artikel

Mini-imperium met drie concepten

Horeca

Almelo mag dan niet de meest aansprekende plaats van Nederland zijn, de textielstad van weleer doet zijn best er wat van te maken. Met zorg en aandacht is het centrum opgeknapt. Achter een mengeling van oude directiewoningen, in onbruik geraakte fabrieksschoorstenen en strakke nieuwbouw gaat een levendige stad schuil. Met dank ook aan de horeca. Ruud de Jong en Karin Oude Avenhuis dragen hun steentje bij met drie bedrijven, café De Stam, Irish pub The Shamrock en Proeflokaal België.

Mini-imperium met drie concepten

Ruud de Jong oogt een tikje zenuwachtig. Neemt een snelle slok van zijn glaasje water. Als even later partner Karin Oude Avenhuis binnenkomt blijkt waarom. Een bolle buik duidt op een vergevorderde zwangerschap. ‘Ik ben al vier dagen over de uitgerekende datum heen, maar hij lijkt er nog niet uit te willen’, zegt ze glimlachend. Ze heeft net nog even een paar plantjes gekocht. Dochtertje Lotte van anderhalf verdwijnt routineus achter de bar waar ze door de bardame wordt opgevangen.

Gezeten aan de stamtafel van The Shamrock zegt de Almelose horecaondernemer het belangrijk te vinden dat zijn partner ook bij het gesprek aanwezig is. ‘We hebben het eigenlijk allemaal samen gedaan. Ik meer vanachter de bar. Veel plaatjes gedraaid ook. Karin is van huis uit grafisch vormgever. Zij werkt in The Shamrock af en toe in de bediening, is verder verantwoordelijk voor de administratie en het ontwerpen van de reclame en folders voor onze bedrijven.’

Ruud pakt er een langwerpig foldertje bij. ‘UIT! in mei in…’ waarna de logo’s van de drie bedrijven volgen die het tweetal de afgelopen tien jaar is begonnen. De folder prijst een scala van activiteiten aan. Jamsessions, stand-up comedy en dansavonden in Proeflokaal België, een Ierse middag in The Shamrock en een optreden van jongensgroep Silkstone in jongerencafé De Stam. Achterop een aankondiging voor ‘De nacht van Almelo’ op vrijdag 31 mei. Met optredens van Skik, K-Otic en Hans en Candy Dulfer. ‘Dat organiseren we met een paar ondernemers hier op de Markt. Het is een grote happening. De onderlinge samenwerking in de stad is goed. Na afloop is er ook in alle cafés wel een bandje aan het spelen.’

Eigen publiek‘
Dit, aan de zuidkant van de Grotestraat, was de rustige kant van de stad toen we hier begonnen’, gaat Ruud de Jong verder. ‘Het cafégebied was altijd aan de andere kant.’ Hij wijst naar buiten. Naar het café schuin tegenover The Shamrock. ‘In die zaak hebben we allebei gewerkt. Maar ik wilde mijn hele leven al een eigen café beginnen. In het pand van De Stam zat ooit een Chinees. Daarna stond het jarenlang leeg. Toen ik de gelegenheid kreeg daar te beginnen, heb ik dat meteen gedaan.’

Helemaal zonder risico’s was die stap niet. Ruud de Jong: ‘Tien, vijftien jaar geleden was Almelo een stad met veel trammelant. Bij nogal wat bedrijven ging er ook eerst zo’n luikje open voordat je naar binnen mocht. Dat wilden wij niet. Meteen vanaf het begin hebben we een eigen publiek nagestreefd. Door de keuze van je muziek kun je dit al goed sturen. Bij ons geen André Hazes dus. En het lukte. We kregen een gemêleerd publiek binnen. Beter opgeleid ook. Waardoor de kans op ruzie sowieso kleiner wordt. Na vijf jaar zag je dat een deel van de gasten De Stam ontgroeide. Zo is eigenlijk als vanzelf The Shamrock ontstaan.’

Het klikt simpel. Achteraf. Maar de één pand verderop gelegen Ierse pub herbergde tot dan toe een beddenzaak. ‘Je had het hier moeten zien’, blikt De Jong in de richting van de wanden die nu zijn voorzien van donker hout en sfeervol oud reclamemateriaal. ‘Daar stonden allemaal matrassen.’

De inrichting deden ze zelf. ‘We waren al een paar keer in Ierland geweest en vonden het er prachtig. En ook als we op bezoek waren in andere steden, zochten we ook bijna altijd een Ierse pub op’, antwoordt Karin op de vraag waarom ze juist voor een Iers getint bedrijf kozen. Rommelmarkten in België en Dublin werden afgestruind. Ontwerpen gemaakt. De complete inrichting namen ze zelf ter hand. ‘Ik vind het starten van een horecabedrijf echt het leukste wat er is’, zegt Ruud, ‘Ik denk er ook wel eens over om een horeca-inrichtingbedrijf te beginnen.’

Hij vervolgt: ‘Het bleek een gat in de markt. Er was echt behoefte aan een bedrijf dat de gezelligheid van een café combineert met een restaurantfunctie. We zitten op zeker 80, 90 couverts per dag. Veel mensen komen hier borrelen na het werk en blijven dan eten. En ik ben lid van de businessclub van Heracles. Dat helpt ook wel.’ Iers personeel ontbreekt in The Shamrock. ‘We zijn wel begonnen met een Ierse kok, maar dat was niet zo’n succes. Iers personeel hebben we ook wel eens gehad, maar ik moet eerlijk zeggen dat die toch minder snel zijn dan gewoon Nederlands personeel.’

