artikel

Knus borrelen in grote Rodahal

Horeca

Eén grote puinhoop was het er. De Rodahal in Kerkrade waarvan Paul en Carla Priem vijf jaar geleden de exploitatie overnamen. Aan de begin jaren ’60 geopende sport- en evenementenhal was veertig jaar lang dan ook nauwelijks iets gedaan. Fikse investeringen bleken nodig om de rails er weer onder te krijgen. Maar nu kan de trein dan eindelijk gaan rijden.

Knus borrelen in grote Rodahal

Van buiten straalt de vergane glorie nog van de Rodahal af. Een modern dak, maar met muren die wel aan een verfje toe zijn. Dat gaat ook gebeuren, zal directeur Paul Priem later vertellen. ‘Volgende week komen we schilderen, zei de gemeente me gisteren. Ik vertelde ze dat ik nog wel een schilderbedrijf wist dat het voor veel minder kon doen. Interesseerde ze niks. De opdracht was al vergeven.’

Priem maakt zich er al niet meer druk om. Het schilderen kost hem tenslotte verder niets. Maar zonde van het geld blijft het. Vanaf het moment dat Priem de sleutel van de Rodahal in handen kreeg neemt hij het als een Limburgse variant op Don Quichote op tegen de gemeente. Die wel de exploitatie privatiseerde, maar de hal niet uit handen gaf. Beide partijen zijn tot elkaar veroordeeld, echte vrienden werden ze nooit.

Oogt de buitenkant nog wat treurig, binnen is daar niets van te merken. De entree is modern. Aan de ene kant een glimmende snackcorner, in gebruik tijdens drukke evenementen, aan de kant van de balie een sfeervol theatercafé. Niet direct zichtbaar zijn de diverse barretjes die elders in de Rodahal werden gerealiseerd en die inmiddels al veelvuldig worden afgehuurd. Priem: ‘Voordat de gemeente besloot tot privatisering liepen er hier 40, 50 man rond. Allemaal types sociale werkplaats. Het werd gerund door ambtenaren. Iedere vereniging uit de stad kon hier gratis terecht. Daarmee zijn we gestopt toen wij er in kwamen. Dat maakt je er bij de bevolking niet populairder op.’

Veertien biertanks
Ooit geopend als cultureel centrum annex sporthal genoot de Rodahal in Kerkrade ooit nationale bekendheid. Hier vond ooit het Schlagerfestival plaats met de onvolprezen Danny Christiaan als vocale leidsman. Priem’s entree in Kerkrade was onverwacht. ‘Ik zat samen met Thijs Wöltgens en de directeur van het Maastrichtse theater op het Vrijthof. Wöltgens was op dat moment burgemeester van Kerkrade en vroeg of ik niet eens naar de hal wilde kijken. Op hetzelfde moment komt er een jongen voorbij fietsen. De directeur zegt ‘en dan moet je hem nemen.’ Didier Dumoulen is hier inderdaad naar toe gekomen en samen hebben we de reorganisatie ingezet en zijn gaan schoonmaken.’

Dat viel niet mee. Voor het wegwerken van overtollig personeel had de gemeente nog wel een zak subsidiecenten beschikbaar. Voor noodzakelijke investeringen bleef de buidel gesloten. ‘Meteen na het eerste evenement was het mij duidelijk dat we schrobmachines voor de vloer nodig hadden. Mocht niet van de gemeente. Dat zou ten koste gaan van werkgelegenheid. Tuurlijk heb ik ze inmiddels.’ Uit eigen zak werden er theaterdoeken aangeschaft. ‘Mijn beste investering ooit’, zegt Priem. De ruime hal kan hierdoor makkelijk in een knussere ruimte worden veranderd.

