artikel

Lekker doorzakken met Bernlef

Horeca

Nu uit onderzoek blijkt dat steeds meer Nederlanders doodmoe zijn, kunnen voor Het Boekenhotel in het Drentse Doldersum gouden tijden aanbreken. De omgeving van het hotel is er een van natuur en rust en in het hotel zelf is, behalve eten en slapen, lezen voor de gasten hét tijdverdrijf.

Lekker doorzakken met Bernlef

Toen viel de bom. Het stripboek van Raymond Briggs staat als stil protest op de bar van Het Boekenhotel in het Drentse Doldersum, de bombardementen op Bagdad nog indachtig. De stootrand van de bar is bekleed met Nederlandse literatuur. Thomas Rosenboom: Publieke werken en Gewassen Vlees. Wolkers, Reve, Palmen en A.F.Th. met The Movotapes. Harry Mulisch’ Ontdekking van de Hemel, maar ook zijn Soep lepelen met een vork, uit begin jaren ’70. Een collectors item.

Voor wie een lang weekend heeft geboekt staat Het Bureau van Voskuil als zwaar geschut op de bar. Op de stamtafel, tussen een stapel kranten en tijdschriften, ligt de pocket Winnie de Poeh en Management, waarin een zeer belangrijke beer en zijn vriend kennismaken met een zeer belangrijk onderwerp.

Nog meer beesten in Doldersum. Naast het zitje zijn de uitspattingen van bioloog Midas Dekkers opeengestapeld, met bovenop: Lief Dier. Over bestialiteiten. ‘Verrukte non met ezel’ luidt een bijschrift bij een van de illustraties. In Het Boekenhotel komt iedereen aan zijn trekken.

Het hotel is twee dagen in bezit genomen door een groep cursisten met een overigens heel wat verhevener interesse. In het vergaderzaaltje staat een tafel vol serieuze lectuur over onderwijs en educatie. Het hotel in het verstilde Drentse landschap leent zich uitstekend voor mensen op zoek naar rust en concentratie. De onthaasting is er compleet. Hotelier Joost Mastboom (54) dirigeert een gast per telefoon naar Doldersum: ‘Rechtdoor, de flitspalen blijven volgen.’

Socioloog
Drie jaar geleden zijn Mastboom en zijn vrouw Nanny het hotel begonnen. Het concept was toeval. Hij zocht een plaats voor zijn boeken en besloot ze in het zicht van de gasten neer te zetten. Mastboom was nieuw in de horeca. Daarvoor werkte hij tien jaar als adjunct-directeur bedrijfsvoering bij het Trimbos Instituut in Utrecht. Een organisatie die beleidsondersteunend en wetenschappelijk onderzoek doet op het terrein van psychiatrie en verslavingszorg. Hij was er met zijn achtergrond als socioloog ooit begonnen als onderzoeker. Maar Mastboom had ineens genoeg van het instituut, dat ten prooi viel aan reorganisaties en bezuinigen. Hij nam de wijk naar het oosten.

Echter, een overstap naar de horeca werd hem op voorhand door iedereen ontraden, inclusief Koninklijk Horeca Nederland. Een delegatie van KHN ging bij Mastboom op bezoek, toen nog in zijn riante doorzonwoning in Geldermalsen. ‘Die dachten: daar heb je weer zo’n vijftiger die wat anders wil, zo’n spijtoptant. Ze zeiden: weet je wel waar je aan begint? Hoeveel uren een horecaondernemer moet draaien? Nou, helemaal ongelijk hebben ze niet gehad. Met 80 uur in de week kom ik er niet. Ik dacht ook dat ik een aardig potje kookte, tot ik een professionele kok in dienst nam. En een gezelschap koffie schenken is in een hotel iets anders dan thuis met je verjaardag. Als het druk is, blijf ik lopen. Het is hier de Marathon van Doldersum.’

Maar aan de andere kant was de hotellerie ook weer niet zó’n ommezwaai voor Mastboom. In zijn vorige baan was hij immers voortdurend ‘faciliterend’ bezig. ‘Toen moest ik het ook 200 mensen naar de zin maken.’

