artikel

Keukenhof is Hollandse scepsis beu

Horeca

Iedere Nederlander kent de Keukenhof. Toch komt slechts een kwart van de 700.000 bezoekers die het park jaarlijks trekt uit eigen land. Iedere eerste dag van de lente gaan de deuren open. Nu de naderende Golfoorlog veel overzeese toeristen thuis dreigt te houden, is het belangrijker dan ooit om de sceptische Hollander naar binnen te lokken. Het motto: Keukenhof, hoe vaker, hoe leuker.

Keukenhof is Hollandse scepsis beu

Nederland mag dan meer zijn dan bollen en klompen, de toerist blijft dol op beide stereotypen. En dat weten ze bij de Keukenhof als geen ander. Zeven miljoen bloembollen zijn afgelopen najaar met de hand in de grond gestopt om in de 63 dagen dat dit ‘venster op het bollenvak’ geopend is, de faam van het park weer te bevestigen. Vorig jaar passeerden 680.000 bezoekers de ingang. Dit jaar wordt gehoopt op 700.000 mensen, oorlogsdreiging of niet.

De aantallen maken de Keukenhof tot een volwaardig lid van de Club van Elf. Het samenwerkingsverband van de elf grootste attractieparken in het land. Maar waar topattracties als het Dolfinarium en de Efteling er wel in slagen veel Nederlandse gasten te lokken, is het merendeel van de Keukenhof-bezoekers afkomstig uit het buitenland. Het gros uit de ons omringende landen België, Duitsland, Engeland en Frankrijk. Een substantieel deel – zo’n 35 procent – komt van verder, uit Azië en Amerika.

Keukenhofs general manager horeca en retail, Hans Oosterdijk, stuurt zijn golfkarretje door het nog nagenoeg lege park. Het is twee weken voor de opening. Her en der steken krokussen hun paarse kopjes boven de donkere modder. Voor de rest is nog maar weinig groen te ontdekken. Oosterdijk wijst naar een houten huisje. ‘Dat is het klompenhok waar we ook demonstraties verzorgen. Jaarlijks verkopen we hier tienduizend paar klompen.’

Verder gaat het. Over de oud-Hollandse ophaalbrug. Langs het water. Waar binnenkort de leasezwanen weer rondzwemmen. Het elektrisch aangedreven wagentje rijdt een glazen kas binnen. Ook hier geen bloem te bekennen. Timmerlieden sjouwen houten schotten heen en weer. Nauwelijks voor te stellen dat het hier op de eerste dag van de lente, op 21 maart, vol staat met orchideeën, begonia’s, gerbera’s of chrysanten. Langs de paden zijn tuinlieden her en der druk bezig met graszaad strooien. ‘Als we het gras het hele jaar zouden laten staan, put dat de grond te veel uit. Dan zouden plantenziektes kunnen uitbreken. Als het seizoen is afgelopen branden we het weg, en zaaien kort voor de opening nieuw gras in.’ Bij het verschijnen van deze Misset Horeca kunnen de perkjes al worden gemaaid, verzekert Oosterdijk, bezig aan zijn tweede jaar op het bloemenpark.

40.000 per dag
Hans Oosterdijk noemt zichzelf een echte projectman. En wat dat betreft viel hij vorig jaar met zijn neus in de boter toen Eurest Horeca – verantwoordelijk voor de exploitatie van de vijf ‘horecaclusters’ op het park – hem vroeg er verantwoordelijk te worden voor de horeca. ‘Als je maar zo beperkt open bent als de Keukenhof praat je over een fantastische uitdaging. Alleen al omdat je moet inspelen op de fluctuatie van het aantal bezoekers. Dat varieert van 4000 tot 40.000 per dag. Om acht uur ’s ochtends staan hier de eerste bussen al voor de deur. Maar ook je personeelsbeleid vraagt aandacht. Naast een vaste kern van vier mensen die hier permanent werken, stroomt er op 1 januari een stafafdeling in van acht personen. Dit groeit naar zo’n dertig personen naarmate de opening dichterbij komt. Op de eerste dag dat het park open is komt het horecapersoneel binnen, 175 tot 200 mensen. Op piekdagen kan dit stijgen tot 300 man. We hebben geen problemen om mensen te vinden. Gedurende het jaar doen we er veel aan om onze mensen betrokken te houden bij het park. Veel personeel komt graag terug.’