Het exacte bedrag aan investeringen zegt Priem niet te weten. Wel bekend is dat inventaris en exploitatie zijn ondergebracht in een aparte rechtspersoon, Lahador BV. ‘Officieel moeten we alle investeringen boven de 1000 euro melden. Dat doen we natuurlijk niet. Maar de hele inboedel is in feite van ons.’
Priem is een regelaar. Wijst op een bar. Stond ongebruikt bij het CIOS in Sittard. ‘Heeft een officiële waarde van 42.000 gulden. Kon ik zo meenemen. Of de apparatuur in de snackcorner. Priem zag de originele rekeningen, ƒ503.000,-. En betaalde een fractie daarvan, ƒ22.500,-. Want afkomstig van een asielzoekerscentrum dat de deuren sloot. ‘Dat kan ik meer collega’s aanraden. Ga daar eens kijken. Prima spullen. Een deel van de apparaten was zelfs nog niet eens uitgepakt.’

Staand in de grote hal zegt Priem dat het er tijdens de carnaval afgeladen vol is. ‘Staan er veertien biertanks buiten de deur. Op een drukke dag gaan er daar twaalf van leeg.’ Met dergelijke omzetten bevreemdt het de directeur dat de bierbrouwer uit Wijlre niet genegen is tot meer promotionele ondersteuning. ‘Boven de bar hebben we één klein lichtbakje. En de bak aan de buitengevel is al zeker dertig jaar oud. Is dat overal zo, dat brouwers niets meer willen doen?’

Niet blij
Paul Priem is een bekende verschijning in de Limburgse horeca. In Maastricht drijft hij jarenlang restaurant ‘De Trepkes’. Als hij de zaak in 1989 verkoopt is hij de jaren hierna actief als interim-manager. Vijf jaar geleden strijkt hij in Kerkrade neer en treft naast veel rotzooi ook een hal met veel potentie aan. Hij oriënteert zich bij collega’s. Gaat verschillende malen mee op de mobiele horecatraining van Misset Horeca. Hij wijst op een kinderhoekje in het theatercafé pal voorbij de ingang. ‘Dat is één van de dingen die ik daarvan heb opgepikt.’ Met z’n vieren houden ze de hal draaiende. Het cafégedeelte fungeert als kantoor. ‘Eigenlijk zouden we nu meer mensen moeten hebben, maar zes maanden per jaar is hier niets te doen. We komen echter niet in aanmerking om als seizoensbedrijf te worden aangemerkt.’ Nu, richting najaar, trekken de activiteiten weer aan. Rommelmarkten, communies, trouwfeesten, een receptie van de gemeente.

Naast de grote hal, waarin pakweg 1800 mensen kunnen, richtte Priem diverse ruimten in die los verhuurd kunnen worden. Op meerdere plaatsen kwamen sfeervolle barretjes. Die inmiddels veelvuldig worden afgehuurd. ‘De lokale horeca zal niet altijd blij met mij zijn’, denkt Priem. De kleinere ruimtes zijn echter noodzakelijk om tot een gezonde exploitatie te komen. Voor echt grote concerten en beurzen is de hal domweg te klein. Klagen doet Priem niet. Al tot 2005 staan er communiefeesten in de agenda. En eind dit jaar zijn er alweer de voorronden van het Wereld Muziek Concours. Een vierjaarlijkse muzikale happening met internationale allure die heel Kerkrade op zijn kop zet.

Een gevolg van de toegenomen bedrijvigheid is de energierekening. ‘Dat is ons grootste probleem voor de toekomst. We hadden de energiekosten teruggebracht van 280.000 naar 150.000 gulden per jaar, maar afgelopen jaar is het alweer gestegen met 50.000 gulden gestegen. De energiemeter loopt de meter van de personeelslasten voorbij. De hal moet geïsoleerd worden, de gemeente weigert. Het zou toch passen in een verantwoord milieubeleid.’ Ik kreeg destijds ook al geen vetputjes toen ik er om vroeg. Kieper het maar achter de struiken kreeg ik te horen. Dan moet je daar dus maar zelf geld in steken.’ Dat zou voor de isolatie iets te veelgevraagd zijn. Moedeloos is Priem echter allerminst. ‘Ooit heb ik vijftien jaar een restaurant gehad. En vergeleken daarmee heeft de Rodahal één groot voordeel. Je kunt ’s avonds gewoon naar huis.’

