artikel

‘Nieuwjaarsnacht 2001: beloften sloegen om in ramp

Horeca

Nieuwjaarsnacht 1 januari 2001. Die nacht werd Volendam in het hart getroffen, aldus burgemeester W. van Beek zondag tijdens de herdenkingsdienst in de Vincentiuskerk in Volendam ter nagedachtenis van de nieuwjaarsbrand in café De Hemel vijf jaar geleden. ‘Veertien levens werden weggerukt, honderden jongeren raakten gewond. Het was een jaar dat begon met grote beloften, maar omsloeg in een ramp.
Lees hier het hele verslag…

‘Nieuwjaarsnacht 2001: beloften sloegen om in ramp

Ruim achthonderd mensen woonden de dienst bij, onder wie familie van de slachtoffers, jongeren die zelf gewond raakten, leden van het gemeentebestuur en vertegenwoordigers van de brandweer. De herdenking, die zondag voor de laatste keer op deze wijze werd gehouden, begon ‘s nachts op het kerkhof, dat van 22.30 tot 1.30 uur open was. Zondagochtend was er eerst een bloemlegging bij het monument aan de haven, waarna de herdenkingsdienst in de kerk begon.

Grote bewondering
Hierbij sprak ook nazorgpastoor J. Noë, die is gestopt met het geven van nazorg, maar soms nog familie van slachtoffers bezoekt. De pastoor zei grote bewondering te hebben voor de manier waarop de Volendammers het gevecht om na de ramp weer overeind te komen zijn aangegaan. ‘U moet over grote krachten beschikken.’

Ook Van Beek roemde de kracht van Volendam. ‘Als dit het Volendam is dat ik als burgemeester mag representeren, dan ben ik ongelooflijk trots.’ Na de dienst konden de aanwezigen bij de graven van de overleden jongeren een witte roos neerleggen.

Ook hield J. Berkhout een toespraak, die pastoor was bij de Vincentiuskerk en in de eerste weken na de ramp het aanspreekpunt voor iedereen was. Hij gaf een korte beschrijving van wat die nacht gebeurde, waarbij hij sprak van angstig geschreeuw van jongeren in doodsnood die weg probeerden te komen, maar niet weg kwamen.

Witte duiven
‘Even later gingen in heel Volendam mobiele telefoons af. “De Hemel brandt”, was de boodschap. Ouders kwamen naar de dijk, op zoek naar hun kinderen. Als ze ze vonden, was de vreugde groot, maar er waren ook ouders die hun kinderen daar niet vonden. Ze belden naar ziekenhuizen, waarvan ze uiteindelijk hoorden waar hun kind was. Maar er waren ook ouders die hoorden dat hun kinderen stervende waren.’

De eerste dag stierven negen jongeren, nog diezelfde week volgde de tiende. Later zouden er nog vier overlijden. ‘Lieve jongeren, we groeten jullie vanaf hier, waar jullie ouders en familie staan bij jullie graven met veertien witte duiven.’ K. Jonk, vader van een van de overleden slachtoffers, opende daarna een kist met witte duiven.