artikel

Langzaam ontluikt Intratuin’s horeca

Horeca

Bijna alle Nederlanders kennen de naam Intratuin. Ruim 20 miljoen bezoekers telt het Groene Warenhuis jaarlijks. Maar van een bloeiende horeca is (nog) geen sprake. De keten wil het aandeel van de horeca in de totale omzet opkrikken van drie naar vijf procent. Dat lijkt voorzichtig, maar pas op: een La Place zal Intratuin nooit worden.

Langzaam ontluikt Intratuin’s horeca

Half Nederland slentert dezer dagen weer door de broeierige kassen van Intratuin, op zoek naar de nieuwste variant hosta, petunia of vlijtig liesje.Maar in de folders van Intratuin moeten de buxusjes sempervirens, campanula’s en hortensia’s de pagina’s tegenwoordig delen met de teakhouten tuinbank, de Kärcher hogedrukreiniger – met gratis slangwagen -, de verzinkte hondenkennel en de fleecetrui in antraciet en lichtblauw. Binnenkort komen daar misschien de dagschotels, maandsoepen en seizoensalades bij. Want het stroomlijnen en uitbouwen van de horeca-activiteiten is de nieuwste speerpunt van de Woerdense franchiseketen.

Op het eerste gezicht lijkt het een garantie voor succesvolle horeca-exploitatie: miljoenen Nederlanders die midden in de weilanden aan het funshoppen zijn. Ja, met hele busladingen de parkeerplaats op komen rijden.

Jaarlijks verwelkomen de 54 vestigingen van Intratuin 12 miljoen klanten, oftewel 225.000 per vestiging. Voor de goede orde: dat zijn geregistreerde kassaklanten. De meeste klanten nemen hun partner mee, dus het totaal aantal bezoekers ligt op ruim 20 miljoen. De grootste bezoekersgroep bestaat uit vrouwen tussen de 30 en 45 jaar.

En allemaal slenteren ze uren door de kassen en hallen, op jacht naar de leukste plant of pot. Maar het bezoek aan de horeca valt tot nu toe tegen. Van de 12 miljoen geregistreerde klanten van Intratuin, bezoekt slechts 20 procent de Intratuin-horeca, oftewel zo’n 2,4 miljoen gasten, die gemiddeld €3,50 besteden. Dat is een broodje en een kop koffie. Zoals een collega meedeelde: ‘ Mijn vrouw wil dat ik meega naar Intratuin. Maar dat doe ik alleen als ik een broodje kipkerriesalade krijg en een cappuccino.’

Geen La Place
Voor de komende twee jaar heeft Intratuin Nederland zich als doel gesteld om het aandeel van de horeca in de totale omzet te verhogen van drie naar vijf procent. Een hele voorzichtige doelstelling, vindt ook Roeland Beerens, de kersverse horecacoördinator van Intratuin. Maar tegelijkertijd verzet hij zich tegen al te hoog gespannen verwachtingen: ‘ Zogenaamde kenners zijn snel geneigd grote concepten als dat van La Place naar ons te vertalen. Daarvoor moeten we waken.’

Ter vergelijking: de 65 La Place-restaurants van V&D trekken jaarlijks ruim 35 miljoen gasten, ruim 14 keer zo veel als Intratuin. De omzet van V&D zit op €150 miljoen. Dat is weliswaar inclusief de omzet van de kleinere Café Marché’s, de bakkerijen, Paninishops en chocolaterieafdelingen, maar het zegt veel. De omzet van €150 miljoen euro is maar liefst 13 procent van de totale omzet van de warenhuisketen. Intratuin zit zoals gezegd op drie procent.

Kortom: Het Groene Warenhuis is geen V&D. Verre van. Sinds de verzelfstandiging van Intratuin nu twee jaar geleden, wil de keten wel meer werk maken van de horeca-activiteiten, maar horecacoördinator Beerens heeft te maken met een aantal factoren dat een sterke stijging van de horecaomzet in de weg staat.

Allereerst is daar natuurlijk de zelfstandigheid van de vestigingen. Intratuin is een franchise-organisatie en de vestigingen zijn eigendom van zelfstandig ondernemers. Dat maakt centrale aansturing lastig. Beerens: ‘ Sommige ondernemers runnen het restaurant al jaren met redelijk succes. Die gaan niet onmiddellijk om als wij met een nieuw concept komen. Zeker niet als ze er veel geld in hebben geïnvesteerd. Je moet dan wel héél goede argumenten hebben om het om te gooien.’

Het huidige succes moet trouwens met een flinke korrel zout worden genomen. De horeca-inkomsten van Intratuin zijn tot nu toe net kostendekkend. Vooral de personeelskosten liggen met 37 procent relatief hoog. Beerens: ‘ Het moet naar winstgevend.’

Omzet opkrikken
Daarom wil Intratuin vóór 2005 het idee van tuincafé Het Goede Leven, waarvan de pilot in de vestiging in Barneveld te bewonderen is, uitrollen naar alle winkels. Volgens Beerens is tweederde van de ondernemers inmiddels om. Dat zal niet alleen de naamsbekendheid vergroten en dus het aantal bezoekers opkrikken, het betekent ook dat Intratuin werk kan gaan maken van centrale inkoop en acties kan aankondigen in de folders die om de twee weken in een miljoenenoplage verschijnen. Het zal de horecaomzet zeker omhoog jagen.

Maar Beerens heeft nog en probleem. De 54 vestigingen verschillen nogal in omvang en dus in bezoekersaantallen. Er zijn tuincafés met een omzet van nog geen ton, maar er zijn er ook bij met een omzet van vier ton. Om het nog wat lastiger te maken: Intratuin kent een paar pieken per jaar – in het voorjaar en de weken voor Kerst – en daartussen is het relatief rustig. Beerens: ‘ Januari en februari zijn ieder goed voor 2 á 3 procent van de omzet, april en mei ieder voor 10 á 12 procent, net als november en december.’ In de piekmaanden is de omloopsnelheid hoog genoeg voor allerlei verse producten, maar in de maanden daartussen niet. ‘ Met verse sappen en verse salades kom je dan volledig in de knoei, hoewel die producten heel goed bij ons imago zouden passen,’ weet Beerens.

Vandaar dat het assortiment van Intratuin nu relatief voorzichtig is en vooral bestaat uit afbakbroodjes met enkele gangbare salades als tonijnsalade en kipkerrie, sausijzenbroodjes en appelflappen. Beerens: ‘ In de toekomst moeten we zeker wat met verse sappen en salades gaan doen. Maar de invulling is lastig.’