Van buiten straalt de vergane glorie nog van de Rodahal af. Een modern dak, maar met muren die wel aan een verfje toe zijn. Dat gaat ook gebeuren, zal directeur Paul Priem later vertellen. ‘Volgende week komen we schilderen, zei de gemeente me gisteren. Ik vertelde ze dat ik nog wel een schilderbedrijf wist dat het voor veel minder kon doen. Interesseerde ze niks. De opdracht was al vergeven.’

Priem maakt zich er al niet meer druk om. Het schilderen kost hem tenslotte verder niets. Maar zonde van het geld blijft het. Vanaf het moment dat Priem de sleutel van de Rodahal in handen kreeg neemt hij het als een Limburgse variant op Don Quichote op tegen de gemeente. Die wel de exploitatie privatiseerde, maar de hal niet uit handen gaf. Beide partijen zijn tot elkaar veroordeeld, echte vrienden werden ze nooit.

Oogt de buitenkant nog wat treurig, binnen is daar niets van te merken. De entree is modern. Aan de ene kant een glimmende snackcorner, in gebruik tijdens drukke evenementen, aan de kant van de balie een sfeervol theatercafé. Niet direct zichtbaar zijn de diverse barretjes die elders in de Rodahal werden gerealiseerd en die inmiddels al veelvuldig worden afgehuurd. Priem: ‘Voordat de gemeente besloot tot privatisering liepen er hier 40, 50 man rond. Allemaal types sociale werkplaats. Het werd gerund door ambtenaren. Iedere vereniging uit de stad kon hier gratis terecht. Daarmee zijn we gestopt toen wij er in kwamen. Dat maakt je er bij de bevolking niet populairder op.’

Veertien biertanks
Ooit geopend als cultureel centrum annex sporthal genoot de Rodahal in Kerkrade ooit nationale bekendheid. Hier vond ooit het Schlagerfestival plaats met de onvolprezen Danny Christiaan als vocale leidsman. Priem’s entree in Kerkrade was onverwacht. ‘Ik zat samen met Thijs Wöltgens en de directeur van het Maastrichtse theater op het Vrijthof. Wöltgens was op dat moment burgemeester van Kerkrade en vroeg of ik niet eens naar de hal wilde kijken. Op hetzelfde moment komt er een jongen voorbij fietsen. De directeur zegt ‘en dan moet je hem nemen.’ Didier Dumoulen is hier inderdaad naar toe gekomen en samen hebben we de reorganisatie ingezet en zijn gaan schoonmaken.’

Dat viel niet mee. Voor het wegwerken van overtollig personeel had de gemeente nog wel een zak subsidiecenten beschikbaar. Voor noodzakelijke investeringen bleef de buidel gesloten. ‘Meteen na het eerste evenement was het mij duidelijk dat we schrobmachines voor de vloer nodig hadden. Mocht niet van de gemeente. Dat zou ten koste gaan van werkgelegenheid. Tuurlijk heb ik ze inmiddels.’ Uit eigen zak werden er theaterdoeken aangeschaft. ‘Mijn beste investering ooit’, zegt Priem. De ruime hal kan hierdoor makkelijk in een knussere ruimte worden veranderd.