Mastboom nam het hotel over (hij huurt het pand) toen het stil lag. ‘Zo kon ik het van de grond af opbouwen. Als ik op een rijdende trein was gesprongen, was het veel moeilijker geweest.’ Nu, na drie jaar, draait Het Boekenhotel een bezetting van zo’n 40 procent. Iets meer dan het gemiddelde in de regio. Dat is 30 à 35 procent. Net genoeg om van te kunnen leven. In het hotel werken behalve Mastboom en zijn vrouw drie mensen in de keuken. In de bediening is een vacature.

De hotelier wil naar een bezetting van 60 procent. Hij geeft toe dat het niet erg opschiet. Hij zou méér succes met zijn zaak en concept willen hebben. ‘Succes is leuk, maar het moet wel snél komen.’

Shakespeare
Aan de publiciteit ligt het niet. Bij de opening van het hotel leverde een persbericht veel kranten- en tijdschriftenartikelen op. En toen hij vorig jaar de media meldde dat hij met een Shakespeare-arrangement inhaakte op de activiteiten van het openluchttheater in Diever, kreeg hij een halve pagina in zowat alle regionale kranten in het land. ‘Ik hoef nooit te adverteren.’ Maar erg veel toeloop? Ho maar. ‘De mensen knippen zo’n artikel uit, denken: leuk om eens heen te gaan, en leggen het weg.’

Mastboom haast zich te zeggen dat Het Boekenhotel niet specifiek een verblijfplaats is voor intellectuelen. Er staat veel literatuur, zelfs alle voordrachten en geschriften in oneindig veel delen van Lenin zijn voorhanden; maar er is ook het Handboek voor motorenrevisie voor wie de handen vuil wil maken, en het Groot Nederlands Scheldwoordenboek voor gasten die hun repertoire krachttermen willen uitbreiden.

Mastboom prijst het hotel (via zijn eigen website www.boekenhotel.nl) aan bij mensen die van lezen, rust en natuur houden. De kamers geven uitzicht op een uitbundig en oneindig landschap. ‘Veel Westerlingen weten niet dat het nog bestaat.’ Niettemin zijn de boeken de bindende factor. Gasten leggen via de boeken contact. Ook met de hotelier zelf, die graag een boompje opzet over literatuur.

Mastboom vreesde aanvankelijk dat zijn collectie snel zou slinken, dat gasten boeken in hun koffers zouden laten verdwijnen. Maar hij mist nog niet één boek. ‘Sterker nog, gasten doen boeken cadeau.’ Van een blinde gast kreeg hij een boek in braille. Maar de hotelier accepteert niet elk aanbod. ‘Alle genres zijn welkom, maar ik hoef geen tien meter streekromans of Witte Ravenreeks.’ Mastboom koopt zelf nog steeds boeken en voegt ze aan de collectie toe. Maar hij schreef ook een bedelbrief aan een vijftigtal uitgevers. Mochten ze nog een restant hebben, Het Boekenhotel in Doldersum is geïnteresseerd.

Er kwamen geen reacties. Dus bedacht de hotelhouder iets beters. Hij schreef de uitgevers dat schrijvers uit hun fonds een gratis overnachting krijgen als ze hun laatste boek gesigneerd achterlaten. ‘Met het zweet in m’n handen heb ik die brieven op de bus gedaan, want de helft van de Nederlanders heeft al een boek geschreven en de andere helft is ermee bezig. Na twaalf maanden kreeg ik een reactie, van de Europese Uitgeverij: Ik heb een doosje voor u ik zal het mijn dochter laten afgeven. Dat was het. De uitgeverijbusiness is een apart wereldje. Eigenlijk ben ik voor hen niet interessant. Het is te kleinschalig wat we hier doen, en we zitten te ver van het westen. Uitgevers vinden het niet de moeite om hier een boek te presenteren of een signeersessie te houden.’

