artikel

Snel je zakken vullen lukt hier niet

Horeca

Antwerpen is populair onder Nederlandse toeristen en dagjesmensen. Belgen zien de Hollanders met gemengde gevoelens komen. Leuk voor de centen, maar de ‘dikke nekken’ zijn wel wat arrogant. Diverse Nederlandse horecaondernemers zijn in de sinjorenstad actief. Vaak met meer succes dan de Belgische collega’s. ‘Het niveau van de horeca in België is erg laag.’ Zegt nota bene de enige Belg aan De Stamtafel.

Snel je zakken vullen lukt hier niet

Op een prachtige voorjaarsdag koestert de Grote Markt van Antwerpen zich rond het middaguur in een aantrekkelijk zonnetje. Voor het historische stadhuis verdringen cameraploegen elkaar om het beste plaatsje. Op de autoradio was het al te horen. Er heerst chaos in het stadsbestuur nadat het voltallige college van schepenen (wethouders) is afgetreden vanwege een wat al te ruimhartig gebruik van de gemeentelijke creditkaart. ‘Weet je wat Visa betekent?’, grapt één van de Hollandse horecaondernemers even later aan de stamtafel van Café De Tijd. ‘Vrij Inkopen Stad Antwerpen.’

Dat de bestuurskwestie Antwerpen zo bezighoudt, verwondert de vijf Hollandse horecaondernemers aan tafel niet. ‘Antwerpen is net een dorp. Iedereen kent elkaar’, zegt De Tijd-eigenaar Erik Lamers. Drie jaar geleden bij toeval in Antwerpen terechtgekomen. ‘Ik was klaar met de Grolsch Horeca Academie en op zoek naar een leuke locatie. Het moest een hoekpand zijn, met een terras en een woning in een middelgrote stad. Grolsch had een locatie in Antwerpen. Zo ben ik hier terechtgekomen. In het eerste Grolsch-pand buiten Nederland.’

Ook Maarten Gerrits hoefde niet per se naar het buitenland. ‘Ik heb ook gekeken in Den Bosch en Eindhoven, en kwam toevallig in Antwerpen een leuk pand tegen. Op een locatie die in Nederland qua prijs bijna onmogelijk is. De huurprijzen lopen hier echt nog tien jaar achter.’ Van instant succes was desondanks geen sprake voor zijn Eetcafé Xaverius. ‘Het eerste jaar was erg zwaar’, zegt hij over zijn zaak die in 1999 open ging.

Jan Crum en Esther Verstegen zijn nog maar net actief in de Antwerpse horeca. Afgelopen najaar namen zij bruin café The Pelican Dream over. ‘We kenden de horeca vooral vanaf de andere kant van de bar, maar toen we hoorden dat dit te koop stond leek het ons een leuk idee.’ Wybe van der Veen is de oude rot aan tafel. Al sinds 1989 zwaait hij de scepter over Mexicaans restaurant Caramba. ‘Ik voel me hier thuis’, zegt hij dan ook.

Om meer te vertellen over de financiële kant van het ondernemen bij onze zuiderburen is er één Belg present, Bob van Giel. Boekhouder bij drie van de aanwezige bedrijven.

Starten
Een horecabedrijf starten in Antwerpen is de aanwezigen aan tafel niet altijd meegevallen door de bureaucratie. ‘Ik ging naar het bevoegde bureau om te vragen wat ik moest meebrengen voor het aanvragen van de vergunningen’, begint Wybe van der Veen. ‘Na alles verzameld te hebben meldde ik mij weer. Heeft u dat en dat er niet bij? Vroegen ze. Maar dat staat niet op de lijst, zei ik. Nee, maar u heeft het wel nodig. Zo moest ik dus vier keer op en neer naar Amsterdam.’ De ervaring van Jan Crum is vergelijkbaar. ‘Vijf minuten over half vier vroegen we om een kopie van een bepaalde akte. Die pakte ze erbij, maar vervolgens werd gezegd dat kopiëren maar tot half vier mogelijk was. Terwijl ze naast het apparaat zat!’

