artikel

Opfriscursus tafelmanieren

Horeca

U eet geregeld met zakenrelaties buiten de deur. U weet een dessertlepel wel van een soeplepel te onderscheiden. Ook in het woud van wijnglazen vindt u aardig uw weg. Maar hoe staat het met uw tafelmanieren? Hier vindt u een opfriscurus waarmee u elk zakelijk diner overleeft.

Opfriscursus tafelmanieren

1. Bestek
Bestek gebruikt u van buiten naar binnen, dus naar het bord toe.

2. Kreeften en slakken
Kreeftenvorken of slakkentangen zijn een bezoeking voor de niet-geoefende gebruiker. Kijk de kunst af van uw tafelgenoten of vraag de gerant om uitleg.

3. Wijn drinken
Het wijnglas houdt u met duim, wijs- en middelvinger onder aan de kelk vast. Voordat u drinkt, dept u uw lippen met uw servet.

4. Servetgebruik
Het servet legt u op uw schoot. U vouwt het niet helemaal uit. U gebruikt het om uw mond mee te deppen.

5. Vette vingers
Vette vingers spoelt u af in een vingerkom of veegt u af aan een vingerdoekje.

6. Beginnen
Wacht met eten en drinken tot de gastheer of gastvrouw een teken geeft.

7. ‘Eet smakelijk’
Zeg niet ‘Smakelijk eten’ of iets dergelijks. Het eten ís smakelijk, dat spreekt voor zich.

8. Eten
Breng het bestek naar uw mond, niet omgekeerd.

9. Niet tegelijk
Slurpen, blazen, smakken zijn taboe. U drinkt niet met eten in de mond.

10. Brood
Bijt brood niet af maar breek het.

11.Ober!
Niet doen: de ober attenderen door hem (hard) te roepen, met de vingers te knippen of tegen asbak of glas te tikken. Als u wilt bestellen, wacht u rustig af tot de bediening vanzelf naar u toekomt. Duurt dat wat lang, steek dan uw hand op. Nog geen reactie? Loop er dan zelf even naar toe.

12. Prakken
Prakken getuigt van slechte manieren. Uw vlees snijdt u niet in één keer klein. U snijdt elke hap apart.

13. Gevogelte
Kluiven tijdens officiële gelegenheden hoort niet. Wilt u het toch doen, snijdt dan eerst zoveel mogelijk vlees af. Houd een deel van het bot of karkas in één hand en voorkom dat u onder het vet komt.

14. Voorkeuren
Niet lusten is een moeilijk punt als u bent uitgenodigd. U eet in elk geval enkele hapjes om de gastheer niet in verlegenheid te brengen. Speciale dieetwensen meldt u vooraf.

15. Na het eten: servet
Na het eten legt u het servet ongevouwen links naast uw bord.