Terwijl het golfkarretje langs de molen rijdt, vertelt Oosterdijk dat zijn eerste jaar op de Keukenhof vooral in het teken stond van de sfeer opsnuiven en ervaring opdoen op deze specifieke locatie. ‘Bij alles wat je doet moet je je afvragen: past het binnen het afgesproken budget, en is dat wat je doet in het belang van alle partijen?’ Zijn mobieltje piept. Een Eurest-collega. Of er niet nog een baantje is? Helaas. ‘De horecavacatures zijn ieder jaar snel vervuld. Binnen Eurest Horeca heeft de Keukenhof een soort ‘status aparte’. Als bedrijf zijn we erg trots op dit project.’

Al het horecapersoneel wordt geschoold volgens het BAK-principe. Een afkorting die staat voor Beleving, Aandacht en Kwaliteit. ‘Alles is hier aan opgehangen. De afruimers krijgen bijvoorbeeld als rol mee om ieder kind op het terras een kleurplaat en potloden te geven. En er dan ook even op de knieën naast te gaan zitten. Leuk voor de medewerker, leuk voor de gast en leuk voor mij om dat aan te sturen. Elke medewerker moet weten welke rol hij of zij vervult op het park. Vanaf de eerste dag krijgen de mensen ook ‘on the job’-training om tot de laatste dag gemotiveerd te blijven. Dit past heel duidelijk in de visie van de Keukenhof. Iedere gast moet met een glimlach het park verlaten.’

Hollandse bollenschuur
Naast een enerverend personeelsbeleid is er volgens Oosterdijk nog een jaarlijkse uitdaging voor het parkmanagement, waar ook hijzelf deel van uitmaakt. Hoe ga je om met trends? Wat wil de bezoeker? ‘Als je iets nieuws neerzet, is het maar de vraag of het ook daadwerkelijk aanslaat. Maak je een fout dan kun je die pas een jaar later herstellen. En zit je dan wél op het goede spoor? Vorig jaar hebben we onze visie op de toekomst neergelegd. Daaruit kwam naar voren dat we de beleving van het park door de bezoeker willen verbeteren. Eén van onze restaurants hebben we daarom verbouwd tot een oud-Hollandse bollenschuur. Het lijnbuffet ging eruit en we zijn gaan werken met free flow. Het is een kostbare investering voor een restaurant dat maar zo beperkt open is. Maar alles wat we hier op de Keukenhof doen moet kwaliteit uitstralen. Je komt niet weg met het neerzetten van een paar extra tenten. Ook al omdat het tot eind maart nog kan vriezen.’

Dus is veel geld in de thematische indeling van één van de restaurants gestoken. Ook staan de keukenactiviteiten nu meer in het zicht. De ruwhouten balken met daarbovenop rijen laarzen en houten bollenkratjes herbergen veel leaseapparatuur als grillplaten en ovens, waarop koks voor het oog van de gast de etenswaren bereiden. Een speciale verlichte en draaiende oven bakt de broodjes af.

‘We werken hier in hoge mate met verse producten, en veel zaken bereiden we onder het oog van de gast. Wat we niet op de kaart hebben? Saté. De Nederlander is er dol op, maar de buitenlander heeft er niets mee. Wel verkopen we 25.000 schnitzels per jaar. Vooral Duitsers zijn daar gek op. Met alles wat we doen houden we rekening met de diversiteit van onze bezoekers. Onze gemiddelde gast is ook boven de 40.’

Platvorm voor kunstenaars
De rit in het golfkarretje geeft een goede indruk van het 32 hectare tellende park. Bij twee van de vijf zelfbedieningsrestaurants staan de terrassen al uitnodigend klaar. ‘Op piekdagen kunnen we de capaciteit opschalen met terraskiosken. Daar kunnen mensen even een snelle hap nemen. Of een ijsje. Echt mooie tenten zijn dat. Daarnaast zetten we ijs- vis- en hotdogkarren in. Ook die moeten voldoen aan onze kwaliteitseisen. De vijf oud-Hollandse ijskarren huren we bij een bedrijf in Friesland. En dit jaar werken we voor het eerst samen met Unox voor de hotdogs. Zij wilden hun eigen parasols op de karren. Hebben we geweigerd. Het moet wel in de stijl van het park zijn, dus onze parasols komen erboven.’

