artikel

Met Fats Domino onder de SENA uit

Horeca

Met het draaien van rechtenvrije muziek lijkt de horeca verlost van de SENA-heffing. Helaas verstrekt het incassobureau van de muziekmakers geen lijsten met rechtenvrije muziek. Wie geen SENA wil betalen moet zélf aantonen uitsluitend rechtenvrije muziek te draaien.

Met Fats Domino onder de SENA uit

Na een langdurige correspondentie met SENA in Hilversum is Vincent Westmaas bijna zeker van zijn zaak. Hij hoeft dit jaar geen SENA-heffing te betalen. Dat scheelt hem een paar honderd euro. SENA krijgt van hem een lijst met cd’s en zal nagaan of over deze muziek rechten verschuldigd zijn. Op de lijst komt uitsluitend muziek van Amerikaanse uitvoerenden en Amerikaanse producers.

Het principe is simpel. De Verenigde Staten zijn niet aangesloten bij het Verdrag van Rome, waarin de vergoedingen voor uitvoerenden en producers zijn geregeld, zo vertelt hij.Westmaas, die in Ter Heijde aan Zee hotel Elzenduin exploiteert, is al meer dan een jaar bezig met een kruistocht tegen SENA. Volgens hem gaat de organisatie er vanuit dat horeca- en andere ondernemers muziek draaien waarover vanzelfsprekend rechten moeten worden betaald. Hij ging op onderzoek uit en kwam tot de conclusie dat er ook rechtenvrije muziek is. Muziek waarop de SENA-heffing dus niet van toepassing is.

Singapore Symphony
De hotelier bedacht een praktische oplossing en vroeg SENA hem een lijst te sturen met muziek waarover geen rechten zijn verschuldigd. Jammer, maar zo werken ze bij SENA niet. Toen kwam Westmaas met een ceedeetje van het Singapore Symphony Orchestra, op eigen label van het orkest uitgebracht. Helaas, de juridische dienst van SENA meldde hem dat het niet is uitgesloten dat de producer van het schijfje de Europese nationaliteit heeft of onderdaan is van een ander land dat bij het Verdrag van Rome is aangesloten. ‘Gelet op de omvang van het mondiale repertoire is het vrijwel uitgesloten dat de door u gebruikte muziek vrij van SENA-rechten’ is, aldus de organisatie.Uit de gegevens van SENA bleek tevens dat het repertoire van het SSO grotendeels is beschermd, terwijl zelfs twee Nederlandse producenten bij producties van het orkest betrokken waren.

Bij het Verdrag van Rome zijn intussen 67 landen aangesloten. Er is een internationale samenwerking tussen een achttal incassobureaus (AIE, ADAMI, PAMRA, GEIDANKYO, enzovoort) die de rechten innen voor artiesten en producenten.Westmaas raadpleegde vervolgens de website van SENA en zag dat de Verenigde Staten het verdrag niet hebben ondertekend. Dus probeerde hij het met de kerst-cd van Fats Domino, geproduceerd door de meester zelf (EMI Music, te bestellen via bijvoorbeeld bol.com).SENA heeft inmiddels laten weten er voor deze Fats-productie inderdaad geen SENA-vergoeding geldt. Westmaas is naarstig op zoek naar meer rechtenvrij repertoire. Als na controle van zijn lijst blijkt dat het uitsluitend om rechtenvrije producties gaat, zou hij dus geen SENA-vergoeding hoeven betalen.

Individuele gevallen
Theo Marsman, hoofd account management van SENA, zegt dat zijn organisatie in individuele gevallen wel eens kijkt of een ondernemer ontheffing kan krijgen voor het betalen van de vergoeding. Chinese restaurants vallen soms buiten de wettelijke regeling. Maar SENA wil er zeker geen gewoonte van maken. Het doel van de organisatie is niet om ondernemers te helpen om niet te hoeven betalen. SENA is een incassobureau.

Uitgangspunt is dat uitvoerenden en producers het geld krijgen waar ze wettelijk recht op hebben. De heffing is gebaseerd op de playlists van de radio, de grootste gemene deler. Daarbij wordt rekening gehouden met een gedeelte rechtenvrij repertoire.SENA gaat er vanuit dat in de horeca en andere bedrijven vergelijkbaar repertoire ten gehore wordt gebracht. Blof, Marco Borsato, Acda & De Munnik zijn Nederlandse artiesten die met hun producers flink mee-eten uit de SENA-ruif. In het buitenland zijn dat bijvoorbeeld Robbie Williams, U2 en Westlife en Nelly Furtado.

Marsman ziet de lijst van Westmaas met belangstelling tegemoet, maar de horeca moet niet verwachten dat er een precedentwerking vanuit gaat. Al verwacht hij geen stormloop van vergelijkbare initiatieven uit de horeca. Muziekaanbieders die riepen dat ze horeca en winkels een rechtenvrij repertoire aanboden, zijn in het recente verleden al door de rechter teruggefloten, zo zegt hij. ‘Er is wat dat betreft voldoende jurisprudentie.’

Website
Westmaas heeft op zijn beurt plannen voor een website met een overzicht van rechtenvrij repertoire, waar collega’s die ook genoeg hebben van de SENA-heffing uit kunnen putten. Marsman van SENA zegt dat dat onbegonnen werk is, maar zo’n initiatief niet tegen te kunnen houden: ‘We zullen het zeker niet aanmoedigen.’ Hij verwacht bovendien niet dat horecaondernemers op basis van zo’n overzicht hun gasten het meest vlotte en toegankelijke repertoire zullen voorschotelen: ‘Het zijn zaken waarvan je wat de muziek betreft geen toegevoegde waarde moet verwachten.’

De SENA-manager toont zich ook niet gevoelig voor het in de horeca veelgehoorde argument dat horecaondernemers geld toe zouden moeten krijgen omdat ze artiesten promoten door veelvuldig hun muziek te draaien. Platen schijnen tegenwoordig eerder een hit te worden omdat ze veel in disco’s worden gedraaid. Marsman gelooft niet zo in de hulpvaardigheid van horecaondernemers om artiesten in het zadel te helpen: ‘Ze draaien die platen in eerste instantie toch voor hun eigen gewin. Om volk binnen te krijgen.’

Kortom, bij SENA-betalers zit het wel goed met de muziek. Marsman stelt voor dat alle bedrijven die hun bijdrage betalen een SENA-sticker op de deur krijgen als een soort kwaliteitsmerk. ‘In de zin van: wij voldoen aan de wettelijke eisen.’

Twijfel over hoge korting

SENA overlegt over de hoogte van de tarieven met brancheorganisaties. In de horeca met het bedrijfschap Horeca & Catering en Koninklijk Horeca Nederland (KHN). Dat resulteerde in een korting van een derde deel op het basistarief. Als de SENA-heffing een derde deel goedkoper kan, dan moet het basistarief nattevingerwerk zijn, meende KHN. De organisatie liet de tariefstelling onderzoeken door de mededingingspolitie, de NMa. Die constateerde dat er niets mis mee is, en dat de Nederlandse tarieven vergeleken met andere landen zelfs aan de lage kant zijn. SENA zelf verklaart de korting door erop te wijzen dat er minder administratieve handelingen nodig zijn. Er gaat slechts één rekening uit naar KHN voor duizenden horecabedrijven.