Toch denken de ondernemers niet dat het om een staaltje Hollandertje pesten gaat. ‘Nee, zo zijn ze hier gewoon. Je kunt hier ook niet, zoals in Nederland bij de Kamer van Koophandel, een starterspakket ophalen. Het duurt wat langer voor alles in gang is gezet; maar ben je eenmaal zo ver, dan gaat het weer een stuk makkelijker dan in Nederland’, zegt Maarten Gerrits. Hij rept over een zware eerste periode. ‘Pas na een jaar had ik het idee hier op mijn plaats te zijn. Een eetcafé was ook nieuw in de stad. Belgen kennen cafés, taveernes of restaurants, maar geen eetcafés. In Xaverius is de sfeer ongedwongen, maar voeren we de kaart van een restaurant.’

‘De start van een bedrijf in Nederland is veel zakelijker’, weet Wybe van der Veen. Dat herkent Erik Lamers wel. ‘Ik kwam met een compleet ondernemersplan bij brouwerij De Koninck aan. Ze wisten niet wat ze zagen.’ Het is dan ook nog pas van recente datum dat voor het starten van een restaurant of café horecapapieren verplicht zijn.

Lamers: ‘De gemiddelde levensduur van horecabedrijven in de stad is maar acht, negen maanden. In Nederland zijn we gewend investerings- en ondernemersplannen te schrijven. Of marktonderzoek te doen. Doelgroepen te bepalen. Een soort filter vooraf. Hier wordt een zaak geopend en kijkt men wel hoe het gaat. Door die onprofessionele insteek vallen er veel om. Hier aan tafel zitten een paar ondernemers die drie jaar of langer hier in de horeca actief zijn. Dan praat je over de oude garde.’ ‘Ja, het gemiddelde niveau van de Belgische horeca is erg laag’, beaamt Bob van Giel.

Verschillen
De aan tafel verzamelde ondernemers runnen stuk voor stuk kleinere horecabedrijven. Niet toevallig. ‘De klanten zijn hier sterk op de eigenaar gericht. Wie er achter de bar staat is heel belangrijk’, weet Esther Verstegen inmiddels. Jan Crum: ‘Als je eruit wilt springen, doe je dat vooral door je klantenbenadering. Niet door een bepaald concept. Een Nederlander kan even snel binnenkomen om een biertje te pakken. Voor een Belg is het belangrijker dat het biertje goed getapt wordt.’ De enige Belg aan tafel, Bob van Giel, zegt dat het de directheid is waardoor Nederlandse gasten zich van de Belgen onderscheiden. ‘Van een ingezakt biertje zal een Nederlander iets zeggen. Een Belg houdt zijn mond, maar zal geen tweede bestellen. Of komt helemaal niet meer terug. Voor ons is de verpakking, de manier waarop het wordt gepresenteerd, erg belangrijk.’

De ‘stamgasten’ zeggen dat hun Hollander zijn geen belemmering is geweest om een zaak te openen in België. Wel is sprake van een gezonde dosis scepsis richting de nieuwkomers. ‘Soms hebben ze wel zo’n houding van ‘daar heb je er weer één’, zegt Wybe van der Veen. ‘Een Belg kijkt tegen Nederlanders aan zoals wij tegen Duitsers. Wij zijn ons daar vaak niet zo van bewust, omdat wij de Belgen juist leuke, aardige mensen vinden. Maar het vooroordeel tegenover Nederlanders – wij zouden arrogant zijn – is sterk.’

Naar schatting van Maarten Gerrits is in het weekend tachtig procent van de toeristen in de stad afkomstig uit Nederland. Dit grote aantal leidt er volgens collega Crum niet toe dat de horecabedrijven zich louter op landgenoten richten. ‘Een puur Nederlands café heeft ook geen succes. De toeristen komen hier om de Belgische sfeer te proeven. Zelf vind ik het ook de charme om Antwerpenaren als gast te hebben.’ Daar is Erik Lamers het deels mee eens.