Klompen, tulpen, poffertjes, haring. Naast deze typisch Hollandse zaken zijn er volgens Oosterdijk genoeg elementen die ook de Nederlandse bezoeker zullen aanspreken. Al blijft het imago van een oubollige dagbesteding hardnekkig. Om het aantrekkelijker te maken verandert het park in de paar weken dat het open is continu van kleur, als weer een nieuwe lading bollen in bloei komt. Ontwerper Jan Guldemond laat dit jaar oranje domineren.

Een andere activiteit die de Nederlander moet verlokken is de tentoonstelling Gnome Sweet Gnome. In samenwerking met de Stichting Kunst en Openbare Ruimte heeft de Keukenhof voor de komende drie jaar een programma ontwikkeld om hedendaagse beeldende kunst te presenteren. Onderwerp is de tuinkabouter in alle denkbare facetten. Ook wil het meest gefotografeerde park ter wereld een podium zijn voor aanstormende Hollandse meesters. Jonge kunstenaars uit alle disciplines krijgen de gelegenheid zich in de Keukenhof te presenteren.

Daarnaast richt het Frans Hals Museum een tentoonstelling in over de tulpengekte in de Gouden Eeuw. Toen in de 17e eeuw de eerste tulpen vanuit Turkije in ons land terechtkwamen, werd de bloem hier zeer populair. De handel in tulpenbollen nam een grote vlucht; er werd zelfs mee gespeculeerd. De tentoonstelling laat spottende werken zien over deze windhandel, gemaakt door Jan Brueghel II en Hendrik Gerritszoon Pot. Aandacht voor kunst, en het uitgeven van aantrekkelijker geprijsde seizoenspassen, moeten dit jaar vooral de Randstedelijke bezoeker ertoe verlokken vaker naar Lisse te komen.

Langer seizoen
Keukenhof is een zelfstandige stichting. Eind jaren ’40 gestart op initiatief van de toenmalige burgemeester van Lisse. Hier laat de bollensector jaarlijks zien waartoe zij in staat is. ‘Ons voornaamste ‘mission statement’ is ook nog steeds het showvenster van het bollenvak te willen zijn.’ Grote winsten maken mag tot op de dag van vandaag niet de hoogste prioriteit hebben, geld verdienen is natuurlijk wel essentieel. Gevraagd naar de gemiddelde besteding van iedere gast zegt Oosterdijk die cijfers niet te mogen geven. ‘Iedere bezoeker betaalt een entree van €11,50, groepen zijn iets goedkoper uit. Daarnaast komt een substantieel deel van de inkomsten van de horeca- en detailhandelsactiviteiten.

Onder aanvoering van de pas aangetreden directeur Jan Willem Wessel bekijkt de Keukenhof momenteel of een deel, met name de gebouwen, langer open kan blijven.Oosterdijk juicht de plannen toe. ‘De verwachting is dat er binnen twee jaar een nieuw entreegebouw komt aan de andere kant van het park. Dit nieuwste gedeelte leent zich er goed voor om langer open te blijven. Dan kunnen we nieuwe markten aanboren. Multinationals bijvoorbeeld vergaderen graag in de Keukenhof. Ze organiseren hier nu al van alles – congressen, seminars – en dat plannen we momenteel in de normale openingsperiode in. Maar ’s zomers is het hier ook bepaald niet verkeerd toeven.’

In het nieuwe bollenschuurrestaurant hapt hij in een ciabatta en blikt naar buiten. De bomen zijn nog kaal, maar dit zal snel veranderen. ‘Vorig jaar hoefde ik ’s ochtends maar de beukenlaan in te kijken om te weten hoe druk het die dag zou worden. Het is hier fantastisch werken. Als je hier niet gelukkig bent, dan word je het nergens.’