artikel

Ruimtegebrek bij farma-concern leidt tot origineel cateringconcept

Horeca

Wat doe je als cateraar als je mag offreren in een bedrijfsrestaurant waar honderd mensen moeten kunnen eten, maar waar absoluut geen ruimte is voor een keuken en buffet? Dan maak je snel rechtsomkeert en je komt er nooit meer terug. Dat is althans wat een drietal cateraars van naam deed. Top Ten Catering, het eigenwijze broertje binnen de Compass Group-familie, zei als enige geen nee tegen de uitdaging van farmaciebedrijf Eli Lilly in Houten. Een bijzonder origineel cateringconcept is het gevolg.

Ruimtegebrek bij farma-concern leidt tot origineel cateringconcept

Het Amerikaanse farmaciebedrijf Eli Lilly betrok twee jaar geleden een prachtig nieuw pand aan de Rondweg van Houten. Er was één probleem: het bedrijfsrestaurant. De architect had dusdanig weinig ruimte ingetekend voor dit restaurant dat er voor een keuken of zelfs maar een lijnbuffetje helemaal geen plaats was. Maar er zaten wel zo’n honderd medewerkers op kantoor die tussen de middag best een boterhammetje zouden lusten.

Office manager Martine van der Rol van Eli Lilly piekerde zich suf hoe ze dit probleem kon oplossen. In eerste instantie werd een deal gesloten met een plaatselijke cateraar. ’s Morgens konden alle medewerkers hun wensen doorgeven en tussen de middag kwamen de bestelde broodjes op kantoor. Ideaal was dit natuurlijk niet, maar het moest wel zo, aangezien geen enkele cateraar zijn vingers wilde branden aan het buffet- en keukenloze restaurant.

Totdat Wim Draisma zijn licht op kwam steken in Houten. De directeur van Top Ten Catering zag de beren op de weg, maar het was zijn eer te na om als vierde cateraar op rij nee te zeggen tegen het farmaciebedrijf. En dus kwam hij met een nogal onconventionele oplossing: een bedrijfsrestaurant waar de medewerkers gewoon, net als thuis, aan tafel schuiven en daar alles aantreffen wat ze nodig hebben voor de lunch. Een mandje met verse boterhammen, een schaal met vleeswaren en kaas, kannen met melk en karnemelk en natuurlijk allerlei varianten hagelslag.

Twee shifts
Cateringmanager Paula Sieverink zorgt iedere dag voor ofwel een aanvullend snackje ofwel een kop soep bij de lunch. De medewerkers betalen het vaste bedrag van 1,95 euro, in de vorm van tevoren aangeschafte lunchbonnen. De lunch vindt plaats in twee shifts; de eerste van 12.00 tot 12.30 uur en de tweede van 13.00 tot 13.30 uur. ’s Morgens geeft iedere medewerker aan cateringmanager Paula door of hij of zij die dag mee-eet en zoja, hoe laat.

‘Het grote voordeel van deze manier van werken is natuurlijk in de eerste plaats dat je geen buffet en geen keuken nodig hebt’, zegt office manager Martine van der Rol. ‘Ten tweede hebben we, behalve onze cateringmaganer geen personeel nodig en ten derde is de financiële afhandeling vrij eenvoudig. Iedereen betaalt 1,95 voor de lunch, ongeacht wat hij of zij eet. De rest legt Eli Lilly bij.’

Het personeel van het farmacie-concern moest even wennen aan deze onconventionele vorm van catering, maar is nu dol-enthousiast. ‘In het begin namen velen nog hun eigen brood mee en kwamen ze één of twee keer in de week in het restaurant lunchen. Maar nu eet vrijwel iedereen dagelijks mee. Het leuke is dat je als werknemer steeds bij andere collega’s aan tafel komt. Het bevordert de integratie en de mensen vinden het ontzettend gezellig zo.’

Het liefst zou cateringmanager Paula Sieverink de tafels helemaal dekken zoals thuis in de keuken. Met grote potten pindakaas, jam en honing op tafel en een kuip met boter. Maar dat is uit hygiëne-overwegingen niet haalbaar. Pakken hagelslag en vlokken kunnen wel, maar producten als jam en pindakaas liggen in monopacks op tafel.

Schipperen
Top Ten-directeur Wim Draisma is bijzonder trots op wat er uiteindelijk is geworden van dit ooit zo moeilijke project. ‘Het werkt. De mensen vinden het leuk, de cateringmanager heeft het naar de zin en de opdrachtgever is meer dan tevreden. Het zou best eens kunnen zijn dat we dit op meer locaties gaan toepassen.Voor de meeste grote cateraars is een opdrachtgever als deze niet interessant, maar voor ons wel. Het was natuurlijk eerst wel even schipperen. De eerste maanden zaten we veel te hoog met de inkoop. Je weet niet hoeveel belangstelling er is en hoeveel er gegeten wordt. En je wilt toch dat er voor elk wat wils op tafel ligt. Toen kochten we dus veel te ruim in. Maar inmiddels heeft de ervaring ons geleerd hoeveel we per dag nodig hebben om iedereen lekker te laten lunchen en zo weinig mogelijk eten over te houden.’

