artikel

Snack met historie nog in volle glorie

Horeca

De Nederlandse markt voor snacks is aan veranderingen onderhevig. In de vitrine van de cafetaria duiken regelmatig producten op met soms exotische namen. Vaak sterven ze een stille dood. Eén product is echter niet weg te denken. De vertrouwde kroket staat al jaren op de tweede plaats van in de cafetaria best verkochte snacks. Snackkoerier gaf vier vertegenwoordigers uit de branche de gelegenheid om tijdens een rondetafelgesprek hun visie te geven op dit oer-Hollandse snackproduct.

Snack met historie nog in volle glorie

Aad van der Burg, Hans Oudshoorn, Cees van Sprang en Sjoerd Zwanenburg wisselden met hoofdredacteur Eric Klop van gedachten over heden, verleden en toekomst van de kroket. Het viertal concludeert dat deze lekkernij een goede toekomst heeft. Hoewel het volgens hen wel moeilijk is om nieuwe markten aan te boren.Snackfabrikanten brengen steeds meer verschillende kroketten op de markt. Zo lang is het echter niet geleden dat alleen de traditionele rundvleeskroket op het assortiment prijkte. Wat is de reden voor het sterk groeiende aantal soorten?Zwanenburg: ‘Er was en is in de markt behoefte aan. De cafetaria kan zich bijvoorbeeld met een merkkroket onderscheiden.’ Van Sprang geeft aan dat er bovendien ruimte was om een ‘premiumproduct’ te presenteren. ‘Mensen hadden meer in hun portemonnee. De tijd was rijp voor bijvoorbeeld een Van Dobben of een Kwekkeboom.’ ‘Tot begin jaren ’90 was een kroket een anoniem product’, vult Oudshoorn aan. ‘Natuurlijk vindt een fabrikant het leuk om zijn merknaam in de cafetaria te zien.’

De komst van de merk- en luxe kroket heeft volgens Van der Burg voor een ‘upgrading’ van het complete product gezorgd. ‘Daar hebben we met z’n allen van meegeprofiteerd’, zegt hij. ‘De vijf procent rundvleeskroket is er niet meer maar de cafetariahouder kan kiezen uit vele varianten kwaliteitskroketten.’ Het idee van hoe meer vlees in de kroket, hoe beter de kroket, is volgens het viertal niet correct. ‘Teveel vlees maakt de kroket niet lekkerder’, verklaart Oudshoorn. Van Sprang: ‘Door een merknaam als Van Dobben of Kwekkeboom landelijk te presenteren, leg je je als producent wel ‘een zware hypotheek’ op. Je hebt een premium kroket op de markt gezet en dan moet je zorgen dat die ook premium blijft.’‘Consumenten zijn ‘die-hards’’, zegt Zwanenburg. ‘Als ze een merkartikel kopen, moet alles kloppen wat in hun hoofd zit over dat merk. Wie overigens reclame maakt voor merkkroketten, maakt reclame voor het product in het algemeen.’

Assortiment
Van der Burg adviseert een cafetariahouder zijn assortiment te beperken. ‘Het is niet rendabel om meer dan drie of vier kroketten in de vitrine te leggen.’ Wel ziet hij ruimte om eens te variëren met het aanbod. ‘In het aspergeseizoen kun je tijdelijk een aspergekroket verkopen.’ ‘Niet alleen de cafetariahouder dient keuzes te maken, maar ook een fabrikant moet tijdig een product saneren’, vindt Zwaneburg. ‘Je moet goed kijken of het wel toegevoegde waarde heeft voor de ondernemer.’ Van Sprang is van mening dat, ook als een kroket niet aanslaat in de markt, de fabrikanten moeten blijven innoveren. ‘Je kleunt wel eens mis. Maar een nieuw product kan toch een stukje meer markt creëren.’

Toekomst
De kroket is na frites en de frikandel het meest verkochte product in de cafetaria. De laatste jaren wordt de fastfoodmarkt overstroomd met al dan niet exotische alternatieven zoals wraps en pizzaslices. Maar ook snacks zoals de kipcorn, kipknots en de niet meer weg te denken hamburger. Het viertal schat dat in de out-of-homemarkt jaarlijks zo’n 250 tot 300 miljoen kroketten over de counter gaan en dat dit aantal redelijk stabiel is. ‘De gewone vleeskroket heeft absoluut toekomst’, meent Van Sprang. Bovendien denkt hij dat het marktvolume in kilo’s zelfs is toegenomen doordat kroketten door de jaren heen zwaarder zijn geworden. ‘Vroeger had je nog een 60 grams kroket, nu is 100 gram heel gewoon.’ Oudshoorn vindt dat de kroket niet meer uit Nederland is weg te denken en weinig te duchten heeft van nieuwe snacks.

Consumenten bekend maken met een nieuw product vergt volgens hem een grote inspanning. ‘Wij maken sinds anderhalf jaar ook wraps. Als ik zie wat voor moeite je moet doen om zo’n snack wereldkundig te maken Onbekend maakt onbemind. Ik ben blij dat een grote concurrent, die hier niet aanwezig is, er zo veel reclame voor maakt.’ Van der Burg meent echter dat de Nederlander ontvankelijk is voor snacks van buiten de landsgrenzen. ‘Maar als bijvoorbeeld McDonald’s niet was gekomen hadden we waarschijnlijk wel meer kroketten verkocht’, denkt Van Sprang. Zwanenburg bevestigt dat idee. ‘Wellicht hadden we dan harder kunnen groeien. Toch moeten we er misschien wel blij mee zijn. Concurrentie houdt je scherp.’