‘Op zaterdagavond heb ik een Hollandse Hits-festival. Dan ben ik echt een feestcafé. Nederlanders hebben de deurkruk nog niet losgelaten en ze feesten mee. Belgen niet. Die gaan op hun gemak aan tafel zitten, bekijken de bierkaart, en verwachten bediend te worden.’ Wybe van der Veen: ‘Belgen hebben alle tijd. Ik merk dat in mijn restaurant. Ze trekken voor het eten de hele avond uit. Voor Nederlanders is eten meer een noodzakelijk kwaad. In Nederland is het allemaal sneller. Afspraken worden hier ook niet altijd nageleefd. In het begin is dat even wennen, maar na verloop van tijd word je zelf ook wat meer ontspannen.’

Nog meer verschillen
Sluitingstijden zijn er niet voor de cafés in Antwerpen. De deur mag 24 uur per dag open zijn. ‘Nederlanders drinken veel in korte tijd omdat ze weten dat om twee uur de zaak dichtgaat. Efficiënt kan een mens maar vier uur achter elkaar drinken. Een Belg weet dat ook, dus neemt hij de tijd om te drinken. Er is hier nooit een laatste ronde’, zegt Erik Lamers. ‘Wat je hier ’s nachts ontzettend veel verkoopt is koffie. Na het stappen nog even een kopje, en dan gaan ze naar huis’, vult Esther Verstegen aan. ‘Je weet vooraf ook niet hoe laat je gaat sluiten. We hadden het laatst nog, we wilden net gaan opruimen toen het ineens helemaal volliep. Zoiets kost wel heel veel energie’, stipt ze het nadeel hiervan aan.

Los van de soms korte nachtrust betekenen de onbeperkte openingstijden ook een druk op het rendement. Erik Lamers: ‘Je ben langer open, maar verkoopt geen pilsje meer.’ Hoewel de inkoopprijzen iets lager liggen zijn de consumpties, in Nederlandse ogen, laag geprijsd. Bij The Pelican Dream kost een pintje €1,40. In De Tijd en Xaverius ligt het op €1,65. Ook de prijs van een ‘bolleke’ De Koninck is het omrijden waard. Die varieert van €1,40 tot €1,75. ‘Bij een prijsberekening denkt een Belg er eerder aan vijf cent onder zijn buurman te gaan zitten dan de prijzen te verhogen’, zegt Maarten Gerrits.

Jan Crum: ‘Als je hier met een café begint, moet je ook niet denken in twee jaar tijd je zakken te vullen.’ De lage prijzen hebben één voordeel. De Belgische horeca wordt niet beticht van prijsopdrijving na de invoering van de Euro. Wybe van der Veen: ‘Van omzetverlies heb ik niets gemerkt. Eerder een stijging. Ik heb mijn prijzen ook maar een beetje opgeslagen.’ ‘Er komen nog steeds heel veel Nederlanders naar de stad. Die pakken echt uit zodra ze hier zijn. Ze zijn toch op vakantie’, voegt Maarten Gerrits toe. Toch zijn de consumptieprijzen wel iets gestegen.

‘Logisch. De brouwers en bierstekers (groothandel) hebben de prijzen ook verhoogd’, zegt Bob van Giel. ‘Maar doe je het goed, zoals mijn klanten hier aan tafel, dan kun je in België een behoorlijke boterham verdienen.’

Tot slot, wat zouden jullie anders doen als je hier weer een bedrijf zou starten?
Wybe van der Veen: ‘Niets. Het was even zoeken voor ik mijn weg gevonden had, dat had sneller kunnen gaan, maar nu voel ik me hier echt thuis.’ Jan Crum is nog maar kort actief in de Antwerpse horeca. Hij zegt: ‘Het is belangrijk dat je het snapt. Dat je de tijd neemt voor je gasten. Dat er hier rustiger wordt gegeten. Je moet de mensen aanvoelen. Dan word je snel geaccepteerd.’ Erik Lamers constateert na drie jaar in België een mentaliteitsverandering. ‘Hollanders zijn over het algemeen goede betalers. Sommige leveranciers waren verbaasd dat ze al zo snel hun geld hadden. Inmiddels zit ik hier al wat langer, en merk ik dat het er ook bij mij insluipt om iets makkelijker te worden. Ook plan je wat minder vooruit. Het is hier meer ontspannen en dat ga je toch overnemen.’

