artikel

Kok FranVois-Joseph Maraite al veertig jaar content met cafetaria

Horeca

Het is in het Maastrichtse buurtwinkelcentrum even zoeken naar een cafetaria die De Pollepel zou heten, maar zich op de gevel De Pottenberg noemt. Navraag bij de buren brengt succes. ‘Bij de Kamer van Koophandel is het bedrijf ingeschreven als Friture De Pollepel’, verklaart eigenaar FranVois-Joseph Maraite even later. ‘Maar in de volksmond staan we bekend als De Pottenberg. Naar de wijk waar we zijn gevestigd. Al ruim veertig jaar.

Kok FranVois-Joseph Maraite al veertig jaar content met cafetaria

De bijna 70-jarige cafetariahouder is van oorsprong kok. Hij werkte in zijn jonge jaren in het Scheveningse Kurhaus. ‘Het was een slavenbaan. Na tien jaar had ik het wel gezien. Ik wilde terug naar Limburg en voor mij zelf beginnen. Liefst een eigen restaurant, maar het geld ontbrak. Als springplank besloot ik daarom eerst een snackbar te starten. Hier in Pottenberg, een nieuwbouwwijk die toen net verrees. Dat was in februari 1963. Nee, van een restaurant is het nooit meer gekomen. Het cafetariavak bracht mij genoeg plezier. Een mens moet tevreden zijn met wat-ie heeft.’

Heel even waagde Maraite een zijsprongetje. Eind jaren zeventig had hij er in de binnenstad van Maastricht een lunchroom bij. ‘De zaak is precies vier dagen open geweest. Toen wist ik dat het niets was. Klanten bleven anderhalf uur hangen op één kopje koffie. Een cafetaria heeft een hogere omloopsnelheid. Je draait met minder personeel veel meer omzet. En het gaat in het horecavak uiteindelijk toch om geld verdienen. Hoeveel? Houd het er maar op dat ons rendement stabiel is.’

Een zo goed mogelijk belegde boterham was voor Maraite steeds het speerpunt. ‘Met goede service, een vriendelijk woord en een prima product is de cafetaria een begrip geworden. De mensen zijn altijd blijven komen.’ Zijn koksachtergrond kwam hem goed van pas. Al veertig jaar maakt hij volgens eigen, geheim recept onder andere kroketten en zuurvlees.

Ook de frites komen uit eigen keuken. ‘Zes dagen per week piepers jassen en snijden. Het heeft me nooit verveeld. Ik kan alleen maar beamen wat collega’s die ook zelf frites en snacks maken altijd zeggen: ‘Je onderscheidt je en de klant rijdt er een blokje voor om’. Zo’n product mag ook best wat duurder zijn. Kwaliteit heeft z’n prijs. Reclame hoef ik niet te maken. De mensen weten wat ze bij ons mogen verwachten.’

FranVois-Joseph Maraite, telg van Waalse immigranten, heeft altijd twaalf uur per dag gewerkt en ging jaarlijks hooguit een week op vakantie. ‘Nou en? Werken is toch geen strafbaar feit? Je bent eigen baas of je bent het niet’, vindt hij. Toch bouwt hij inmiddels voorzichtig af. Zijn opvolger staat te trappelen. Zoon Olav (34) is vastbesloten op dezelfde voet door te gaan. Hij leerde het vak van zijn vader en werkt al tien jaar in het bedrijf dat de sfeer ademt van ‘fritures’ die je vaak in België aantreft. Een tikje rommelig en zonder toeters en bellen.

‘We zijn geen restaurant’, zegt Maraite junior. ‘Als de zaak maar proper is.’ Senior vult aan: ‘En je moet het vak in de vingers hebben. Zo heb ik het nooit moeilijk gevonden om een goed frietje te bakken.’ Waarop hem iets van het hart moet: ‘De aardappels zijn niet meer zoals vroeger. Kunstmest is de boosdoener. Ze worden als het ware synthetisch opgefokt, net als vee. Je merkt dat gewoon aan de mindere kwaliteit. Maar ja, zelf piepers poten is niet te doen.’