artikel

Nationale fritesweek moet branche voor het voetlicht krijgen

Horeca

Dick van der Aart is marketing manager bij aardappelverwerkingsbedrijf Aviko in Steenderen. Hij begon er in 1988 als productmanager voor het retailsegment in Duitsland. Sinds zes jaar is hij verantwoordelijk voor de binnen- en buitenhuisconsumptie van Aviko-producten in heel Europa. Aan de vooravond van de eerste aardappeloogst van dit jaar sprak Snackkoerier met hem. Van der Aart laat zijn licht schijnen over ‘zijn’ bedrijf. Maar ook geeft hij zijn mening over wat de fritesproducenten gezamenlijk voor de branche kunnen betekenen.

Nationale fritesweek moet branche voor het voetlicht krijgen

Welke belangrijke ontwikkelingen heeft u in de afgelopen twaalf jaar meegemaakt?’
Dick van der Aart: ‘Toen ik in 1988 begon, oriënteerde Aviko zich op een omslag in marketingoperaties. We stonden aan het begin van trajecten voor een aantal nieuw te bewerken segmenten, zoals de out-of-homemarkt in Nederland en de retailsector elders in Europa. Zo is meer invloed gekregen op de Duitse markt en heeft Aviko in Frankrijk onlangs het gerenomeerde merk Vico overgenomen. Met name de diepvriesaardappelproducten liggen daar nu onder de naam Aviko in de supermarkt.’

Wil Aviko Europa veroveren?’
Dick van der Aart: ‘Een bedrijf dat zich op Europa focust, heeft een toegevoegde waarde. Het doel is dan ook om over-all nog meer voet aan de grond te krijgen. Daartoe hebben wij de beschikking over een goed salesnetwerk. Vanuit Steenderen bewerken wij de markt in de Benelux en Duitsland. Daarnaast zijn er verkoopkantoren in onder meer Engeland, Frankrijk, Spanje, Italië en Oost-Europa. Met een dergelijk netwerk kun je in die landen alert reageren op bepaalde ontwikkelingen.’

Iets heel anders. Wat zijn uw verwachtingen voor de komende aardappeloogst?’
Dick van der Aart: ‘De verwachting is dat de vroege oogst maximaal twee weken later zal plaatsvinden dan normaal, dus medio juli in plaats van begin juli. Dit is een gevolg van het natte en koude voorjaar in de gebieden waar wij de vroege rassen vandaan halen: Nederland, maar ook België en het Duitse Rijnland. Er kon pas later en soms helemaal niet gepoot worden. Gelukkig kunnen wij voor onze productie eerst nog een beroep doen op de oude aardappelvoorraad. Voor de hoofdoogst, in september en oktober, verwacht ik op dit moment geen vertraging. Wel houden wij rekening met de gevolgen van minder aanplanting. De oorzaak hiervoor ligt enerzijds in ontwikkelingen op de aardappelmarkt. Boeren hebben de laatste jaren teveel geteeld, waardoor een overschot ontstond. Hierdoor moesten zij vaak onder de prijs leveren. Vanwege dit dalende rendement planten de aardappeltelers nu minder aan. Anderzijds is de bodemstructuur van de aardappelvelden momenteel minder dan voorheen. Door het klimatologisch slechte voorseizoen hebben de boeren nauwelijks de gelegenheid gehad om de bodemstructuur in orde te maken. Dit betekent een lagere oogst per hectare. Het effect zal naar onze verwachting zo’n vijf tot acht procent minder aardappelen zijn.’

Zal dit invloed hebben op de prijzen van aardappelproducten?’
Dick van der Aart: ‘Wij gaan zeker een andere prijsstelling zien. De prijzen van nieuwe frites zullen, denk ik, met enkele procenten stijgen. Dit is trouwens ook een gevolg van een aantal vaste kosten die omhoog gaan. Denk aan de stijgende vervoerskosten en de kosten van verpakkingsmaterialen die door de ontwikkelingen op de oliemarkt onder druk staan.’

Naast het retailsegment, richt Aviko zich ook nadrukkelijk op de out-of-homemarkt. Hoe pakt het bedrijf dit aan?’
Dick van der Aart: ‘Wij hebben voor de cafetariabranche onlangs een imago-onderzoek laten verrichten en de uitkomsten vertaald in nieuwe beleid. De focus van de consument voor de keuze van een cafetaria blijkt zich vooral te richten op ligging, bekendheid en assortiment van de zaak. Dus meer dan alleen kwaliteit telt. Aviko springt daar nu op in door cafetaria’s rechtstreeks te ondersteunen in een betere profilering. We denken actief met hen mee, zowel met het oog op het rendement als op assortiment. Zo bieden wij bijvoorbeeld het computerprogramma ‘Kostprijs Bakje Friet’, kortweg KBF, waarmee de cafetariahouder de voordelen van het gebruik van verse frites ten opzichte van diepvries kan bepalen. Ook presenteren wij menusuggesties die aan frites een extra dimensie toevoegen en voor een hogere kassa-aanslag zorgen. Daarnaast maken wij de branche erop attent dat uit de aardappel meer is te halen dan frites alleen. Ik denk dat die variatiemogelijkheid in veel cafetaria’s nog een ondergeschoven kindje is. Ondernemers hebben wel steeds meer diversiteit in bijvoorbeeld het ijsaanbod, maar nog nauwelijks in het assortiment aan aardappelproducten. Dat verbaast mij, omdat aardappelproducten circa 30 procent van hun omzet uitmaken.’

Is dit stimulerende beleid u niet vooral om Aviko te doen?’
Dick van der Aart: ‘Deels natuurlijk wel. Daar zijn we een commercieel bedrijf voor. Maar we hebben bovendien een gezamenlijke aanpak voor ogen, die onze branche voor het voetlicht moet krijgen. Wij denken hierbij aan een nationale fritesweek ten tijde van de nieuwe hoofdoogst. Zo’n evenement dient gedragen te worden door alle fritesproducenten. Nu doen we richting cafetaria allemaal iets, maar te fragmentarisch. Als je alle kennis en acties bundelt, heb je meer kans op een landelijke impact die de cafetariasector hernieuwd neerzet in de markt. Er is in de fastfood sprake van allerlei nieuwe ontwikkelingen, zoals exclusieve sandwiches, wraps en niet te vergeten de branchevervagende retail. We moeten oppassen dat het fritesproduct en de cafetaria niet ondergesneeuwd raken. We hebben een gezamenlijk belang om aan deze dreiging het hoofd te bieden.’

Heeft de traditionele frites toekomst?
Dick van der Aart: ‘Jazeker. De frites die is neergezet als merkproduct, heeft absoluut toekomst. Een merk geeft de consument vertrouwen en biedt de cafetaria de basis voor winstgevende groei. Maar deze verwachting brengt wel de eis met zich mee dat de branche moet blijven komen met nieuwe initiatieven op het gebied van aardappelproducten. We zullen de cafetariasector nog wat actiever moeten laten zien wat we in huis hebben en wat we hen kunnen bieden. Dit begint wat ons betreft bijvoorbeeld met een actieve introductie van een product als de spicy jacket wedges.’