artikel

Regionale smaakvoorkeuren haring

Horeca

Er bestaan onderling smaakverschillen bij de Hollandse Nieuwe. Diverse factoren zijn van invloed op het uiteindelijke resultaat: het vetgehalte van de vis, de zorgvuldigheid waarmee gekaakt wordt, het zouten of pekelen en de rijping. Zelfs in een klein land als Nederland kunnen de voorkeuren van de consument per regio verschillen.

Regionale smaakvoorkeuren haring

De Amsterdammer prefereert in het algemeen een malse, goed doorgerijpte, wat grotere haring. Van dit formaat gaan er zes tot zeven in een kilo. De haring wordt in stukjes gesneden en in veel gevallen gegeten met gesnipperde ui en/of bieslook, en met schijfjes zoetzure augurk.

In Rotterdam en omgeving is een kleinere, licht gezouten haring geliefd. Daarvan gaan er zeven tot tien in een kilo.

Friezen en Groningers houden van wat meer zout, Brabanders hebben liever een nog kleinere, maar vrij stevige haring waarvan er tien of elf in een kilo gaan.

Voor een deel zouden de smaakvoorkeuren historisch bepaald zijn. Volgens de theorie zijn ze toe te schrijvan aan het feit dat voor haring die over grotere afstanden moest worden vervoerd meer zout werd gebruikt. De lichter gezouten en korter gerijpte haring voor Rotterdam werd van oudsher aangevoerd vanuit Vlaardingen en was dus korter onderweg.