Roepnaam
Toch zou Mastboom het fantastisch vinden als hij gasten kon trekken met de kreet: ontmoet een bekende schrijver in Het Boekenhotel. De hotelier werkt inmiddels samen met het jaarlijkse Literair Festival in Steenwijk. Vorig jaar tijdens de boekenweek waren Karel Glastra van Loon, Manon Uphoff en Hans Verbogt in het hotel. De Stichting Literaire Activiteiten Ooststellingwerf legde schrijver J. Bernlef in het Boekenhotel te slapen. Van een avondje doorzakken met Bernlef heeft vooral de hotelier zelf érg genoten.

In januari is Het Boekenhotel in Doldersum altijd gesloten. Mastboom gebruikt die tijd om bij te lezen en de collectie te ordenen. Afgelopen januari heeft hij het boekenconcept gestructureerd doorgevoerd in de kamers. Elke kamerdeur heeft nu een literaire roepnaam: Eline, Anton, Hélène, Sofie, Max, enzovoort. In de boekenkast op de kamer staat het bijbehorende boek en uitgaven uit het bijbehorende genre: Eline Vere van Couperus, de Anton Wachter-cyclus van Vestdijk en ga zo maar door.

En zo blijft Mastboom aan zijn boekenconcept sleutelen. Het is een tienjarenplan, zegt hij. ‘Waarvan je er al vijf nodig hebt om de zaak goed op te zetten. Ik heb ook niet de illusie om hier rijk van te worden. Ik hoef Van der Valk niet uit het zadel te wippen. Ik zie de zaak ook niet als pensioenvoorziening. Ik heb vijfentwintig jaar in een andere sector gewerkt en premie betaald. Dat is de basis voor mijn pensioen.’

De hotelier zou extra inkomsten kunnen halen uit de verkoop van boeken, maar hij wil er geen handel van maken. Soms geeft hij een boek weg. ‘Zoals aan die priester die tegen een boek aanliep van de middeleeuwse schriftgeleerde Thomas à Kempis. Hij was er jaren naar op zoek. Een boek met een grote emotionele waarde voor hem. Ik had er niets mee. Neem maar mee, zei ik en breng het maar eens terug als je nog eens in de buurt bent.’

Toen viel de bom. Het stripboek van Raymond Briggs staat als stil protest op de bar van Het Boekenhotel in het Drentse Doldersum, de bombardementen op Bagdad nog indachtig. De stootrand van de bar is bekleed met Nederlandse literatuur. Thomas Rosenboom: Publieke werken en Gewassen Vlees. Wolkers, Reve, Palmen en A.F.Th. met The Movotapes. Harry Mulisch’ Ontdekking van de Hemel, maar ook zijn Soep lepelen met een vork, uit begin jaren ’70. Een collectors item.

Voor wie een lang weekend heeft geboekt staat Het Bureau van Voskuil als zwaar geschut op de bar. Op de stamtafel, tussen een stapel kranten en tijdschriften, ligt de pocket Winnie de Poeh en Management, waarin een zeer belangrijke beer en zijn vriend kennismaken met een zeer belangrijk onderwerp.

Nog meer beesten in Doldersum. Naast het zitje zijn de uitspattingen van bioloog Midas Dekkers opeengestapeld, met bovenop: Lief Dier. Over bestialiteiten. ‘Verrukte non met ezel’ luidt een bijschrift bij een van de illustraties. In Het Boekenhotel komt iedereen aan zijn trekken.

Het hotel is twee dagen in bezit genomen door een groep cursisten met een overigens heel wat verhevener interesse. In het vergaderzaaltje staat een tafel vol serieuze lectuur over onderwijs en educatie. Het hotel in het verstilde Drentse landschap leent zich uitstekend voor mensen op zoek naar rust en concentratie. De onthaasting is er compleet. Hotelier Joost Mastboom (54) dirigeert een gast per telefoon naar Doldersum: ‘Rechtdoor, de flitspalen blijven volgen.’

