artikel

Lovende woorden en opbouwende kritiek

Horeca

Bij iedere wedstrijd zijn er winnaars en verliezers. Bij elke wedstrijd zijn er ook deelnemers die het niet eens zijn met de leiding. Bij de vakwedstrijd Cafetaria van het jaar is dat natuurlijk niet anders. Reacties van een aantal ex-deelnemers die niet wonnen.

Lovende woorden en opbouwende kritiek

Hilda Arling, mede-eigenaar van Kwalitaria ‘t Middelpunt in Emmer Compascuum, is goed te spreken over de vakwedstrijd. ‘Het is leuk en spannend, omdat je vooraf niet precies weet hoe je met je bedrijf ervoor staat. Het is vooral erg leerzaam’, zegt ze.‘
‘t Middelpunt deed twee keer mee. De eerste keer had familie Arling de cafetaria net een jaar en eindigde ’t Middelpunt bij de eerste twaalf. Drie jaar later, in 1999, eindigde ‘t Middelpunt bij de eerste zes. Vorig jaar werd de zaak in haar samenwerkingsverband zelfs Kwalitaria van het jaar.

Teleurstelling
‘Ik denk dat het goed is om mee te doen aan vakwedstrijden, omdat je zaak door anderen wordt beoordeeld. Als je zaak goed loopt, heb je die frisse blik niet meer. Door mee te doen aan wedstrijden raak je weer gemotiveerd. Klanten vinden het trouwens ook leuk.’
Maar aan de verkiezing Cafetaria van het Jaar doet ‘t Middelpunt voorlopig even niet meer mee. ‘Er gaat ontzettend veel tijd in zitten en we hebben genoeg te doen. Ik denk ook niet dat je te snel achter elkaar moet meedoen. Er zijn cafetaria’s die elk jaar meedoen. Dan is bij een slecht resultaat de teleurstelling veel groter.’
Toyna Ottink en Dennis Menzing deden met Eet- en IJssalon Menzing in 1996 mee en zijn van plan dit jaar of volgend jaar weer mee te doen aan de verkiezing. ‘We zijn in 1996 bij de eerste zes geeindigd en hebben de wedstrijd als zeer goed ervaren. We hebben er veel van geleerd’, vertelt Toyna Ottink. ‘Het was spannend omdat je door een undercovergast wordt gecontroleerd. Iedereen deed een stapje extra voor de zaak. De klanten waardeerden het zeer dat we meededen. Onze zaak is intussen verder vooruit gegaan door aangebrachte verbeteringen. We willen binnenkort weer meedoen.’

Opbouwende kritiek
Het is niet alleen maar positief wat de klok slaat. Hans Geurts, eigenaar van Cafetaria De Neus in Zeist, ervoer de laatste vakwedstrijd als een teleurstelling. ’Ik heb twee keer meegedaan. De eerste keer in 1997, zat ik bij de eerste twaalf en kreeg ik veel informatie aangereikt. De tweede keer, vorig jaar, werd ik niet genomineerd. Niet dat ik dat erg vind, maar ik wil wel graag weten waarom. Ik kreeg nu een summier rapportje thuis, waar ik niet uit op kon maken waarom ik niet was genomineerd. Als ik dat rapport van mij bekijk, dan had de rest louter tienen moeten hebben.’
Geurts pleit voor meer informatie en meer openheid. ‘Ik wil van deze wedstrijd leren. Het moet serieuzer worden opgepakt en er moet meer feedback van vakmensen komen. Dat ik een goede zaak heb weet ik, maar ik wil weten hoe vakmensen tegen mijn zaak aankijken. De jurering moet met meer cijfers en aanmerkingen worden onderbouwd. Als er niets verandert doe ik niet meer mee.’
Met die opbouwende kritiek kan de organisatie het dus doen. Geurts heeft er nog wel eentje: ‘Er moet ook meer bekendheid aan de wedstrijd worden gegeven. In de kaassector krijgen genomineerde deelnemers een bord waarop staat dat ze genomineerd zijn. Als je verder komt krijg je telkens weer een bord. Zo kun je de prestatie beter zichtbaar maken voor de klant. Dan wordt het ook veel leuker voor het personeel.’