artikel

Thuis op het werk

Horeca

Het is in de meeste gevallen goedkoop, maar het gaat wel ten koste van je privacy: wonen in je hotel. De technische dienst doet klusjes, het kamermeisje schudt je bed op en de chef kookt voor je. En ze weten alles van je. ’De baas heeft het vannacht weer aardig laat gemaakt’ en ’Goh, is mevrouw alweer gaan shoppen?

Thuis op het werk

Het is een historisch gegeven: een herbergier, een hotelier woont in zijn zaak, het is zijn huis. Gastvrijheid is zijn vak. Waar anders kun je gastvrij zijn dan in je eigen huis? In 2000 is het in veel gevallen nog net zo. Eigenaars van kleine bedrijven wonen in of bij hun hotel. Voorzitter Renée Staal van Holland Hotels Hartverwarmend, een samenwerkingsverband van meer dan honderd familiehotels, kan zo een trits collega’s opnoemen die in of direct bij hun zaak wonen. De fameuze papa- en mamabedrijven, met geen of weinig personeel, waar het ondernemersechtpaar onbetaalbaar zou zijn als het volgens de CAO zou worden ingeschaald.

Meer woonruimte
Staal woonde veertien jaar in hotel De Kroon in Kaatsheuvel en sinds de huisbaas een aangrenzende schoenfabriek kocht, tien jaar geleden, ernaast. Haar woning is rechtstreeks verbonden met het hotel en ze kan van huis uit de hoteldeur openen. De grootste vooruitgang van de verhuizing was dat ze eindelijk een keuken voor zichzelf kreeg en niet meer aangewezen was op de hotelkeuken. En ze kreeg aanzienlijk meer woonruimte. De ruimte in het hotel werd door uitbreidingen en renovaties steeds beperkter: ‘Om te douchen gebruikten we een badkamer in het hotel.’
De Holland Hotels-voorzitster vindt in of bij het hotel wonen vanzelfsprekend. Het is een waarborg voor de veiligheid van de gasten en de hotelhoudster wil dag en nacht weten wat er in haar hotel omgaat. ‘Als er ’s nachts iets gebeurt, dan moet je behalve je bed uit ook nog in je auto stappen.’ Nu is zij, of haar man Kees, binnen no time op de plek des onheils. Nou ja, het is in al die jaren misschien vijftien keer voorgevallen dat ze door een gast wakker is gebeld. ‘Ik slaap prima en lig niet te wachten tot er iets gebeurt. Maar als de telefoon gaat, is het wél schrikken.’

Spijkerbroek
Wegens gebrek aan opvolging komen met name familiebedrijven vroeg of laat in de portfolio terecht van grote of kleine ketens. Die zetten er een general manager neer en verbouwen de woonruimte van de voormalige hotelier tot vergaderzalen of hotelkamers. Het Grand Hotel Heerlen is er een voorbeeld van. De familie Posman verkocht de zaak aan een belegger die Peter Helleman als general manager voor het bedrijf aantrok. Hij liet op zijn beurt de eigenaarswoning op de zevende verdieping verbouwen tot een luxe vergaderruimte, maakte van het boudoir een bruidssuite en van de kinderkamers een studio. Geen haar op zijn hoofd die eraan dacht zijn intrek in het hotel te nemen. In de eerste plaats omdat hij in de omgeving een huis heeft met vrij uitzicht en in de tweede plaats omdat hij al eens vijf jaar in een hotel (Golden Tulip Zuid-Limburg in Epen) heeft gewoond. ‘En heel m’n privéleven, en dat is vrij uitbundig, werd daar verstoord. Iedereen weet alles van je. Als ik op een zondagmiddag in spijkerbroek en T-shirt de deur uit wilde, werd ik in de lobby weer door een gast aangesproken.’

Eenzaam
Helleman nam de eigenaarswoning van Grand Hotel Heerlen overigens wel meteen in gebruik. Nog voor de officiële heropening van het hotel liet hij er een hapje en drankje serveren voor een select gezelschap dat hij had uitgenodigd om naar de zonsverduistering te komen kijken.
Hotelier Dick Vollenga zag vanaf het balkon van zijn woning in Enschede een spektakel van een heel andere orde: de vuurwerkramp. Vollenga had het beste uitzicht op de ramp. Hij woont in het penthouse op de vijftiende verdieping van zijn Best Western Dish Hotel.
Achttien jaar geleden gaf het echtpaar Dick en Josette Vollenga hun woning in een kinderrijke buurt in Eindhoven op toen Dick manager werd van het Dish Hotel in Enschede. De toenmalige directie stond erop dat het gezin met twee kinderen in het hotel ging wonen. Het was hoog en eenzaam in het begin, herinnert Josette zich. In één klap was ze al haar sociale contacten kwijt.
Zoon Diederick, die in de vierde klas van de lagere school zat, had het het moeilijkst met de verhuizing. Van even buiten spelen met vriendjes was geen sprake meer. Het hotel was zijn speelterrein, soms tot ongenoegen van het personeel. Maar het is goedgekomen met hem. Diederick heeft inmiddels Hoge Hotelschool gedaan, evenals zijn oudere zus Patrice. Beiden zijn inmiddels het huis uit.

