artikel

Soepenstrijd laat cateraar koud

Horeca

Soep. We lusten er wel pap van. Althans als we de verhalen mogen geloven van de grote soepmakers Knorr, Unilever (Van den Bergh) en Honig. Die introduceren de een na de andere ‘soepformule’. Ook op de werkplek is de strijd hevig. Cup-a-soup zegt marktleider te zijn, maar cijfers ontbreken. Is soep lucratief voor cateraar of automatenleverancier? ‘Het is puur kannibalisme. Want voor een kop soep laat je een kop koffie staan.

Soepenstrijd laat cateraar koud

Nederland is een soepland bij uitstek. Grootmoederssoep is een begrip bij velen. Pas na urenlang trekken kon die worden opgelepeld. Of natuurlijk het vertrouwde kopje snert dat nog altijd menig schaatser tijdens barre tochten op de been houdt. Het is daarom ook vreemd dat Nederland niet bepaald voorop loopt als het gaat om de huidige soeptrend. Een trend waarbij soep als snack wordt gebruikt. Dat is in Japan, Amerika, Engeland en Duitsland al redelijk ingeburgerd. Want daar kun je al langer tussen het winkelen door een kopje bospaddestoelensoep nuttigen in een van de vele soepshops.
Maar nu zijn ze er dan ook in Amsterdam en Utrecht: de soepshop. Als we de berichten mogen geloven, vindt er momenteel een inhaalslag plaats. Binnenkort wordt in Amsterdam de vierde soepshop verwacht. Honig, de eigenaar van de soepshop in Utrecht, denkt aan uitbreiding. In eerste instantie was dat niet de bedoeling. En de eigenaar van het al tien jaar oude restaurant de Soepterrine, eveneens in Utrecht, wil op franchisebasis soepshops openen in Rotterdam, Den Haag en Eindhoven. Hij wil vooral veel soorten soep gaan voeren. Met de tweehonderd soorten in zijn restaurant – van Franse herten- via zeeaster- tot bruinenbonensoep – lijkt hij de stamvader van de soepshops.

Succes
En soep op de werkplek? Een beetje ondernemer biedt zijn werknemers tegenwoordig soep aan. Of via het bedrijfsrestaurant waar wellicht een cateraar de soep nog ambachtelijk bereidt, of via automaten, sachets of via zogenaamde bouillonsticks. De meest bekende aanbieder van soep op de werkplek is ongetwijfeld Cup-a-soup van Van den Bergh Nederland. Dat bedrijf maakt weer onderdeel uit van voedingsreus Unilever. ‘Soep is absoluut een trend. Na een zesde bakje koffie wil je wel eens wat anders. Soep herstelt, is vullend en gezond. En de kwaliteit van de instant soepen is steeds beter, net als het aanbod breder is dan een aantal jaren geleden. Het is de basis voor het huidige succes’, aldus marketing manager Jos Verkaik van Van den Bergh Nederland.
Naast de vendingautomaten en zakjes van Cup-a-soup heeft Van den Bergh nu ook recentelijk goedkopere dispensers in de aanbieding. Deze worden gratis geplaatst mits er een afnamegarantie wordt gegeven. Twee jaar geleden is Cup-a-soup geïntroduceerd en volgens Verkaik is het merk marktleider wat betreft soep op de werkplek. Volgens hem heeft Cup-a-soup het mogelijk gemaakt de werkende mens op de werkvloer van soep te voorzien. Met name die bedrijven die niet over een kantine of restaurant beschikken. Maar harde cijfers over aantallen en omzetten ontbreken. Van den Bergh wil alleen kwijt dat de soepomzet tussen 1995 en 1999 met 50 procent is toegenomen. Zeker geen misselijk percentage.

Cijfers ontbreken
De concurrentie zit natuurlijk niet stil. In antwoord op Cup-a-soup heeft Honig Momentsoep geïntroduceerd. In combinatie met een (forse) dispenser van Aqua Systems kan de soep worden genuttigd. Ook dit bedrijf wil over verkoopaantallen niets kwijt.
Een andere grote speler is Knorr. Dat heeft naast de zogenaamde TasteBreak bekertjes ook een assortidoos met vijf verschillende soepsachets voor op het werk. Dat product wordt onder andere geleverd door Café Bar, een koffieservicebedrijf voor zo’n 33.000 bedrijven uit het midden- en kleinbedrijf. Hoewel het leveren van koffie en koffieautomaten nog altijd de hoofdmoot van de activiteiten van Café Bar uitmaken, heeft productmanager René Jansen de soepconsumptie wel zien stijgen de afgelopen jaren. Maar ook weer niet in die mate dat de soepproducenten willen doen geloven. ‘Landelijk cijfers op business to business-gebied ontbreken volledig. Je kan allemaal maar afgaan op cijfers van de producenten zelf, en die geven ze niet. Wij hebben de afgelopen vijf jaar de vraag naar soep ongeveer met 10 procent zien groeien. Niet echt spectaculair. De sachets die wij leveren zijn met name populair omdat ze kwalitatief goed zijn. Vooral omdat er garnituur in zit. Een croutonnetje door een soepautomaat persen, dat gaat natuurlijk niet.’

