artikel

Klanten kritischer op Chinese snackbar

Horeca

Een groeiend aantal ondernemers van buitenlandse komaf nemen cafetaria’s over. Binnen deze groep van allochtone ondernemers hebben Chinezen een aparte plaats, vindt cafetariahouder Jack Chen van Cafetaria D’n Heiakker uit Deurne. Het merendeel van de Chinezen die een cafetaria beginnen is immers al geruime tijd in Nederland. Of zelfs hier geboren, zoals Chen. ‘Ik voel me geen buitenlander maar cafetariaondernemer’, vertelt hij.

Klanten kritischer op Chinese snackbar

Veel Chinezen die een cafetaria overnemen, beschikken over een ruime horeca-ervaring. Net zoals Chen werkten ze in het restaurant van hun ouders of bij andere familieleden. ‘Het zit in onze cultuur dat familieleden meehelpen.’

Ook als Chinezen een cafetaria beginnen gaat de familie aan de slag. Dat bespaart wellicht personeelskosten, maar volgens Chen is het niet altijd een goede zaak. ‘Veel Chinezen die een cafetaria beginnen, spreken gebrekkig Nederlands, ondanks dat ze al lang hier zijn. In die zaken wordt vaak onderling Chinees gesproken’, vertelt hij in perfect Nederlands. ‘Dat kan achter de bar in een Chinees restaurant wel. Daar is de klant dat niet anders gewend. Maar in het oer-Hollandse cafetariabedrijf moet je dat niet doen. Dat komt niet gastvrij over en het stoot klanten af. Je moet een praatje kunnen maken met de gasten en de vaste klanten zelfs bij naam kennen.’ Uiteindelijk levert de gebrekkige communicatie volgens Chen een imagoprobleem op. ‘Ook voor Chinese cafetariahouders die het wel goed doen.’

Specialisatie
Bovendien heeft de omzet te lijden onder het taalprobleem, weet Chen. ‘Het is lastig om iets extra’s zoals frisdrank of een nieuwe snack te verkopen als je het Nederlands niet goed beheerst. Bij sommige cafetaria’s die in Chinese handen overgaan zie je dan ook een terugloop in de omzet.’ Dat geldt met name bij Chinezen die voor het eerst buiten de gesloten kring van restaurants treden, is Chen van mening. ‘Ze werken keihard, maar dat is niet genoeg. Vaak schakelen ze dan over op een groter Chinees assortiment, terwijl ze zich juist op de cafetaria moeten concentreren. Je moet je in één ding specialiseren en dat goed doen.’

De ondernemer vindt dat de klanten, die een ‘Chinese’ cafetaria bezoeken, kritischer zijn. ‘Wij moeten extra ons best doen en netter en schoner werken. Ik denk dat als er een Nederlander achter de bakwand staat de klanten het idee hebben dat het wel goed zit.’

Chen ziet een nieuwe generatie Chinese cafetariaondernemers die net zoals hij goed Nederlands spreken en inmiddels ruime cafetaria-ervaring hebben. ‘In de omgeving van Utrecht zijn Chinezen al eerder overgestapt naar de cafetaria. Daar zie je dan ook dat ze het heel goed doen. Soms zelfs al meerdere zaken hebben. In Zuid-Nederland zijn het vaak mensen die voor het eerst met een cafetaria starten.’

Stage
In het bedrijf van Chen is Nederlands de voertaal, ook tussen hem en zijn vrouw. Bovendien kiest hij bewust voor Nederlands personeel. Toch verloochent hij zijn afkomst niet. Zo maken regelmatig Chinezen bij hem kennis met het cafetariavak. ‘Die lopen een soort stage bij mij. Op die manier leggen wij de basis voor hen.’ Ook helpt hij bij hun contacten met bijvoorbeeld horecamakelaars en grossiers. ‘De onderlinge samenhorigheid is groot. We ondersteunen elkaar zelfs financieel als iemand een bedrijf wil beginnen.’

Voor Chen en zijn vrouw Jennifer stond min of meer vast dat hij geen restaurant zou beginnen. ‘Je bent met een restaurant afhankelijk van anderen. Je hebt veel personeel nodig. Dat maakt het tegenwoordig ingewikkeld om een restaurant rendabel draaiend te houden. Je moet als ondernemer te veel zaken in de gaten houden. Bovendien is de investering in een restaurant erg hoog.’