Baaldag
Net als voor Helleman is het privacy-aspect ook voor de Vollenga’s het meest nadelige aan wonen in het hotel. Dick: ‘Iedereen weet hier hoe laat je thuiskomt, hoe laat je weggaat en wie je ontvangt.’ Josette: ‘Je moet altijd gesoigneerd zijn. Als ik een baaldag heb, kan ik niet als een slons het hotel uitlopen. Ik moet namelijk altijd door de lobby.’ Dick Vollenga vergeet nooit hoe ze een keer van vakantie thuiskwamen en een gast in het restaurant hem per se direct wenste te spreken. ‘We hadden niet eens de tijd om de koffers naar boven te brengen. En ik stond daar met een jetlag van hier tot ginder. Ieder ander die van vakantie terugkomt, kan rustig bijkomen. Maar hier sta je er meteen weer.’
Een ingang naar de woning via een privélift zou een oplossing zijn, maar de kosten – 7,5 ton – vinden de Vollenga’s een beetje te gortig. Dick Vollenga is buiten z’n werk trouwens altijd voor de receptie bereikbaar. Maar hij is niet voor iedereen die zich aandient fysiek aanwezig. ‘Ik ontvang alleen mensen in huis die we nadrukkelijk hebben uitgenodigd. We zijn daar heel strikt in. Anders loopt iedereen binnen voor een borrel en daar hebben we écht geen zin in. Als iemand me per se wil zien, ga ik wel naar beneden.’

Feessie
Privacy heb je voor een belangrijk deel zelf in de hand, vindt ook Cees Hoogeveen, general manager van Bilderberg Het Speulderbos in Garderen. Hij is al 26 jaar thuis op het werk. (Bilderberg Hotels en Restaurants heeft van oorsprong een cultuur van inwonende general managers). Net als de Vollenga’s heeft Hoogeveen geen eigen ingang. ‘Dus iedere keer als ik met een kratje bier naar boven loop, krijg ik weer die opmerkingen naar m’n hoofd: hé Cees, een feessie vanavond? Toen ik voor het eerst in korte broek door de zaak liep om te gaan tennissen, heb ik tegen het personeel gezegd: als je wat van m’n benen wilt zeggen, moet je het nú doen. Als je het daarna nog een keer probeert, maak je kennis met mijn backhand en die is behoorlijk hard.’ Maar de nadelen wegen niet op tegen de voordelen, vindt Hoogeveen. ‘We wonen riant op de eerste etage, met uitzicht op het voorterrein.’ Zijn drie dochters, waarvan er een nog thuiswoont, groeiden er op. En ze hebben er niets aan overgehouden, behalve dan, net als de kinderen van het echtpaar Vollenga, de liefde voor de hotellerie. Twee dochters deden inmiddels Hoge Hotelschool Maastricht en werken in hotels.

Vlees snijden
Hoogeveen heeft vaker met vrouw en kinderen aan de avondmaaltijd gezeten dan buitenshuis werkende vaders met een baan van zeventig tot tachtig uur. ‘Dat zijn toch die mannen die ’s zondags het vlees komen snijden?’ En een ander voordeel is dat hij en zijn vrouw Ria nooit naar de supermarkt hoeven. ‘De chef kookt voor ons. Niet à la carte hoor, we zien wel wat er op het bord komt, het is elke keer een verrassing.’ Makkelijk en voordelig dus, want huishoudgeld kennen ze bij Hoogeveen niet: ‘Een pak suiker of koffie halen we uit de keuken.’Wonen in het hotel op basis van kost en inwoning, moet aanzienlijk goedkoper zijn dan huisvesting elders, vermoedt Hoogeveen. ‘Ik denk het, maar heb het nog nooit meegemaakt. Zaken als telefoonaansluiting in huis, rioolrechten, daar heb ik privé helemaal niks mee te maken.’ Hoogeveen betaalt wel een vergoeding voor kost en inwoning en wordt fiscaal afgerekend op zijn voorrechten.

Habbekrats
Ook het echtpaar Vollenga woont goedkoop. Dish Hotels huurt het gebouw inclusief de woning van ITC (het internationaal instituut voor lucht- en ruimtecartografie). Moet er in huis iets gerepareerd worden, dan draaft de technische dienst van het hotel op. En zo zijn er meer gemakken; de huishoudelijke dienst die altijd klaarstaat bijvoorbeeld. In tegenstelling tot het echtpaar Hoogeveen koken de Vollenga’s zelf en doen ze ook boodschappen. Josette moet er niet aan denken elke dag uit de hotelkeuken te eten: ‘Wat vind je van m’n lijn? Eigen keuken, hè!’
Maar goedkoop wonen heeft een keerzijde. Het Dish Hotel zal vermoedelijk over een aantal jaren naar een andere locatie in Enschede verhuizen en het is niet aannemelijk dat de Vollenga’s opnieuw ‘intern’ gaan. Ze moeten dus serieus aan een ‘eigen huis’ gaan denken en ze hebben geen woning achter de hand die ze voor een fikse prijs kunnen verkopen. ‘Ons huis in Eindhoven is destijds – toen de huizenprijzen niets voorstelden – voor een habbekrats verkocht’, weet Josette zich met spijt in haar stem te herinneren. Cees en Ria Hoogeveen hebben een voorschotje op de toekomst genomen en bezitten inmiddels een eigen huis dat ze verhuren. De Vollenga’s hebben nog de tijd om zich te oriënteren, want het kan zeker nog zes jaar duren voordat ze de vijftiende verdieping van het Dish Hotel moeten verlaten. Josette ligt er niet wakker van. Ze is nu druk met het winterklaar maken van het balkonterras. Het ziet er leuk uit, maar zou ze niet liever een grote tuin hebben? ‘Daar sta ik niet bij stil. We wonen hier prima met z’n tweeën, en de golfbaan is onze tuin.’