Groot terras
Twee jaar na de opening van The Shamrock voegen Ruud en Karin een conceptueel compleet ander bedrijf aan hun rijtje toe. Proeflokaal België. ‘Ik mag zelf graag een speciaalbiertje drinken’, verklaart Ruud de keuze voor een op de zuiderburen geënt horecabedrijf. ‘En een biercafé was er ook nog niet in Almelo’, geeft hij als tweede en niet onbelangrijke reden.In een pand van brouwer Interbrew namen ze wederom de inrichting zelf ter hand. ‘Belgische cafés zijn vaak heel licht, dat heb ik iets minder.’ Hij wijst op de tegelvloer in de entree. Afkomstig uit een oude school. ‘Hier heb ik gemerkt dat het makkelijker is om een café te beginnen dan over te nemen. De zaak die er hiervoor in zat, had nogal een slechte naam. Het duurde zeker twee jaar voor de loop er weer in zat.’

Met acht soorten bier van de tap en meer dan honderd uit de fles wekt het geen verwondering dat België inmiddels bezig is lid te worden van de Alliantie van Biertapperijen. Ook wil De Jong binnenkort bierproefavonden voor bedrijven gaan organiseren.

Liggen De Stam en The Shamrock aan de winkelstraat, Proeflokaal België is gevestigd in een hoekpand aan het water. ‘Het is mijn enige zaak met een behoorlijk terras voor de deur. ’s Zomers wordt de straat afgesloten voor verkeer waardoor ik 140 stoelen kwijt kan. Bovendien heeft de gemeente plannen om de kade te verlagen. Dit zal waarschijnlijk iets ten koste gaan van de beschikbare straatoppervlakte, maar dan kun je wel aan het water zitten, net als in het centrum van Utrecht.’

Deze avond heeft Ruud zichzelf ingeroosterd om plaatjes te draaien. ‘DJ Ruud en DJ Alex zullen u weer terug doen denken aan de schoolavonden van vroeger, alleen wordt er nu wél alcohol geschonken’, staat er in het maandfoldertje. Ruud de Jong: ‘Ik heb zelf duizend elpees en heel veel singles. Daar maak ik een keuze uit. De mensen vinden dat erg leuk. Compleet met ruis en tikken. Zelf ben ik 35, en het merendeel van het publiek dat hier komt is ook dertig plus. En dan is de muziek uit de jaren ’70 en ’80 toch het leukst om te horen.’

Punk
Dat laatste geldt vreemd genoeg deels ook voor het jonge publiek in de zaak waar het allemaal begon, De Stam. Het soms buitenissig uitgedoste publiek drinkt op deze vrijdagmiddag de pilsjes onder de klanken van harde rockmuziek. Een halve Trabant is tegen de muur bevestigd en lijkt zo het café binnen te tuffen. Piercings in lippen of naast een wenkbrauw geven veel bezoekers een ‘punklook’ Een enkeling gaat zelfs getooid met een originele hanenkam. De geschiedenis herhaalt zich. Ook op muziekgebied. ‘Ska is weer in. Bands als Madness en The Specials zijn hier vrij populair’, zegt Ruud.

Het tien jaar oude café werd recent flink opgeknapt. Ruud de Jong roept bardame Esther erbij. ‘Zij werkt hier al vijf jaar. En heeft een opleiding aan de Kunstacademie gevolgd. Zij weet precies wat de gasten willen. De kleurstelling op de wanden groen/geel heeft zij uitgekozen.’

Nieuwe bedrijven
In ieder van de drie bedrijven van Ruud en Karin wordt een ander merk bier getapt. Jupiler in België, Grolsch in De Stam en Gulpener in The Shamrock. ‘Ik vind het wel fijn zo. Qua bierkortingen kun je misschien niet het onderste uit de kan halen, maar je kunt ze eventueel wel tegen elkaar uitspelen. Het houdt jezelf ook scherp. Je kunt de verschillende brouwerijen en drankenhandels zo beter met elkaar vergelijken.’

En dat kan altijd van pas komen. Ruud en Karin overwegen hun mini-imperium binnenkort uit te breiden met twee nieuwe bedrijven. ‘Een zaak in Almelo en één in Oostenrijk.’ Oostenrijk? ‘Ja, samen met een compagnon die daar al zit. Het is een mooi idee, maar het staat op een laag pitje hoor. Het heeft ook nadelen. We gaan er al twee keer per jaar naar toe op vakantie, en als je er een zaak hebt ben je ook daar weer aan het werk.’

Hij vervolgt: ‘Als je meerdere bedrijven hebt krijg je regelmatig wat aangeboden. Ik heb ook wel de kans gehad om iets in Hardenberg te starten. Maar dan zit je weer meer in de auto dan in de zaak. Nee, eigenlijk ben ik wel tevreden met deze drie bedrijven. Ik werk nu al honderd uur in de week. En ik doe het met heel veel plezier hoor, maar je bent vooral achter de schermen bezig.’

‘Terwijl het achter de bar toch het leukst is’, vult Karin aan. ‘Ja, maar soms ook irritant’, reageert Ruud. ‘Soms laat ik mezelf wel eens inroosteren voor een bardienst. Als je dan staat te tappen zegt een klant ‘goh, werk je ook weer eens’. Wat je verder allemaal doet zien ze dan weer niet.’