Reclame
Een andere leverancier van koffieautomaten, Koffie Partners, heeft ook de soep ontdekt. Dat bedrijf mag zich officieel dealer noemen van Cup-a-soup automaten en dispensers. Volgens bedrijfsleider Stefan de Jong heeft hij in het jaar 2000 twee keer zoveel apparaten neergezet als het jaar daarvoor. De reclamespots van dokter Bob en manager John hebben volgens De Jong het merk een enorme bekendheid gegeven. ‘Vroeger hadden we tevens automaten met een soepknop. Die behoren tot het verleden aangezien we nu overal de Cup-a-soup automaten of dispensers leveren. De kwaliteit is stukken beter’.
Of Koffie Partners nu ook echt veel verdient aan de soep? ‘Onze core is en blijft de koffie en thee. Daar moeten we het van hebben. Soep is meer voor erbij’, aldus De Jong.

Geen winstmaker
Ook de overige automatenleveranciers zijn door Van den Bergh benaderd met de vraag of ze Cup-a-soup wilden verkopen. De grote spelers op die markt hebben daar allemaal voor bedankt. Aan de ene kant omdat bedrijven als Automatic Holland en DE Coffee Systems vooral actief zijn op de markt van het grootbedrijf. En die hebben doorgaans een cateraar in dienst en een bedrijfsrestaurant waar de soep vers wordt bereid. Maar ook CaféBar, voornamelijk actief in het midden- en kleinbedrijf, heeft bedankt. ‘Er worden enorme bedragen gespendeerd voor het promoten van het merk. En de apparaten worden bijna overal gratis neergezet. Maar of het nu echt rendabel is, dat is moeilijk te achterhalen. Als we naar onze klantenkring kijken kunnen we een goede maken hoeveel soep er zal worden verkocht. Want laten we eerlijk wezen: hoeveel soep kan een werknemer nu dagelijks op? Toch niet veel meer dan één kop. De uitkomst van onze berekeningen was in ieder geval voor ons redenen om af te zien van de verkoop van Cup-a-soup’, aldus Jansen.
Soep is sowieso ook voor Café Bar absoluut geen winstmaker. Het hoort er gewoon bij. Jansen: ‘Iemand die een kop soep neemt, drinkt bijvoorbeeld minder koffie. Het is dus eigenlijk puur kannibalisme’.

Trend
Of de huidige soeptrend onder andere een gevolg is van enorme reclamebudgetten van met name Van den Bergh/Unilever of echt antwoord geeft op een vraag vanuit de markt, blijft onduidelijk. Het zal wel een combinatie zijn van de twee factoren. De cateraar ligt er in ieder geval niet wakker van. Hoewel ook deze tegenwoordig buiten de reguliere lunchtijden soep via automaten aanbiedt. Al dan niet gratis, afhankelijk van het contract en de politiek van de opdrachtgever. ‘Maar dan gaat het met name ten koste van koffie of thee. Dus per saldo houd je er niet meer aan over’, meent Han van Eijden, woordvoerder van Van Hecke.
Wel heeft Van Eijden de soepconsumptie de afgelopen jaren zien stijgen. Ongeveer met tien tot vijftien procent. Of de winstpotentie van een kop soep nu echt groot is, betwijfelt Van Eijden. ‘Het is natuurlijk afhankelijk van het soort contract. In sommige gevallen wil het wel eens gebeuren dat een cateringmanager om vier uur de tent opengooit om de mensen soep aan te bieden. Maar zie het maar meer als een servicepakket dan als een echte winstmaker’.

Snerttram

In Rotterdam bestaat sinds enkele jaren een heuse snerttram. Deze tram is de afgelopen jaren uitgegroeid tot een heuse toeristische attractie. Een feestelijke rondrit in een gezellig ingerichte tram opgeluisterd door live muziek en met een gids die allerlei wetenswaardigheden vertelt. Daarbij wordt een kop erwtensoep geserveerd. Dit jaar hebben twee Rotterdamse kunstenaars, Paul Zuidgeest en Melanie Groothuijs, voor het ontwerp van de tram getekend. Thema van de snerttram dit seizoen is de vier jaargetijden.