artikel

O nee, we hebben geen keuken meer…

Horeca

Jannis en Claudia Brevet zagen hun tweesterrenrestaurant Inter Scaldes in Kruiningen vorige week in rook opgaan. Ook hun boven de zaak gelegen woonhuis brandde af. Slechts het hotelgedeelte bleef gespaard. Claudia hield voor Misset Horeca een dagboek bij.

Woensdag 10 september

18.00 uur
Onze zoon Niels roept naar beneden. Hij vindt dat het naar brand ruikt. Hij rent naar beneden en trekt de deuren van de toiletten open. Grote rookwolken komen uit het damestoilet, daarna klinkt zeer luid het brandalarm.

18.15 uur
We staan met alle personeelsleden buiten, er wordt geteld, iedereen is er. De vlammen slaan om zich heen op het rieten dak van de keuken. Mijn gedachten gaan naar morgen: de jaarlijkse oesterparade. O nee, we hebben geen keuken meer, de oesterparade kan niet doorgaan.

18.20 uur
De brandweer arriveert (één wagen). Een brandslang wordt aangezet, maar er blijkt niet voldoende waterdruk te zijn. De sloot is droog, het water moet kilometers verderop uit de Westerschelde komen.

18.25 uur
Brandweerkorpsen uit alle omstreken arriveren. Nog steeds realiseer ik me niet dat de kans steeds groter wordt dat alles wel eens in rook op kan gaan. Niels staat met zijn twee lievelingsknuffels onder zijn arm naast me te huilen. Jannis stuurt mij weg met hem. Rutger, onze souschef, brengt ons naar familie in de omgeving.

19.00 uur
Ik zoek telefonisch contact met Ben, de broer van Jannis die ter plaatse is, en vraag of het sein ‘brand meester’ al gegeven is. Ik krijg te horen dat alles nu in brand staat, maar ik kan het niet beseffen.

21.30 uur
Eindelijk Jannis aan de telefoon. We spreken elkaar moed in, we zitten er nu helemaal doorheen. Intussen is het sein ‘brand meester’ nog steeds niet gegeven. 70 brandweerlieden vanuit alle omliggende plaatsen – inclusief de vrijwillige brandweer – zijn ter plaatse. Van Niels mag ik niet weg. Ik blijf bij hem. Jannis blijft ter plaatse deze nacht. Hij kan in het hotel terecht, zonder elektriciteit, maar wat maakt het uit.

03.30 uur
‘Brand meester.’

Donderdag 11 september

08.00 uur
Ik arriveer met Ben ter plaatse, de aanblik is onvoorstelbaar erg. De voor- en zijgevel staan er nog. De brandgeur zal de komende dagen voortdurend aanwezig zijn. Jannis duikt op, hij heeft de hele nacht hier rondgezworven. Dit is een dag van verwerking en tranen, verzekering, politie en pers. Mensen uit de buurt komen hun hulp al aanbieden, thermoskannen koffie – wat een warme, lieve mensen wonen hier.

Wij hebben samen weinig woorden nodig. Eén ding staat vast: we zijn vastbesloten Inter Scaldes, het bedrijf dat ons in korte tijd zo ontzettend veel vreugde gaf, in volle, zeer volle glorie te doen herrijzen. Twee jaar geleden gingen wij deze uitdaging aan en het bedrijf is alles waard om ervoor te vechten. Dit is onze plek. Niels wil nog niet naar huis komen.

10.00 uur
Alle personeelsleden zijn aanwezig in de ontbijtruimte van het hotel, zwijgend of vertellend over hun ervaring, allemaal doodvermoeid. Niemand wil weg, iedereen wil maar één ding: helpen, er zijn voor ons. Onze verzekeringsagent geeft voorlichting over de bedrijfsschadeverzekering, iedereen is opgelucht over de goede getroffen maatregelen.

20.00 uur
We gaan Niels ophalen, in het donker zal hij minder schrikken van de eerste aanblik.

Vrijdag 12 september

08.00 uur
De telefoon doet het weer en gaat iedere minuut. We kunnen onmogelijk alles beantwoorden. Jannis loopt met Niels om het pand. Hij neemt het heel goed op, hij had alle beelden op de televisie al gezien. Het gaat goed met hem en we besluiten dat hij gewoon naar school gaat.