Socioloog
Drie jaar geleden zijn Mastboom en zijn vrouw Nanny het hotel begonnen. Het concept was toeval. Hij zocht een plaats voor zijn boeken en besloot ze in het zicht van de gasten neer te zetten. Mastboom was nieuw in de horeca. Daarvoor werkte hij tien jaar als adjunct-directeur bedrijfsvoering bij het Trimbos Instituut in Utrecht. Een organisatie die beleidsondersteunend en wetenschappelijk onderzoek doet op het terrein van psychiatrie en verslavingszorg. Hij was er met zijn achtergrond als socioloog ooit begonnen als onderzoeker. Maar Mastboom had ineens genoeg van het instituut, dat ten prooi viel aan reorganisaties en bezuinigen. Hij nam de wijk naar het oosten.

Echter, een overstap naar de horeca werd hem op voorhand door iedereen ontraden, inclusief Koninklijk Horeca Nederland. Een delegatie van KHN ging bij Mastboom op bezoek, toen nog in zijn riante doorzonwoning in Geldermalsen. ‘Die dachten: daar heb je weer zo’n vijftiger die wat anders wil, zo’n spijtoptant. Ze zeiden: weet je wel waar je aan begint? Hoeveel uren een horecaondernemer moet draaien? Nou, helemaal ongelijk hebben ze niet gehad. Met 80 uur in de week kom ik er niet. Ik dacht ook dat ik een aardig potje kookte, tot ik een professionele kok in dienst nam. En een gezelschap koffie schenken is in een hotel iets anders dan thuis met je verjaardag. Als het druk is, blijf ik lopen. Het is hier de Marathon van Doldersum.’

Maar aan de andere kant was de hotellerie ook weer niet zó’n ommezwaai voor Mastboom. In zijn vorige baan was hij immers voortdurend ‘faciliterend’ bezig. ‘Toen moest ik het ook 200 mensen naar de zin maken.’

Mastboom nam het hotel over (hij huurt het pand) toen het stil lag. ‘Zo kon ik het van de grond af opbouwen. Als ik op een rijdende trein was gesprongen, was het veel moeilijker geweest.’ Nu, na drie jaar, draait Het Boekenhotel een bezetting van zo’n 40 procent. Iets meer dan het gemiddelde in de regio. Dat is 30 à 35 procent. Net genoeg om van te kunnen leven. In het hotel werken behalve Mastboom en zijn vrouw drie mensen in de keuken. In de bediening is een vacature.

De hotelier wil naar een bezetting van 60 procent. Hij geeft toe dat het niet erg opschiet. Hij zou méér succes met zijn zaak en concept willen hebben. ‘Succes is leuk, maar het moet wel snél komen.’

Shakespeare
Aan de publiciteit ligt het niet. Bij de opening van het hotel leverde een persbericht veel kranten- en tijdschriftenartikelen op. En toen hij vorig jaar de media meldde dat hij met een Shakespeare-arrangement inhaakte op de activiteiten van het openluchttheater in Diever, kreeg hij een halve pagina in zowat alle regionale kranten in het land. ‘Ik hoef nooit te adverteren.’ Maar erg veel toeloop? Ho maar. ‘De mensen knippen zo’n artikel uit, denken: leuk om eens heen te gaan, en leggen het weg.’

Mastboom haast zich te zeggen dat Het Boekenhotel niet specifiek een verblijfplaats is voor intellectuelen. Er staat veel literatuur, zelfs alle voordrachten en geschriften in oneindig veel delen van Lenin zijn voorhanden; maar er is ook het Handboek voor motorenrevisie voor wie de handen vuil wil maken, en het Groot Nederlands Scheldwoordenboek voor gasten die hun repertoire krachttermen willen uitbreiden.

Mastboom prijst het hotel (via zijn eigen website www.boekenhotel.nl) aan bij mensen die van lezen, rust en natuur houden. De kamers geven uitzicht op een uitbundig en oneindig landschap. ‘Veel Westerlingen weten niet dat het nog bestaat.’ Niettemin zijn de boeken de bindende factor. Gasten leggen via de boeken contact. Ook met de hotelier zelf, die graag een boompje opzet over literatuur.