Export
De markt voor kroketten in Nederland is stabiel. Vergroting van het marktaandeel van de een gaat ten koste van de ander. Echte groei is alleen in het buitenland te realiseren. De fabrikanten zijn het er over eens dat de buitenlandse markt moeilijk is te betreden. Van der Burg beaamt dit maar haalt België aan als positief voorbeeld. ‘Onze jarenlange inspanningen werpen nu toch hun vruchten af.’ Zwanenburg meent dat de Belgische markt een moeilijke is voor Hollanders. ‘In België moet je kroketten laten verkopen door een Belg. Die wordt vertrouwd en doet dus makkelijker zaken.’ Volgens Oudshoorn is de kroket een typisch Nederlands product dat in het buitenland moeilijk is te vermarkten. ‘Alleen al het verwachtingspatroon van de consument is daar anders. Een kroket heeft een krokante buitenkant, dat wekt een verwachting. Dan komt heel verrassend de zachte vulling er achteraan. Dat geeft een schrikeffect bij het proeven.’

In Frankrijk treedt volgens Van Sprang nogal eens naamsverwarring op. ‘Daar is een croquet een aardappelkroketje. De onbekendheid met het product kroket speelt ook elders in het buitenland een rol. We stonden in Schotland op een beurs en daar zat iemand in onze stand smakelijk de ongebakken groentekroketjes op te eten. Hij plaatste gelijk een bestelling. Zo’n eerste, soms grote order is trouwens niet zaligmakend. Je legt een markt niet zomaar even in drie jaar open. In het algemeen is het een lange weg om het vertrouwen in een product te winnen.’ Zwanenburg suggereert dat de vereniging van snackfabrikanten (AKSV) wellicht een rol kan spelen. ‘Misschien dat er gezamenlijk promotie in het buitenland kan worden gemaakt.’ Van der Burg heeft daar een hard hoofd in. ‘Er zijn in het verleden al pogingen gedaan om samen iets op te pakken.’ Volgens van Sprang zou het een goede manier zijn om de financiën te bundelen. Hij heeft wel een kanttekening. ‘Wij willen met z’n allen op te korte termijn resultaat zien. Je zal in het buitenland op beurzen veel moeten samplen (uitdelen), het de mensen in de handen moeten duwen. Een vreemd product pakken ze niet snel uit zichzelf. En dan maar hopen dat je een paar ‘mafkezen’ vindt die het op willen pakken en er helemaal voor gaan.’

Bio en halal: een moeilijke marktHet groeipotentieel van de krokettenmarkt is beperkt. In Nederland leven ongeveer een miljoen buitenlanders waarvan een groot gedeelte met een Islamitische achtergrond. Een niet te verwaarlozen doelgroep. Een andere potentiële markt is de biologisch-dynamische. Het Eko-keurmerk krijgt een steeds prominentere plaats in het supermarktschap. Het voedselbewustzijn van de consument neemt toe. Welke rol kan de kroket spelen op deze markten?

De trend voor gezondere voeding vertaalt zich onder andere in biosnacks. Hoewel de panelleden er wel mee bezig zijn, zijn er ook twijfels over de haalbaarheid. ‘We zullen er niet de grote omzet mee maken, maar we willen niet achterblijven’, zegt Zwanenburg.Een nadeel is in elk geval het prijsverschil. ‘Een biokroket ziet er net zo uit als een normale kroket. Als die naast elkaar in de vitrine liggen en het prijsverschil bedraagt dan een euro zullen veel mensen de gewone kroket nemen’, meent Oudshoorn. ‘Je moet je ook afvragen of dat wel onze doelgroep is. Als iemand een vegetarische kroket in een cafetaria bestelt, heb je toch even de neiging om om te kijken.’ Het bedrijf van Oudshoorn bracht vorig jaar de GoodBite kroket op de markt. Een vegetarische kroket met vleesvervanger. ‘Bij een test op een universiteit merkten de klanten niet eens dat ze een kroket met een vleesvervanger aten.’ ‘Het administratieve proces dat met bioproductie gepaard gaat maakt het er trouwens niet makkelijker op deze markt te bewerken’, vindt Van der Burg. ‘Het hele biogebeuren staat nog in de kinderschoenen. De trend is er maar de vraag zal nog moeten groeien om producten tegen een redelijke prijs te kunnen vermarkten’

Over de productie van halalkroketten verschillen de meningen. Sjoerd Zwanenburg denkt dat veel allochtonen van de tweede generatie de ‘normale’ snacks eten, als deze maar geen varkensvlees bevatten. ‘Als je met halalproducten aan de gang gaat, is het belangrijk om je doelgroep erbij te betrekken. Ik vraag geregeld Islamitische werknemers wat zij van ons assortiment denken. We hebben overigens in het verleden wel halalsnacks gemaakt. Daar was weinig vraag naar. Wellicht dat we te vroeg in die markt zijn gestapt.’‘Willen halalproducten succes hebben dan moet het door de doelgroep zelf worden opgepakt’, denkt Van der Burg. ‘Het is een zeer specialistische markt om te bewerken. De productie levert logistieke problemen op en verstoort de normale bedrijfsvoering. Bovendien is de prijs van het product zeer belangrijk. Het mag niet te duur zijn.’ Oudshoorn werd ooit benaderd voor de productie van halalkroketten. ‘Die relatie wilde zelf het vlees en de andere grondstoffen leveren. Wij mochten dan alleen maar de kroket maken. Je bent alle controle kwijt over waar het product blijft in de markt.’ Van Sprang voegt toe: ‘Ik denk dat je een allochtone verkoper in dienst moet hebben om succesvol binnen dit segment te opereren.’