artikel

Sigarenbar Tin Tin vreest toekomst

Horeca

Negen bierkranen glimmen op de bar en bij binnenkomst valt direct de goed gesorteerde ‘humidor’ op. De glazenkast staat vol met de beste handgemaakte sigaren uit Honduras, Brazilië en natuurlijk sigarenwalhalla Cuba. Eigenaar David Zee lurkt achter de bar aan een dikke sigaar. Alles ademt rook, sigaren en jazz in sigarenbar Tin Tin in hartje Rotterdam. De prangende vraag is: hoe lang nog?

Sigarenbar Tin Tin vreest toekomst

David Zee staat in Rotterdam bekend als Tin Tin, de Franse benaming van stripheld Kuifje. Lachend haalt hij vanachter de bar een boek te voorschijn, waarin hij een oude foto bewaart. Op de afbeelding staat een jonge man, stoere houding, hippe zonnebril en een enorme kuif. ‘Meer hoef ik niet te zeggen toch?’, lacht hij.

Als hij twee gasten van een biertje heeft voorzien, schuift hij aan op zijn kruk, sabbelt wat aan zijn sigaar en blaast de rook hoog de ruimte in. Dan steekt hij van wal. ‘We maken hier dan wel geintjes over het naderende rookverbod, maar natuurlijk is het een serieuze zaak. Als ik en mijn klanten hier geen sigaren meer mogen roken, dan kan ik de tent wel sluiten. Zeker 40 procent van hen komt dan niet meer’, schetst hij de situatie.

‘Sigaren zijn 25 procent van mijn omzet. Op sommige avonden verkoop ik wel voor 300 euro. Bovendien heb ik het drankassortiment speciaal afgestemd op het aanbod van de sigaren. Het verbod kan mij zeker 50 procent omzet kosten.’

Tin Tin is een markant persoon. Midden veertig, grijs haar, vriendelijke oogopslag, kort sikje en grote sigaar in zijn mond. Zijn klanten omschrijven hem als een goede gastheer met verstand van zaken, maar bovenal iemand die van het leven geniet.

‘Mijn vrouw wil liever niet dat ik thuis rook. Daarom kom ik twee keer in de week hierheen’, legt een vaste bezoeker uit. Tin Tin vult aan: ‘Heel veel klanten maken deze afweging, bijvoorbeeld omdat ze thuis kinderen hebben. Maar minister Klink ziet blijkbaar liever dat de mensen wel in de omgeving van hun kinderen roken.’

Alhoewel de frustratie over het rookverbod hoog lijkt te zitten, blijft Tin Tin uiterlijk kalm. ‘Het heeft geen zin om boos te worden. Je moet blijven denken.’ Om zijn woorden kracht bij te zetten, tikt hij een paar keer op zijn hoofd. ‘We spannen volgende week dinsdag een kort geding aan. Ik heb goede hoop dat we winnen. Ik schat de kansen op fifty-fifty.’

Maar wat als hij niet wint? ‘Tja, dan zal ik mijn zaak moeten aanpassen. Dat kost me duizenden euro’s. En het gekke is dat ik dan niet meer achter mijn bar mag roken. De werkplek moet rookvrij zijn. Maar ik heb een eenmanszaak, sta als enige achter de bar. Snap jij het nou?’