Mastboom vreesde aanvankelijk dat zijn collectie snel zou slinken, dat gasten boeken in hun koffers zouden laten verdwijnen. Maar hij mist nog niet één boek. ‘Sterker nog, gasten doen boeken cadeau.’ Van een blinde gast kreeg hij een boek in braille. Maar de hotelier accepteert niet elk aanbod. ‘Alle genres zijn welkom, maar ik hoef geen tien meter streekromans of Witte Ravenreeks.’ Mastboom koopt zelf nog steeds boeken en voegt ze aan de collectie toe. Maar hij schreef ook een bedelbrief aan een vijftigtal uitgevers. Mochten ze nog een restant hebben, Het Boekenhotel in Doldersum is geïnteresseerd.

Er kwamen geen reacties. Dus bedacht de hotelhouder iets beters. Hij schreef de uitgevers dat schrijvers uit hun fonds een gratis overnachting krijgen als ze hun laatste boek gesigneerd achterlaten. ‘Met het zweet in m’n handen heb ik die brieven op de bus gedaan, want de helft van de Nederlanders heeft al een boek geschreven en de andere helft is ermee bezig. Na twaalf maanden kreeg ik een reactie, van de Europese Uitgeverij: Ik heb een doosje voor u ik zal het mijn dochter laten afgeven. Dat was het. De uitgeverijbusiness is een apart wereldje. Eigenlijk ben ik voor hen niet interessant. Het is te kleinschalig wat we hier doen, en we zitten te ver van het westen. Uitgevers vinden het niet de moeite om hier een boek te presenteren of een signeersessie te houden.’

Roepnaam
Toch zou Mastboom het fantastisch vinden als hij gasten kon trekken met de kreet: ontmoet een bekende schrijver in Het Boekenhotel. De hotelier werkt inmiddels samen met het jaarlijkse Literair Festival in Steenwijk. Vorig jaar tijdens de boekenweek waren Karel Glastra van Loon, Manon Uphoff en Hans Verbogt in het hotel. De Stichting Literaire Activiteiten Ooststellingwerf legde schrijver J. Bernlef in het Boekenhotel te slapen. Van een avondje doorzakken met Bernlef heeft vooral de hotelier zelf érg genoten.

In januari is Het Boekenhotel in Doldersum altijd gesloten. Mastboom gebruikt die tijd om bij te lezen en de collectie te ordenen. Afgelopen januari heeft hij het boekenconcept gestructureerd doorgevoerd in de kamers. Elke kamerdeur heeft nu een literaire roepnaam: Eline, Anton, Hélène, Sofie, Max, enzovoort. In de boekenkast op de kamer staat het bijbehorende boek en uitgaven uit het bijbehorende genre: Eline Vere van Couperus, de Anton Wachter-cyclus van Vestdijk en ga zo maar door.

En zo blijft Mastboom aan zijn boekenconcept sleutelen. Het is een tienjarenplan, zegt hij. ‘Waarvan je er al vijf nodig hebt om de zaak goed op te zetten. Ik heb ook niet de illusie om hier rijk van te worden. Ik hoef Van der Valk niet uit het zadel te wippen. Ik zie de zaak ook niet als pensioenvoorziening. Ik heb vijfentwintig jaar in een andere sector gewerkt en premie betaald. Dat is de basis voor mijn pensioen.’

De hotelier zou extra inkomsten kunnen halen uit de verkoop van boeken, maar hij wil er geen handel van maken. Soms geeft hij een boek weg. ‘Zoals aan die priester die tegen een boek aanliep van de middeleeuwse schriftgeleerde Thomas à Kempis. Hij was er jaren naar op zoek. Een boek met een grote emotionele waarde voor hem. Ik had er niets mee. Neem maar mee, zei ik en breng het maar eens terug als je nog eens in de buurt bent.’