Chen koos er in 1997 voor een bestaande cafetaria over te nemen. ‘Dat was een bedrijf aan een doorgaande weg hier in Deurne. Hij baatte het bedrijf ruim vijf jaar uit. ‘Ik heb daar een goede naam opgebouwd en had daardoor een flinke kring van vaste klanten.’ Ondanks dat het een huurpand was, investeerde hij flink. Het hele interieur, behalve de bakwand, werd vernieuwd. ‘Er stonden me nog meer investeringen te wachten. Bovendien waren er wrijvingen met de verhuurder die het onderhoud verwaarloosde. Daarom ben ik op zoek gegaan naar een andere cafetaria.’

Die vond Chen in buurtcafetaria D’n Heiakker, waar hij sinds juli verleden jaar actief is. ‘Ik hoorde van mijn groothandel dat de eigenaar had gezegd dat hij rond zijn 55-ste wilde stoppen. Zonder dat het bedrijf te koop stond, ben ik naar hem toegegaan en heb het inclusief pand over kunnen nemen.

Met name het eigendom van het onroerend goed was voor Chen een absolute voorwaarde. ‘Ik wil met deze buurtcafetaria echt iets opbouwen. Dat is nu mogelijk.’ Inmiddels heeft Chen nieuwe werkkleding aangeschaft en is ook het interieur onder handen genomen. In de zomer wordt een nieuwe HR-bakwand geplaatst. ‘Dat is echt nodig want in de spits valt de huidige te ver terug in temperatuur en dat komt de kwaliteit van de producten niet ten goede.’

Assortiment
In het assortiment is de afkomst van Chen niet zichtbaar. Wel staan er een bami- en nasischotel op de kaart. ‘Die komen van een leverancier en maken we niet zelf. We zijn een cafetaria, geen Chinees restaurant. Tegen dat imago, “veel, voor weinig geld”, is toch niet op te boksen. Moet je dan nog meer eten, voor nog minder geven?’ Bovendien is het naar zijn mening logistiek ondoenlijk om in de spits een Chinese maaltijd te bereiden. ‘Die moet in de keuken vers gemaakt worden. Daarvoor heb je dan wel een extra personeelslid nodig. Dat kost meer dan het oplevert.’ Wel verzorgt hij buffetten die een Oriëntaalse inslag hebben. Deze bezorgt hij aan huis. Maar worden ook geserveerd in een naast de cafetaria gelegen feestzaaltje dat afgehuurd kan worden.

Met de nieuwe zaak geniet de ondernemer inmiddels ook weer naamsbekendheid. ‘De vorige eigenaar werd Piet Friet genoemd. Sommige buurtbewoners zeggen nu dat ze naar Jack Snack gaan. Dat komt door de slogan die bij onze aanbiedingen staat: De lekkerste friet en snack haal je bij Jennifer en Jack.’

Veel Chinezen die een cafetaria overnemen, beschikken over een ruime horeca-ervaring. Net zoals Chen werkten ze in het restaurant van hun ouders of bij andere familieleden. ‘Het zit in onze cultuur dat familieleden meehelpen.’

Ook als Chinezen een cafetaria beginnen gaat de familie aan de slag. Dat bespaart wellicht personeelskosten, maar volgens Chen is het niet altijd een goede zaak. ‘Veel Chinezen die een cafetaria beginnen, spreken gebrekkig Nederlands, ondanks dat ze al lang hier zijn. In die zaken wordt vaak onderling Chinees gesproken’, vertelt hij in perfect Nederlands. ‘Dat kan achter de bar in een Chinees restaurant wel. Daar is de klant dat niet anders gewend. Maar in het oer-Hollandse cafetariabedrijf moet je dat niet doen. Dat komt niet gastvrij over en het stoot klanten af. Je moet een praatje kunnen maken met de gasten en de vaste klanten zelfs bij naam kennen.’ Uiteindelijk levert de gebrekkige communicatie volgens Chen een imagoprobleem op. ‘Ook voor Chinese cafetariahouders die het wel goed doen.’

Specialisatie
Bovendien heeft de omzet te lijden onder het taalprobleem, weet Chen. ‘Het is lastig om iets extra’s zoals frisdrank of een nieuwe snack te verkopen als je het Nederlands niet goed beheerst. Bij sommige cafetaria’s die in Chinese handen overgaan zie je dan ook een terugloop in de omzet.’ Dat geldt met name bij Chinezen die voor het eerst buiten de gesloten kring van restaurants treden, is Chen van mening. ‘Ze werken keihard, maar dat is niet genoeg. Vaak schakelen ze dan over op een groter Chinees assortiment, terwijl ze zich juist op de cafetaria moeten concentreren. Je moet je in één ding specialiseren en dat goed doen.’