Op een prachtige voorjaarsdag koestert de Grote Markt van Antwerpen zich rond het middaguur in een aantrekkelijk zonnetje. Voor het historische stadhuis verdringen cameraploegen elkaar om het beste plaatsje. Op de autoradio was het al te horen. Er heerst chaos in het stadsbestuur nadat het voltallige college van schepenen (wethouders) is afgetreden vanwege een wat al te ruimhartig gebruik van de gemeentelijke creditkaart. ‘Weet je wat Visa betekent?’, grapt één van de Hollandse horecaondernemers even later aan de stamtafel van Café De Tijd. ‘Vrij Inkopen Stad Antwerpen.’

Dat de bestuurskwestie Antwerpen zo bezighoudt, verwondert de vijf Hollandse horecaondernemers aan tafel niet. ‘Antwerpen is net een dorp. Iedereen kent elkaar’, zegt De Tijd-eigenaar Erik Lamers. Drie jaar geleden bij toeval in Antwerpen terechtgekomen. ‘Ik was klaar met de Grolsch Horeca Academie en op zoek naar een leuke locatie. Het moest een hoekpand zijn, met een terras en een woning in een middelgrote stad. Grolsch had een locatie in Antwerpen. Zo ben ik hier terechtgekomen. In het eerste Grolsch-pand buiten Nederland.’

Ook Maarten Gerrits hoefde niet per se naar het buitenland. ‘Ik heb ook gekeken in Den Bosch en Eindhoven, en kwam toevallig in Antwerpen een leuk pand tegen. Op een locatie die in Nederland qua prijs bijna onmogelijk is. De huurprijzen lopen hier echt nog tien jaar achter.’ Van instant succes was desondanks geen sprake voor zijn Eetcafé Xaverius. ‘Het eerste jaar was erg zwaar’, zegt hij over zijn zaak die in 1999 open ging.

Jan Crum en Esther Verstegen zijn nog maar net actief in de Antwerpse horeca. Afgelopen najaar namen zij bruin café The Pelican Dream over. ‘We kenden de horeca vooral vanaf de andere kant van de bar, maar toen we hoorden dat dit te koop stond leek het ons een leuk idee.’ Wybe van der Veen is de oude rot aan tafel. Al sinds 1989 zwaait hij de scepter over Mexicaans restaurant Caramba. ‘Ik voel me hier thuis’, zegt hij dan ook.

Om meer te vertellen over de financiële kant van het ondernemen bij onze zuiderburen is er één Belg present, Bob van Giel. Boekhouder bij drie van de aanwezige bedrijven.

Starten
Een horecabedrijf starten in Antwerpen is de aanwezigen aan tafel niet altijd meegevallen door de bureaucratie. ‘Ik ging naar het bevoegde bureau om te vragen wat ik moest meebrengen voor het aanvragen van de vergunningen’, begint Wybe van der Veen. ‘Na alles verzameld te hebben meldde ik mij weer. Heeft u dat en dat er niet bij? Vroegen ze. Maar dat staat niet op de lijst, zei ik. Nee, maar u heeft het wel nodig. Zo moest ik dus vier keer op en neer naar Amsterdam.’ De ervaring van Jan Crum is vergelijkbaar. ‘Vijf minuten over half vier vroegen we om een kopie van een bepaalde akte. Die pakte ze erbij, maar vervolgens werd gezegd dat kopiëren maar tot half vier mogelijk was. Terwijl ze naast het apparaat zat!’

