort vast op financiering of raakten verstrikt in de Curaçaose praatcultuur: veel beloven maar weinig presteren. En dan zijn er nog de hotels die door mismanagement failliet gingen. In een paar jaar tijd gebeurde dat met een paar grote hotels, waaronder het voormalige Caribbean en Princess Beach, aan de zuidkust.

Ketens
Dat laatste deed Curaçao in de reiswereld geen goed, maar het luidde wel een nieuw tijdperk in: dat van de Amerikaanse ketens. Sheraton ontfermde zich over het Caribbean en deed onlangs hetzelfde met Princess Beach. Verder nam het grote Marriott het management over van het noodlijdende Sonesta. Chata-baas Werdekker: ‘Of we het nou leuk vinden of niet, we hebben de Amerikanen nodig willen we ooit meer toeristen naar dit eiland halen. Met het marketingapparaat van een Marriott of een Sheraton bereik je nou eenmaal veel meer dan een zelfstandig opererend hotel hier ooit zou kunnen.’
Er gebeurt veel meer. Er wordt druk gebouwd, getuige de hijskranen die overal de lucht insteken. In economisch slechte tijden komen bouwbedrijven en aannemers vaak om in het werk, zo blijkt ook maar weer op Curaçao. Langs de hele zuidkust zijn nieuwe projecten in ontwikkeling, veelal gefinancierd met buitenlands kapitaal en in samenwerking met grote ketens. Er gaat geen dag voorbij of de middagkrant Amigoe maakt melding van weer een nieuw hotel of luxe resort, of de uitbreiding van bestaande accommodatie. Vers van de pers is een project bij Santa Barbara, dat binnen drie jaar gereed moet zijn: een 350 kamers tellend hotel met golfbaan en jachthaven. Kosten: 300 miljoen gulden. Er wordt nog druk onderhandeld met twee internationale ketens. Joep van den Nieuwenhuizen tekende eerder voor een soortgelijk project, dat momenteel z’n voltooiing nadert. Leuke anekdote: Van den Nieuwenhuizen wilde pal naast de 18 holes golfbaan een landingsplaats voor helikopters aanleggen. Zo kon hij Amerikaanse golfers direct laten invliegen vanuit Aruba. De lokale autoriteiten keurden het plan af: al het vlieg- en scheepvaartverkeer dat niet op de normale manier (via vliegveld of haven) binnenkomt, wordt op Curaçao al snel in verband gebracht met cocaïnesmokkel.

Bouwvakkers
Uniek is het initiatief van een andere, minder bekende Nederlandse zakenman, Jacob Gelt Dekker. In het verpauperde, door de Unesco beschermde, stadsdeel Otrobanda laat hij op dit moment voor 50 miljoen dollar hotel Kura Hulanda verrijzen, een vijfsterrenhotel waarin geen kamer hetzelfde is. Even verderop, ook in Otrobanda, zwoegen bouwvakkers onder de brandende zon aan wat over een jaar hotel Brionplein gaat heten. Precies op de plek waar in de jaren vijftig hotel Americana gouden tijden beleefde. Meer naar het westen, aan de Piscadera-baai (waar ook Marriott en Sheraton zitten) opent één dezer dagen het eerste designhotel van Curaçao de deuren: het Floris Suite Hotel, ontworpen en ingericht door niemand minder dan Jan des Bouvrie. Op het dak moet de vlag van een bekende keten gaan wapperen. Golden Tulip zou belangstelling hebben.
Van der Valk heeft grootste plannen voor de bouw van een tweede hotel nabij het Seaquarium-strand. De Kontiki Beachclub is al open. Er wordt gefluisterd dat het Toekanconcern het hotel waarschijnlijk nooit zal bouwen. ‘Eerst zien, dan geloven’, zegt ook Chata-baas Don Werdekker. ‘Ze hebben wel vaker dingen toegezegd, maar niet alles komt ook daadwerkelijk van de grond.’