artikel

Productschap Vis: ‘Tien procent minder tong is best veel voor onze vissers

Horeca

De Europese visserijministers zijn het dinsdag 18 december na een marathonvergadering in Brussel eens geworden over de vangsthoeveelheden voor het nieuwe jaar. De Nederlandse vissers mogen in 2002 zo’n tien procent minder tong vangen, drie procent minder schol en veertig procent minder horsmakreel.

Staatssecretaris Faber (Visserij) was ondanks een vermoeiende raad heel tevreden over deze afspraken, zo gaf zij na afloop te kennen. Aanvankelijk leek het erop dat de vangsthoeveelheden drastischer zouden dalen. Op advies van biologen wilde landbouwcommissaris Fischler de totale vangsthoeveelheid aan Noordzeetong verder terugbrengen van 19.000 ton dit jaar tot 14.300 ton in het nieuwe jaar. Uiteindelijk kwamen de ministers uit op een totaal van 16.000 ton. Nederland heeft volgens een vaste verdeelsleutel een aandeel van ongeveer 75 procent.

Faber vond het voorstel ‘een enorme klap voor de sector’. Maar zij had oog voor het ‘voorzorgsbeginsel': ervoor zorgen dat er voldoende vis in de zee overblijft. ‘Die 16.000 ton doet iets minder recht aan het voorzorgsbeginsel, maar wel aan de sociaal-economische situatie in de sector.’

Op aandrang van Faber wordt de haringvangst in de zuidelijke Noordzee verruimd, van 25.000 naar 42.600 ton. Haring uit dit deel is beter, vetter en brengt meer op. De vangst van de steeds populairdere blauwe wijting uit noordelijke wateren is vastgesteld op 180.000 ton, 20.000 ton meer dan de commissie voor ogen stond. Aan kabeljauw, een vis die volgens Brussel sterk met uitsterving wordt bedreigd, is de totale vangsthoeveelheid vastgesteld op 49.300 ton, ongeveer even laag als dit jaar.

Voorzitter D. Langstraat van het Productschap Vis noemt het resultaat teleurstellend. ‘Tien procent minder tong is best veel voor onze vissers’, aldus Langstraat, die eraan toevoegt dat de Nederlanders zichzelf al beperkingen hadden opgelegd. Nederland telt circa vierhonderd kotters die op tong en schol vissen. Als de prijs komend jaar tegenvalt, verwacht hij dat meer vissers stoppen.

De vissersvoorman maakt zich vooral zorgen over de veertig procent afname van het Nederlandse quotum voor horsmakreel. Nederland telt vijftien zeer grote diepvriestrawlers voor deze vissoort, met samen zo’n vijfhonderd werknemers. ‘De moeilijkheid is dat er zo verrekte weinig biologisch onderzoek is naar horsmakreel. Het lijkt wel of die soort niet bestaat!’