Toch denken de ondernemers niet dat het om een staaltje Hollandertje pesten gaat. ‘Nee, zo zijn ze hier gewoon. Je kunt hier ook niet, zoals in Nederland bij de Kamer van Koophandel, een starterspakket ophalen. Het duurt wat langer voor alles in gang is gezet; maar ben je eenmaal zo ver, dan gaat het weer een stuk makkelijker dan in Nederland’, zegt Maarten Gerrits. Hij rept over een zware eerste periode. ‘Pas na een jaar had ik het idee hier op mijn plaats te zijn. Een eetcafé was ook nieuw in de stad. Belgen kennen cafés, taveernes of restaurants, maar geen eetcafés. In Xaverius is de sfeer ongedwongen, maar voeren we de kaart van een restaurant.’

‘De start van een bedrijf in Nederland is veel zakelijker’, weet Wybe van der Veen. Dat herkent Erik Lamers wel. ‘Ik kwam met een compleet ondernemersplan bij brouwerij De Koninck aan. Ze wisten niet wat ze zagen.’ Het is dan ook nog pas van recente datum dat voor het starten van een restaurant of café horecapapieren verplicht zijn.

Lamers: ‘De gemiddelde levensduur van horecabedrijven in de stad is maar acht, negen maanden. In Nederland zijn we gewend investerings- en ondernemersplannen te schrijven. Of marktonderzoek te doen. Doelgroepen te bepalen. Een soort filter vooraf. Hier wordt een zaak geopend en kijkt men wel hoe het gaat. Door die onprofessionele insteek vallen er veel om. Hier aan tafel zitten een paar ondernemers die drie jaar of langer hier in de horeca actief zijn. Dan praat je over de oude garde.’ ‘Ja, het gemiddelde niveau van de Belgische horeca is erg laag’, beaamt Bob van Giel.

Verschillen
De aan tafel verzamelde ondernemers runnen stuk voor stuk kleinere horecabedrijven. Niet toevallig. ‘De klanten zijn hier sterk op de eigenaar gericht. Wie er achter de bar staat is heel belangrijk’, weet Esther Verstegen inmiddels. Jan Crum: ‘Als je eruit wilt springen, doe je dat vooral door je klantenbenadering. Niet door een bepaald concept. Een Nederlander kan even snel binnenkomen om een biertje te pakken. Voor een Belg is het belangrijker dat het biertje goed getapt wordt.’ De enige Belg aan tafel, Bob van Giel, zegt dat het de directheid is waardoor Nederlandse gasten zich van de Belgen onderscheiden. ‘Van een ingezakt biertje zal een Nederlander iets zeggen. Een Belg houdt zijn mond, maar zal geen tweede bestellen. Of komt helemaal niet meer terug. Voor ons is de verpakking, de manier waarop het wordt gepresenteerd, erg belangrijk.’

De ‘stamgasten’ zeggen dat hun Hollander zijn geen belemmering is geweest om een zaak te openen in België. Wel is sprake van een gezonde dosis scepsis richting de nieuwkomers. ‘Soms hebben ze wel zo’n houding van ‘daar heb je er weer één’, zegt Wybe van der Veen. ‘Een Belg kijkt tegen Nederlanders aan zoals wij tegen Duitsers. Wij zijn ons daar vaak niet zo van bewust, omdat wij de Belgen juist leuke, aardige mensen vinden. Maar het vooroordeel tegenover Nederlanders – wij zouden arrogant zijn – is sterk.’

Naar schatting van Maarten Gerrits is in het weekend tachtig procent van de toeristen in de stad afkomstig uit Nederland. Dit grote aantal leidt er volgens collega Crum niet toe dat de horecabedrijven zich louter op landgenoten richten. ‘Een puur Nederlands café heeft ook geen succes. De toeristen komen hier om de Belgische sfeer te proeven. Zelf vind ik het ook de charme om Antwerpenaren als gast te hebben.’ Daar is Erik Lamers het deels mee eens.