Onvoorstelbaar lieve reacties en medeleven uit heel het land, per post, e-mail of in levenden lijve, van gasten, bijna heel horeca-Nederland, vrienden, bekenden en onbekenden. Het is hartverwarmend, veel mensen zullen wij nooit meer vergeten. Het sterkt ons en geeft energie om deze klus aan te pakken.

Woensdag 10 september

18.00 uur
Onze zoon Niels roept naar beneden. Hij vindt dat het naar brand ruikt. Hij rent naar beneden en trekt de deuren van de toiletten open. Grote rookwolken komen uit het damestoilet, daarna klinkt zeer luid het brandalarm.

18.15 uur
We staan met alle personeelsleden buiten, er wordt geteld, iedereen is er. De vlammen slaan om zich heen op het rieten dak van de keuken. Mijn gedachten gaan naar morgen: de jaarlijkse oesterparade. O nee, we hebben geen keuken meer, de oesterparade kan niet doorgaan.

18.20 uur
De brandweer arriveert (één wagen). Een brandslang wordt aangezet, maar er blijkt niet voldoende waterdruk te zijn. De sloot is droog, het water moet kilometers verderop uit de Westerschelde komen.

18.25 uur
Brandweerkorpsen uit alle omstreken arriveren. Nog steeds realiseer ik me niet dat de kans steeds groter wordt dat alles wel eens in rook op kan gaan. Niels staat met zijn twee lievelingsknuffels onder zijn arm naast me te huilen. Jannis stuurt mij weg met hem. Rutger, onze souschef, brengt ons naar familie in de omgeving.

19.00 uur
Ik zoek telefonisch contact met Ben, de broer van Jannis die ter plaatse is, en vraag of het sein ‘brand meester’ al gegeven is. Ik krijg te horen dat alles nu in brand staat, maar ik kan het niet beseffen.

21.30 uur
Eindelijk Jannis aan de telefoon. We spreken elkaar moed in, we zitten er nu helemaal doorheen. Intussen is het sein ‘brand meester’ nog steeds niet gegeven. 70 brandweerlieden vanuit alle omliggende plaatsen – inclusief de vrijwillige brandweer – zijn ter plaatse. Van Niels mag ik niet weg. Ik blijf bij hem. Jannis blijft ter plaatse deze nacht. Hij kan in het hotel terecht, zonder elektriciteit, maar wat maakt het uit.

03.30 uur
‘Brand meester.’

Donderdag 11 september

08.00 uur
Ik arriveer met Ben ter plaatse, de aanblik is onvoorstelbaar erg. De voor- en zijgevel staan er nog. De brandgeur zal de komende dagen voortdurend aanwezig zijn. Jannis duikt op, hij heeft de hele nacht hier rondgezworven. Dit is een dag van verwerking en tranen, verzekering, politie en pers. Mensen uit de buurt komen hun hulp al aanbieden, thermoskannen koffie – wat een warme, lieve mensen wonen hier.

Wij hebben samen weinig woorden nodig. Eén ding staat vast: we zijn vastbesloten Inter Scaldes, het bedrijf dat ons in korte tijd zo ontzettend veel vreugde gaf, in volle, zeer volle glorie te doen herrijzen. Twee jaar geleden gingen wij deze uitdaging aan en het bedrijf is alles waard om ervoor te vechten. Dit is onze plek. Niels wil nog niet naar huis komen.

10.00 uur
Alle personeelsleden zijn aanwezig in de ontbijtruimte van het hotel, zwijgend of vertellend over hun ervaring, allemaal doodvermoeid. Niemand wil weg, iedereen wil maar één ding: helpen, er zijn voor ons. Onze verzekeringsagent geeft voorlichting over de bedrijfsschadeverzekering, iedereen is opgelucht over de goede getroffen maatregelen.

20.00 uur
We gaan Niels ophalen, in het donker zal hij minder schrikken van de eerste aanblik.

Vrijdag 12 september

08.00 uur
De telefoon doet het weer en gaat iedere minuut. We kunnen onmogelijk alles beantwoorden. Jannis loopt met Niels om het pand. Hij neemt het heel goed op, hij had alle beelden op de televisie al gezien. Het gaat goed met hem en we besluiten dat hij gewoon naar school gaat.

Onvoorstelbaar lieve reacties en medeleven uit heel het land, per post, e-mail of in levenden lijve, van gasten, bijna heel horeca-Nederland, vrienden, bekenden en onbekenden. Het is hartverwarmend, veel mensen zullen wij nooit meer vergeten. Het sterkt ons en geeft energie om deze klus aan te pakken.