Het exacte bedrag aan investeringen zegt Priem niet te weten. Wel bekend is dat inventaris en exploitatie zijn ondergebracht in een aparte rechtspersoon, Lahador BV. ‘Officieel moeten we alle investeringen boven de 1000 euro melden. Dat doen we natuurlijk niet. Maar de hele inboedel is in feite van ons.’
Priem is een regelaar. Wijst op een bar. Stond ongebruikt bij het CIOS in Sittard. ‘Heeft een officiële waarde van 42.000 gulden. Kon ik zo meenemen. Of de apparatuur in de snackcorner. Priem zag de originele rekeningen, ƒ503.000,-. En betaalde een fractie daarvan, ƒ22.500,-. Want afkomstig van een asielzoekerscentrum dat de deuren sloot. ‘Dat kan ik meer collega’s aanraden. Ga daar eens kijken. Prima spullen. Een deel van de apparaten was zelfs nog niet eens uitgepakt.’

Staand in de grote hal zegt Priem dat het er tijdens de carnaval afgeladen vol is. ‘Staan er veertien biertanks buiten de deur. Op een drukke dag gaan er daar twaalf van leeg.’ Met dergelijke omzetten bevreemdt het de directeur dat de bierbrouwer uit Wijlre niet genegen is tot meer promotionele ondersteuning. ‘Boven de bar hebben we één klein lichtbakje. En de bak aan de buitengevel is al zeker dertig jaar oud. Is dat overal zo, dat brouwers niets meer willen doen?’

Niet blij
Paul Priem is een bekende verschijning in de Limburgse horeca. In Maastricht drijft hij jarenlang restaurant ‘De Trepkes’. Als hij de zaak in 1989 verkoopt is hij de jaren hierna actief als interim-manager. Vijf jaar geleden strijkt hij in Kerkrade neer en treft naast veel rotzooi ook een hal met veel potentie aan. Hij oriënteert zich bij collega’s. Gaat verschillende malen mee op de mobiele horecatraining van Misset Horeca. Hij wijst op een kinderhoekje in het theatercafé pal voorbij de ingang. ‘Dat is één van de dingen die ik daarvan heb opgepikt.’ Met z’n vieren houden ze de hal draaiende. Het cafégedeelte fungeert als kantoor. ‘Eigenlijk zouden we nu meer mensen moeten hebben, maar zes maanden per jaar is hier niets te doen. We komen echter niet in aanmerking om als seizoensbedrijf te worden aangemerkt.’ Nu, richting najaar, trekken de activiteiten weer aan. Rommelmarkten, communies, trouwfeesten, een receptie van de gemeente.

Naast de grote hal, waarin pakweg 1800 mensen kunnen, richtte Priem diverse ruimten in die los verhuurd kunnen worden. Op meerdere plaatsen kwamen sfeervolle barretjes. Die inmiddels veelvuldig worden afgehuurd. ‘De lokale horeca zal niet altijd blij met mij zijn’, denkt Priem. De kleinere ruimtes zijn echter noodzakelijk om tot een gezonde exploitatie te komen. Voor echt grote concerten en beurzen is de hal domweg te klein. Klagen doet Priem niet. Al tot 2005 staan er communiefeesten in de agenda. En eind dit jaar zijn er alweer de voorronden van het Wereld Muziek Concours. Een vierjaarlijkse muzikale happening met internationale allure die heel Kerkrade op zijn kop zet.

Een gevolg van de toegenomen bedrijvigheid is de energierekening. ‘Dat is ons grootste probleem voor de toekomst. We hadden de energiekosten teruggebracht van 280.000 naar 150.000 gulden per jaar, maar afgelopen jaar is het alweer gestegen met 50.000 gulden gestegen. De energiemeter loopt de meter van de personeelslasten voorbij. De hal moet geïsoleerd worden, de gemeente weigert. Het zou toch passen in een verantwoord milieubeleid.’ Ik kreeg destijds ook al geen vetputjes toen ik er om vroeg. Kieper het maar achter de struiken kreeg ik te horen. Dan moet je daar dus maar zelf geld in steken.’ Dat zou voor de isolatie iets te veelgevraagd zijn. Moedeloos is Priem echter allerminst. ‘Ooit heb ik vijftien jaar een restaurant gehad. En vergeleken daarmee heeft de Rodahal één groot voordeel. Je kunt ’s avonds gewoon naar huis.’