‘Op zaterdagavond heb ik een Hollandse Hits-festival. Dan ben ik echt een feestcafé. Nederlanders hebben de deurkruk nog niet losgelaten en ze feesten mee. Belgen niet. Die gaan op hun gemak aan tafel zitten, bekijken de bierkaart, en verwachten bediend te worden.’ Wybe van der Veen: ‘Belgen hebben alle tijd. Ik merk dat in mijn restaurant. Ze trekken voor het eten de hele avond uit. Voor Nederlanders is eten meer een noodzakelijk kwaad. In Nederland is het allemaal sneller. Afspraken worden hier ook niet altijd nageleefd. In het begin is dat even wennen, maar na verloop van tijd word je zelf ook wat meer ontspannen.’

Nog meer verschillen
Sluitingstijden zijn er niet voor de cafés in Antwerpen. De deur mag 24 uur per dag open zijn. ‘Nederlanders drinken veel in korte tijd omdat ze weten dat om twee uur de zaak dichtgaat. Efficiënt kan een mens maar vier uur achter elkaar drinken. Een Belg weet dat ook, dus neemt hij de tijd om te drinken. Er is hier nooit een laatste ronde’, zegt Erik Lamers. ‘Wat je hier ’s nachts ontzettend veel verkoopt is koffie. Na het stappen nog even een kopje, en dan gaan ze naar huis’, vult Esther Verstegen aan. ‘Je weet vooraf ook niet hoe laat je gaat sluiten. We hadden het laatst nog, we wilden net gaan opruimen toen het ineens helemaal volliep. Zoiets kost wel heel veel energie’, stipt ze het nadeel hiervan aan.

Los van de soms korte nachtrust betekenen de onbeperkte openingstijden ook een druk op het rendement. Erik Lamers: ‘Je ben langer open, maar verkoopt geen pilsje meer.’ Hoewel de inkoopprijzen iets lager liggen zijn de consumpties, in Nederlandse ogen, laag geprijsd. Bij The Pelican Dream kost een pintje €1,40. In De Tijd en Xaverius ligt het op €1,65. Ook de prijs van een ‘bolleke’ De Koninck is het omrijden waard. Die varieert van €1,40 tot €1,75. ‘Bij een prijsberekening denkt een Belg er eerder aan vijf cent onder zijn buurman te gaan zitten dan de prijzen te verhogen’, zegt Maarten Gerrits.

Jan Crum: ‘Als je hier met een café begint, moet je ook niet denken in twee jaar tijd je zakken te vullen.’ De lage prijzen hebben één voordeel. De Belgische horeca wordt niet beticht van prijsopdrijving na de invoering van de Euro. Wybe van der Veen: ‘Van omzetverlies heb ik niets gemerkt. Eerder een stijging. Ik heb mijn prijzen ook maar een beetje opgeslagen.’ ‘Er komen nog steeds heel veel Nederlanders naar de stad. Die pakken echt uit zodra ze hier zijn. Ze zijn toch op vakantie’, voegt Maarten Gerrits toe. Toch zijn de consumptieprijzen wel iets gestegen.

‘Logisch. De brouwers en bierstekers (groothandel) hebben de prijzen ook verhoogd’, zegt Bob van Giel. ‘Maar doe je het goed, zoals mijn klanten hier aan tafel, dan kun je in België een behoorlijke boterham verdienen.’

Tot slot, wat zouden jullie anders doen als je hier weer een bedrijf zou starten?
Wybe van der Veen: ‘Niets. Het was even zoeken voor ik mijn weg gevonden had, dat had sneller kunnen gaan, maar nu voel ik me hier echt thuis.’ Jan Crum is nog maar kort actief in de Antwerpse horeca. Hij zegt: ‘Het is belangrijk dat je het snapt. Dat je de tijd neemt voor je gasten. Dat er hier rustiger wordt gegeten. Je moet de mensen aanvoelen. Dan word je snel geaccepteerd.’ Erik Lamers constateert na drie jaar in België een mentaliteitsverandering. ‘Hollanders zijn over het algemeen goede betalers. Sommige leveranciers waren verbaasd dat ze al zo snel hun geld hadden. Inmiddels zit ik hier al wat langer, en merk ik dat het er ook bij mij insluipt om iets makkelijker te worden. Ook plan je wat minder vooruit. Het is hier meer ontspannen en dat ga je toch overnemen.’