De ondernemer vindt dat de klanten, die een ‘Chinese’ cafetaria bezoeken, kritischer zijn. ‘Wij moeten extra ons best doen en netter en schoner werken. Ik denk dat als er een Nederlander achter de bakwand staat de klanten het idee hebben dat het wel goed zit.’

Chen ziet een nieuwe generatie Chinese cafetariaondernemers die net zoals hij goed Nederlands spreken en inmiddels ruime cafetaria-ervaring hebben. ‘In de omgeving van Utrecht zijn Chinezen al eerder overgestapt naar de cafetaria. Daar zie je dan ook dat ze het heel goed doen. Soms zelfs al meerdere zaken hebben. In Zuid-Nederland zijn het vaak mensen die voor het eerst met een cafetaria starten.’

Stage
In het bedrijf van Chen is Nederlands de voertaal, ook tussen hem en zijn vrouw. Bovendien kiest hij bewust voor Nederlands personeel. Toch verloochent hij zijn afkomst niet. Zo maken regelmatig Chinezen bij hem kennis met het cafetariavak. ‘Die lopen een soort stage bij mij. Op die manier leggen wij de basis voor hen.’ Ook helpt hij bij hun contacten met bijvoorbeeld horecamakelaars en grossiers. ‘De onderlinge samenhorigheid is groot. We ondersteunen elkaar zelfs financieel als iemand een bedrijf wil beginnen.’

Voor Chen en zijn vrouw Jennifer stond min of meer vast dat hij geen restaurant zou beginnen. ‘Je bent met een restaurant afhankelijk van anderen. Je hebt veel personeel nodig. Dat maakt het tegenwoordig ingewikkeld om een restaurant rendabel draaiend te houden. Je moet als ondernemer te veel zaken in de gaten houden. Bovendien is de investering in een restaurant erg hoog.’

Chen koos er in 1997 voor een bestaande cafetaria over te nemen. ‘Dat was een bedrijf aan een doorgaande weg hier in Deurne. Hij baatte het bedrijf ruim vijf jaar uit. ‘Ik heb daar een goede naam opgebouwd en had daardoor een flinke kring van vaste klanten.’ Ondanks dat het een huurpand was, investeerde hij flink. Het hele interieur, behalve de bakwand, werd vernieuwd. ‘Er stonden me nog meer investeringen te wachten. Bovendien waren er wrijvingen met de verhuurder die het onderhoud verwaarloosde. Daarom ben ik op zoek gegaan naar een andere cafetaria.’

Die vond Chen in buurtcafetaria D’n Heiakker, waar hij sinds juli verleden jaar actief is. ‘Ik hoorde van mijn groothandel dat de eigenaar had gezegd dat hij rond zijn 55-ste wilde stoppen. Zonder dat het bedrijf te koop stond, ben ik naar hem toegegaan en heb het inclusief pand over kunnen nemen.

Met name het eigendom van het onroerend goed was voor Chen een absolute voorwaarde. ‘Ik wil met deze buurtcafetaria echt iets opbouwen. Dat is nu mogelijk.’ Inmiddels heeft Chen nieuwe werkkleding aangeschaft en is ook het interieur onder handen genomen. In de zomer wordt een nieuwe HR-bakwand geplaatst. ‘Dat is echt nodig want in de spits valt de huidige te ver terug in temperatuur en dat komt de kwaliteit van de producten niet ten goede.’

Assortiment
In het assortiment is de afkomst van Chen niet zichtbaar. Wel staan er een bami- en nasischotel op de kaart. ‘Die komen van een leverancier en maken we niet zelf. We zijn een cafetaria, geen Chinees restaurant. Tegen dat imago, “veel, voor weinig geld”, is toch niet op te boksen. Moet je dan nog meer eten, voor nog minder geven?’ Bovendien is het naar zijn mening logistiek ondoenlijk om in de spits een Chinese maaltijd te bereiden. ‘Die moet in de keuken vers gemaakt worden. Daarvoor heb je dan wel een extra personeelslid nodig. Dat kost meer dan het oplevert.’ Wel verzorgt hij buffetten die een Oriëntaalse inslag hebben. Deze bezorgt hij aan huis. Maar worden ook geserveerd in een naast de cafetaria gelegen feestzaaltje dat afgehuurd kan worden.

Met de nieuwe zaak geniet de ondernemer inmiddels ook weer naamsbekendheid. ‘De vorige eigenaar werd Piet Friet genoemd. Sommige buurtbewoners zeggen nu dat ze naar Jack Snack gaan. Dat komt door de slogan die bij onze aanbiedingen staat: De lekkerste friet en snack haal je bij Jennifer en Jack.’