artikel

Personeelsproblemen bij John Mullins

Horeca

Nadat in de vorige aflevering van De Balans de slechte financiële situatie van John Mullins uitgebreid werd belicht, heeft eigenaar Max Massen de nodige maatregelen genomen. Onder meer op personeelsgebied.

Personeelsproblemen bij John Mullins

Zo is er een algemeen manager aangesteld, met de bedoeling meer sturing te geven aan het dagelijks management. In november 1999 was de kritiek op de bedrijfsvoering van Max Massen niet van de lucht. De definitieve jaarcijfers over 1998 waren nog niet binnen en de voorlopige cijfers gaven weinig reden tot vrolijkheid. Adviseur Ton Lenting raadde de caféhouder aan een goede bedrijfsleider in dienst te nemen om zo de grip op de bedrijfsvoering drastisch te verhogen. Hij droeg zelfs meteen een geschikte kandidaat voor. Dat liet Max Massen zich geen twee keer zeggen. Twee weken na het confronterende gesprek met Lenting was alles rond.

Gabriël Keymis is op 1 januari 2000 begonnen als algemeen manager. ‘Dat geeft mij heel wat rust’’, zegt Massen. ‘Ik ben dat eerste jaar veel te druk geweest met het letten op allerlei randzaken. Zo druk, dat ik de feitelijke bedrijfsvoering een beetje uit het oog verloren ben. Ik hoop dat we het nu met de aanstelling van Gabriël een stuk beter in de hand kunnen houden.’ Waar Massen vooral druk mee is geweest, was de chaotische personeelsorganisatie bij John Mullins. ‘Het was hier, vooral de eerste maanden, net een weerhuisje. Een voortdurend komen en gaan van personeelsleden. Dat draagt natuurlijk ook niet bij aan een soepele bedrijfsvoering.’

Straatschoffies
Het begon al meteen bij de opening van John Mullins, in december 1997. De Guinness-brouwerij, die Max ook van allerlei materialen had voorzien, bood aan een aantal ‘echte Ieren’ te laten overkomen, geschoold voor barwerkzaamheden door Guinness zelf. ‘Maar dat was dus echt een ramp. Dat waren gewoon straatschoffies. Ja, wel echte Ieren, maar niet erg geciviliseerd. Die heb ik dus zo snel mogelijk teruggestuurd naar Ierland.’

Vervolgens moest Max zelf op zoek naar geschikte mensen en ook dat bleek niet al te makkelijk. ‘Ik wilde in ieder geval een Ierse kok en een paar Ieren achter de bar. Ik vind namelijk dat de gerechten echt Iers moeten zijn en dat er in een Ierse pub ook hier en daar de Ierse tongval te horen moet zijn.’

Die Ierse kok gaf nog de minste problemen. Chris Marley was kok, woonde al in de buurt en had wel zin in een nieuwe uitdaging. Hij stelde enthousiast de menukaart samen, vol met authentiek Ierse gerechten. Veel moeilijker bleek het geschikte barmensen te vinden, plus iemand die daar als manager goed toezicht op wist te houden.

Te ambitieus
Er kwam een bedrijfsleider die energiek te werk ging, maar na enkele maanden toch iets te ambitieus bleek. ‘Die man probeerde mij er gewoon uit te werken. Hij deed alles op eigen houtje, overlegde niets. Dat werd dus een gigantisch conflict. ‘Jij eruit of ik eruit’, zei hij. Nou, hij eruit dus.’ Een van de barkeepers, de 23-jarige Kenny, pakte vanaf dat moment de draad op en wierp zich op als interim manager. ‘Dat ging op zich best goed, maar ik bleef toch behoefte hebben aan een echte partner, iemand op wie ik helemaal kon bouwen en vertrouwen. En daarvoor was Kenny denk ik iets te jong. Hij is inmiddels alweer vertrokken.’

Vele collega’s gingen hem voor. Zo was er barkeeper Dave, die Max Massen toevallig op Schiphol tegenkwam. ‘Wat doe jij hier?’, vroeg Max. ‘Ik ga naar huis, ik werk niet meer bij je’, zei Dave. Eenmaal terug in Maastricht bleek dat Dave in een vlaag van verstandsverbijstering het halve pand aan puin had geslagen. ‘Een heel raar verhaal, want Dave was altijd de rust zelve. Hij was ineens helemaal doorgedraaid en hakte op alles in wat hij tegenkwam. Waar gasten bij waren, dat was nog het ergste. Toen hij weer tot zichzelf kwam, heeft hij dus zijn spullen gepakt en is naar Ierland teruggevlogen.’

Het was niet het enige onvoorziene probleem van John Mullins. Twee weken na opening waren de eerste medewerkers alweer vertrokken. Zij lieten een pijnlijke leegte achter, met name in de koelkast en in de kassa. ‘Die jongens vierden maar een beetje feest. Naar de supermarkt gingen ze niet, want in de koelkast van John Mullins lagen alle lekkernijen immers voor het grijpen. Ja, dat was natuurlijk ook mijn fout; ik had ze nooit zomaar hun gang moeten laten gaan. Ik vertrouwde ze blindelings en dat was dom.’

Rariteitenkabinet
Vervolgens meldden zich zo’n beetje alle denkbare nationaliteiten voor een baantje achter de bar of in de bediening. ‘Hoe ze er op kwamen weet ik ook niet, maar ze stonden bijna dagelijks aan de deur te rammelen. Zo zijn we ook uiteindelijk aan ons rariteitenkabinet van personeelsleden gekomen. Zo lopen hier nu mensen rond uit Australië, Indonesië, Marokko, Nederland, Zuid-Afrika en Engeland. En natuurlijk een groep Ieren. Maar we hebben het nu aardig onder controle allemaal. Ja, er zal altijd wel wat verloop blijven, maar er is nu een zekere rust in de tent. En nu we een goede bedrijfsleider hebben aangetrokken, heb ik er alle vertrouwen in dat alles verder op rolletjes gaat lopen. Ik heb er in ieder geval veel van geleerd.’

Al het personeel is nu rechtstreeks in dienst van John Mullins; er werkt niemand meer via het uitzendbureau. ‘Dat scheelt stukken in de personeelskosten.’ Op de bedrijfsleider na heeft niemand een contract voor langer dan een jaar. ‘Daar snijd ik mezelf dus in ieder geval ook niet meer mee in de vingers. Ik heb bovendien een uitgebreid handboek gemaakt waar alles in staat wat mijn personeel moet weten. Dus regelingen en taakomschrijvingen, maar ook verboden. Dan kan ik al mijn mensen rechtstreeks aanspreken op hun daden, en zij mij.&#39