artikel

Moord en minifrikandellen

Horeca

In mijn studententijd had ik een stamkroeg. Die zat onder de studentenflat waar ik destijds woonde. Naast het piepkleine levensmiddelenzaakje met een lichtbord IFA. Later kwam ik erachter dat IFA stond voor International Food Association, een wel heel pronte naam voor zo’n verkoophok. Het leven was gemakkelijk, je rolde je bed in of uit en altijd waren de kroeg en de winkel in de nabijheid. Twee trouwe vrienden.

Moord en minifrikandellen

Op een avond krabde ik in de kroeg gedachteloos wat verf los van de zwarte toog. Die schilferde overigens toch al en krabben is dan heel verleidelijk. Daaronder ontdekte ik een gele verflaag en dieper nog rode verf. Mijn kroegmakker Marc en ik groeven daarmee ons eigen verleden op: we gingen namelijk terug tot de gele en zelfs de rode kroeg. Tja, dan zit je ergens wel lang. Maar we zaten er met plezier. Het bier was goed, de muziek nog beter en we kenden iedereen. Ook was er een biljart. Vol vlekken en butsen, maar desondanks goed genoeg om erop te spelen. Eigenlijk het enige om op te spelen en daarom goed genoeg. Echte stamgasten kennen dat.

Echte stamgasten weten ook wat ‘trek’ betekent. Je zit aan de bar en drinkt stevig door. Dan krijg je zin om iets te eten, dat heet dan ‘trek’. Deze kroeg had minifrikandellen op de kaart. Ik vind het nog steeds een prachtig woord. Eigenlijk waren het gewone frikandellen, maar voor ze het vet ingingen, waren ze in vijf stukken gesneden. Ik kan me niet herinneren of we daar dan meer voor betaalden dan voor een standaardkroket. Luxere hapjes verdienen immers betere marges, dat is een standaard horecawet. Mijn kroegvriend Marc en ik hebben achteraf aan deze kwestie veel woorden verspild. We weten het eenvoudig niet meer. Zo’n kroeg gaat zitten als een oude jas. En het was knap, zeg ik achteraf, dat zowel Marc als ik toch nog aardig door de studie rolde. We kwamen namelijk iedere avond in onze kroeg. Dat was meer vanzelfsprekend dan studeren.

Zo maakten we ook kennis met de lokale gek. Een gesjeesd ex-student, Kees, die ze allemaal niet meer op een rijtje had. Hij gooide de deur van de kroeg regelmatig open en riep dan iets opruiends. De kastelein en zijn hulpjes duwden hem dan weer naar buiten. Heel vervelend allemaal. Dat liep dus een keer uit de hand. De kastelein pakte een Grolsch-fles van een halve liter en sloeg de ex-student op het hoofd. De schedel kraakte, de man stierf en de politie kwam. Weg was de kastelein. Voor zover ik me herinner, zagen we hem niet meer terug. Een nare en vervelende zaak met alleen maar slachtoffers. Maar ja, hij vond wel plaats in onze kroeg, dus was het ook iets van ons.

Waarom komt zoiets deze dagen terug? Ik denk omdat het er altijd behaaglijk warm was. Als je bij -12°C de ruiten staat te krabben, zoals vorige week, dan is warmte een fijne gedachte. Daar doet een moord niets aan af.

Peter Garstenveld, hoofdredacteur Misset Horeca

peter.garstenveld@reedbusiness.nl

Andere columns van Peter Garstenveld: