artikel

Met onze eigen snacks trekken we meer klanten

Horeca

Ton Vorselaars heeft nooit getwijfeld. Net als zijn vader, van wie hij enkele jaren geleden cafetaria De IJsbeer in Den Bosch overnam, maakt hij een groot deel van het assortiment zelf. Kroketten, gehaktballen, hamburgers, nasischijven, maar ook macaroni, satésaus en ijs komen uit eigen keuken. Hij is niet van plan daar verandering in te brengen.

Met onze eigen snacks trekken we meer klanten

Ooit was De IJsbeer een ijssalon. ‘Van de heer Berends’, weet Ton Vorselaars. ‘Vandaar de naam. Toen mijn vader de zaak 35 jaar geleden kocht, hield hij die naam aan. Naast ijs is hij gaandeweg ook steeds meer snacks gaan verkopen. Van eigen makelij. Daarmee bind je klanten, luidde zijn credo. Ik ben het volmondig met hem eens. De consument rijdt voor producten die zich onderscheiden een eindje om. Daar durf ik mijn hand voor in het vuur te steken. De klandizie is zodanig, dat wij op maandag en donderdag dicht kunnen zijn. Onze klanten eten die dagen dus niet van de snackbar, ondanks de concurrentie hier in de buurt. Binnen een straal van één kilometer zijn zo’n twaalf cafetaria’s gevestigd. Maar die maken hun snacks niet zelf.’

Vorselaars brengt naar eigen zeggen een stuk vakmanschap in zijn snacks. Hij is opgeleid tot restaurantkok en wilde nadat hij de zaak overnam zelf blijven koken. ‘Ik wilde met potten en pannen bezig zijn. Het is arbeidsintensief, maar het werk levert veel vreugde op. We gaan om 12.30 uur open, zodat we ’s ochtends de gelegenheid hebben onze snacks te maken. Daarnaast vullen we de rustige middaguurtjes, zo tussen twee en vier, op nuttige wijze in. Het is een kwestie van goed plannen.’ Cafetaria De IJsbeer levert niet aan derden. ‘We houden al onze producten, waarvan de recepturen strikt geheim zijn, voor ons zelf. De ongebakken snacks verkopen we alleen soms aan onze klanten. Mits die voor eigen gebruik zijn.’

Eentonig
De 35-jarige cafetariahouder wordt in productie en verkoop bijgestaan door echtgenote Arriëtta en assistent Wilbert Teulings. ‘Ik heb de toenmalige opleiding tot Uitvoerend Horeca Ondernemer gevolgd op de Rooipannen in Tilburg’, vertelt Wilbert. ‘Mijn stage volbracht ik zo’n twee jaar geleden bij Ton. Vervolgens kreeg ik van hem een fulltime baan aangeboden. Juist het zelf maken trekt mij aan. Ik vind het hartstikke leuk en het zorgt voor veel afwisseling. Alleen maar achter de vitrine staan en afbakken is toch wat eentonig.’

Opmerkingen uit de branche als zouden zelfgemaakte snacks op gespannen voet kunnen verkeren met de HACCP-normen, vindt Vorselaars onzinnig. ‘Een slager verkoopt toch ook vaak zijn eigen verse worst of paté? Daar hoor je nooit iemand over. Begrijp me goed: HACCP is een prima verhaal. Ik zorg er dan ook voor dat we ons aan de regels houden. Ik werk net zo hygiënisch als in de fabriek. Het hele bereidingsproces heb ik op papier vastgelegd. Verder kijken we nog wat kritischer naar het afkoelingsproces. Zo kan er echt niets mis gaan.’

Ton Vorselaars geeft aan dat hij over zijn rendement in het geheel niet te klagen heeft. ‘Natuurlijk is het makkelijk om je producten uit de vriezer te trekken. Er zijn best goede fabriekssnacks bij en misschien is het ook wel goedkoper. Maar met onze eigen snacks trekken we meer klanten, hetgeen extra rendement oplevert. Ik vind trouwens dat het hele rendementsverhaal wat opgeblazen wordt. Wij kunnen van ons bedrijf goed leven. Het plezier staat bij ons voorop. Dat halen wij uit een goed product waarmee onze cafetaria zich onderscheidt en dat bijdraagt aan de upgrading van onze branche. Wij brengen geen eenheidsworst. Dan komt een goed rendement vanzelf. Ook op de langere termijn, want een bedrijf met een speciale uitstraling kun je later goed verkopen.’