artikel

Liefde voor piepers jassen en kroketten draaien

Horeca

Jacques van Iersel van de gelijknamige eetsalon in Tilburg is veertig jaar actief in het cafetariavak. Begin april vierde hij deze mijlpaal met een receptie voor vrienden, en bekenden. Van Iersel kijkt terug op vier decennia waarin hij het ambachtelijk vakmanschap altijd een warm hart heeft toegedragen. ‘Er is nooit een dag geweest dat ik geen zin had om te werken. Alleen dan hou je het zo lang vol.

Liefde voor piepers jassen en kroketten draaien

Van Iersel (57) begon in 1963 als medewerker bij cafetaria Brekelmans aan de Korvelseweg in Tilburg. Daarvoor had hij bij een cateringbedrijf en een banketbakkerij gewerkt. ‘Die ervaring komt je in de bereiding van snackbarproducten altijd van pas’, zegt hij. Bij Brekelmans gingen zelfgesneden frites en kroketten uit eigen keuken over de toonbank. Ook de mayonaise werd zelf gemaakt.

Toen Van Iersel in 1971 de cafetaria overnam, was hij vastbesloten het ambachtelijk karakter voort te zetten. Anno 2003 bevat de menukaart nog steeds stoofvlees, maar ook frites, kroketten en mayonaise van eigen makelij. ‘Ik heb er nooit een moment over gepeinsd om voorbewerkte patat te verkopen. Die is gewoon minder lekker. Toen mijn schilmachine een keer kapot was, móest ik echter wel. De klanten proefden meteen het verschil.’

Eetsalon Van Iersel is zes dagen in de week geopend van 11.30 tot 23.30 uur. Alleen op zondag staat de eigenaar niet voor dag en dauw op om achter de zaak de vele kilo’s piepers te schillen en te snijden. Daarnaast draait hij wekelijks circa vierhonderd kroketten. ‘Met de hand’, geeft Van Iersel aan. ‘Ik vind het heerlijk om te doen en het werk verveelt nooit. Hoewel ik ook speciale kroketten uit de fabriek in het assortiment heb, rijden de klanten juist voor die van mij een eindje om. Net als voor mijn zelfgemaakte mayonaise. Ik bereid iedere twee weken zo’n 120 liter. Het recept is op zich niet geheim. Maar weggeven doe ik het ook niet. Trouwens, er is toch niemand meer die nog zelf z’n mayonaise maakt?’

‘Ik ben een man van het vak’, zegt de geboren en getogen Tilburger. ‘In mijn zaak staat het product voorop. Van toeters en bellen heb ik nooit wat willen weten. De radio staat hier niet aan en speelautomaten heb ik nooit gehad. Ik draai de cafetaria samen met mijn vrouw Rieki. We hebben geen personeel in dienst. Dat geeft vaak alleen problemen. Zondag is voor ons een vrije dag. Maar als de maandag is aangebroken gaan we altijd fluitend weer aan de slag. Dat ik zelf zo’n tachtig tot negentig uur per week werk, vind ik niet erg. Het is mijn lust en mijn leven. Ja, met vakantie gaan we wel. Een keer twee en een keer drie weken. Na afloop kunnen we er dan weer fris tegenaan. Veel mensen snappen mijn werklust niet. Maar dat is hun probleem; niet ’t mijne.’

Van Iersel draait naar eigen zeggen een goed rendement. ‘Heel goed zelfs’, lacht hij. ‘Onze klanten blijven van heinde en verre komen en we hebben geen personeelslasten. Bovendien rust er nog maar een kleine hypotheek op het pand, waarvan de bovenverdieping door ons wordt bewoond. Jazeker, we moeten er veel uren voor draaien. Maar nogmaals: we doen het graag. En wanneer je iedere dag goed indeelt, dan word je niet gauw moe.’

Hij ziet zijn werk als hobby. Niettemin denkt Van Iersel erover om er over een jaar of drie mee te stoppen. Overnamekandidaten zijn er nog niet. ‘Onze dochter heeft geen zin in de horeca. Ik hoop op een koper die de zaak op dezelfde voet voort wil zetten. Maar ik vrees het ergste. Je ziet de cafetariabranche veranderen. Er zijn veel goede ondernemers, maar steeds minder ambachtelijke vakmensen. Op zich is daar niets mis mee. Uit de fabriek komen er eveneens frites en kroketten die kwalitatief prima in orde zijn. Maar ik heb gewoon te veel lol in mijn werk om het over een andere boeg te gooien. Trouwens, onze klanten zouden dat niet pikken.’