Het Amerikaanse farmaciebedrijf Eli Lilly betrok twee jaar geleden een prachtig nieuw pand aan de Rondweg van Houten. Er was één probleem: het bedrijfsrestaurant. De architect had dusdanig weinig ruimte ingetekend voor dit restaurant dat er voor een keuken of zelfs maar een lijnbuffetje helemaal geen plaats was. Maar er zaten wel zo’n honderd medewerkers op kantoor die tussen de middag best een boterhammetje zouden lusten.

Office manager Martine van der Rol van Eli Lilly piekerde zich suf hoe ze dit probleem kon oplossen. In eerste instantie werd een deal gesloten met een plaatselijke cateraar. ’s Morgens konden alle medewerkers hun wensen doorgeven en tussen de middag kwamen de bestelde broodjes op kantoor. Ideaal was dit natuurlijk niet, maar het moest wel zo, aangezien geen enkele cateraar zijn vingers wilde branden aan het buffet- en keukenloze restaurant.

Totdat Wim Draisma zijn licht op kwam steken in Houten. De directeur van Top Ten Catering zag de beren op de weg, maar het was zijn eer te na om als vierde cateraar op rij nee te zeggen tegen het farmaciebedrijf. En dus kwam hij met een nogal onconventionele oplossing: een bedrijfsrestaurant waar de medewerkers gewoon, net als thuis, aan tafel schuiven en daar alles aantreffen wat ze nodig hebben voor de lunch. Een mandje met verse boterhammen, een schaal met vleeswaren en kaas, kannen met melk en karnemelk en natuurlijk allerlei varianten hagelslag.

Twee shifts
Cateringmanager Paula Sieverink zorgt iedere dag voor ofwel een aanvullend snackje ofwel een kop soep bij de lunch. De medewerkers betalen het vaste bedrag van 1,95 euro, in de vorm van tevoren aangeschafte lunchbonnen. De lunch vindt plaats in twee shifts; de eerste van 12.00 tot 12.30 uur en de tweede van 13.00 tot 13.30 uur. ’s Morgens geeft iedere medewerker aan cateringmanager Paula door of hij of zij die dag mee-eet en zoja, hoe laat.

‘Het grote voordeel van deze manier van werken is natuurlijk in de eerste plaats dat je geen buffet en geen keuken nodig hebt’, zegt office manager Martine van der Rol. ‘Ten tweede hebben we, behalve onze cateringmaganer geen personeel nodig en ten derde is de financiële afhandeling vrij eenvoudig. Iedereen betaalt 1,95 voor de lunch, ongeacht wat hij of zij eet. De rest legt Eli Lilly bij.’

Het personeel van het farmacie-concern moest even wennen aan deze onconventionele vorm van catering, maar is nu dol-enthousiast. ‘In het begin namen velen nog hun eigen brood mee en kwamen ze één of twee keer in de week in het restaurant lunchen. Maar nu eet vrijwel iedereen dagelijks mee. Het leuke is dat je als werknemer steeds bij andere collega’s aan tafel komt. Het bevordert de integratie en de mensen vinden het ontzettend gezellig zo.’

Het liefst zou cateringmanager Paula Sieverink de tafels helemaal dekken zoals thuis in de keuken. Met grote potten pindakaas, jam en honing op tafel en een kuip met boter. Maar dat is uit hygiëne-overwegingen niet haalbaar. Pakken hagelslag en vlokken kunnen wel, maar producten als jam en pindakaas liggen in monopacks op tafel.

Schipperen
Top Ten-directeur Wim Draisma is bijzonder trots op wat er uiteindelijk is geworden van dit ooit zo moeilijke project. ‘Het werkt. De mensen vinden het leuk, de cateringmanager heeft het naar de zin en de opdrachtgever is meer dan tevreden. Het zou best eens kunnen zijn dat we dit op meer locaties gaan toepassen.Voor de meeste grote cateraars is een opdrachtgever als deze niet interessant, maar voor ons wel. Het was natuurlijk eerst wel even schipperen. De eerste maanden zaten we veel te hoog met de inkoop. Je weet niet hoeveel belangstelling er is en hoeveel er gegeten wordt. En je wilt toch dat er voor elk wat wils op tafel ligt. Toen kochten we dus veel te ruim in. Maar inmiddels heeft de ervaring ons geleerd hoeveel we per dag nodig hebben om iedereen lekker te laten lunchen en zo weinig mogelijk eten over te houden.’