artikel

Tien jaar Grolsch horeca academie

Horeca

Tien jaar geleden startte de Grolsch Horeca Academie. Geen bierschool, zoals de studenten soms nog te horen krijgen, maar een serieuze voorbereiding op het horecaondernemerschap. In de economisch mindere tijden bewijst de opleiding zijn nut. Veel ex-studenten blijven juist nu goed draaien. Toch is Grolsch nog steeds de enige brouwer die op deze manier de professionalisering van de bedrijfstak actief ondersteunt.

Tien jaar Grolsch horeca academie

‘Toen ik in 1976 als zelfstandig horecaondernemer begon, gingen de gesprekken met collega’s alleen maar over de hoeveelheid fusten die je deed en hoeveel personeel er zwart op de lijst stond. Voor de oud-leerlingen van de horeca-academie zijn er jaarlijks twee terugkomdagen. De eerste maandag van april een financiële dag voor alle ondernemers waarbij in alle openheid elkaars financiële gegevens worden besproken. De eerste maandag van november is er een dag voor alle oud-studenten. Dat is niet alleen leuk, het is gewoon ontzettend leerzaam.’ Ton Lenting.

Zelfbenoemd ‘rector magnificus’ van de Grolsch Horeca Academie, docent, en initiatiefnemer van de opleiding ging dik tien jaar geleden langs een paar grote Nederlandse bierbrouwers met zijn plan voor een praktijkgerichte horecaopleiding. Na bijna twintig jaar horecaondernemer te zijn geweest was hij op dat moment bezig zijn net opgerichte horeca-adviesbureau van de grond te tillen, Lenting & Partners. Een stukje zakelijk eigenbelang zat natuurlijk ook in het idee verscholen, geeft hij toe. Al ontbrak idealisme achter het initiatief niet. In zijn jaren als horecaondernemer had hij, door bestuurlijke functies bij Koninklijk Horeca Nederland en de sectie Café-Bar Bedrijven van deze organisatie, vaak genoeg gezien wat de gevolgen zijn van het ontberen van een goede caféopleiding. ‘Nogal wat bedrijven begonnen zonder visie en waren ook net zo snel weer weg.’ Het idee vond bij Grolsch-bestuurder Rob Snel een gewillig oor. Met zestien studenten ging in 1993 de Grolsch Horeca Academie van Start.

In Café Persee aan de Deventer Brink zijn vier ex-studenten van de opleiding bijeen om terug te blikken op de Grolsch Horeca Academie die dit jaar precies tien jaar bestaat. Natuurlijk de twee eigenaren van de zaak, André Kleine Schaars (lichting ’97) en Bibi Kok (lichting 2000). Ook aanwezig is de eigenaar van Café Van Leeuwen in Amsterdam, Robbert van Leeuwen (lichting ’99) en Huub Arends (lichting ’96), die de scepter zwaait over Gasterij De Smid in Lattrop. Van het huidige leerjaar is Inge Schuller tot Peursum aangeschoven. ‘Op dezelfde dag dat ik mijn ondernemersplan heb verdedigd wil ik ’s middags naar de bank kunnen.’ Snel hierna hoopt ze dan haar droombedrijf te realiseren, een eigen jazzcafé.

Waarom zijn jullie de opleiding gaan volgen?
André Kleine Schaars: ‘Ik had al zes, zeven jaar horeca-ervaring en wilde voor mezelf beginnen. Via, via hoorde ik van de Grolsch Horeca Academie. Als je zelf in de horeca werkt dan denk je vaak te makkelijk over een eigen bedrijf. Biertjes tappen, dat kan toch iedereen. Het lijkt een goede business. Op de academie heb ik echt geleerd wat het inhoudt om zelfstandig ondernemer te zijn.’ ‘
In 1995 heb ik samen met mijn ouders het onroerend goed kunnen kopen’, begint Huub Arends. ‘Daarvoor hebben ze flink hun nek voor mij uitgestoken. Het was de bedoeling dat ik met het bedrijf zou doorgaan. Iemand van Grolsch begon over de academie. Dat leek me niks. Ik had al een paar cursussen gedaan en was het leren een beetje beu. Maar gaandeweg merkte ik toch dat ik iets miste. Na een gesprek met Ton raakte ik enthousiast en heb me aangemeld. Achteraf kan ik zeggen dat ik er veel aan heb gehad.’
Voor Inge Schuller tot Peursum is de Horeca Academie het naar eigen zeggen laatste stapje op weg naar het zelfstandig ondernemerschap. ‘Ik heb mij afgevraagd, hoe ga ik dat aanpakken? Ik heb bij een bedrijf gewerkt met mensen die ook de academie deden. Naast het feit dat ik veel geleerd heb, is het ook leuk om in zo’n jaar mensen te zien groeien. Van wie je aan het begin nog dacht, dat wordt niks, dat blijken juist hele goede te zijn.’
Robbert van Leeuwen zag in de academie een manier om zijn financieringskansen bij de bank te vergroten. Ervaring in de opstart van een cafébedrijf had hij al. Samen met een vriend bouwde hij Café Ter Kuylen in de hoofdstad op na de overname van deze zaak. ‘Door de lesstof maak je een soort bewustwordingsproces door. Van barman tot aanstaand ondernemerschap. De opdrachten waren voor mij een hel. Pas twee weken voor de deadline ben ik ook pas mijn ondernemersplan gaan schrijven. Ik was niet naïef toen ik aan de opleiding begon, maar na het examen voelde ik me echt ervaren.’
Bibi Kok was samen met André al Café Persee gestart toen ze na twee jaar alsnog de academie ging volgen. ‘Ik kom zelf niet uit de horeca. Met de opleiding op zak ben je zekerder in wat je hier doet. Anders blijf je alles maar klakkeloos overnemen.’ ‘Jij was ook wat leergieriger dan André’, herinnert Ton Lenting zich. Inmiddels zit ook één van de Persee personeelsleden op de Horeca Academie.

Houden ondernemers die de Grolsch Horeca Academie hebben gedaan het gemiddeld langer vol als zelfstandig horeca-ondernemer?‘
Ja’, zegt Ton Lenting. ‘De afgelopen jaren was de horeca een groeimarkt waarin je vrij makkelijk kon scoren. Nu komen de goede ondernemers bovendrijven en moet je aan de slag om je omzet op niveau te houden. Wat we zien is dat bedrijven die gestart zijn door mensen van de horeca-academie minder snel van eigenaar wisselen. Zo’n stabielere factor is voor de brouwer natuurlijk ook prettig. De mensen komen beter beslagen ten ijs. Welke andere opleiding geeft je de kans om in 24 zaken rond te kijken? De studenten wassen elkaar ook de oren. Stellen kritische vragen. Dat is heel voor sommigen heel leerzaam. Heren als Van Leeuwen hier hebben af en toe gewoon een schop onder hun kont nodig. En wij van de academie kunnen dat dan doen.’ ‘
Dat is de mooiste opmerking die je van een accountmanager kan krijgen’, neemt Robbert van Leeuwen lachend het woord over. ‘Die zeggen wel eens dat wij veel te wijs en te mondig zijn gemaakt. Je bent ook veel zekerder van je zaak. Bovendien merk ik dat oud-studenten meer bezig zijn met de langere termijn. Ze hoeven niet meteen binnen te lopen. Ze weten dat het tijd kost om een goed bedrijf op te bouwen. Het leuke is ook dat door de opleiding je passie voor de horeca alleen maar wordt aangewakkerd. Ton is in zijn tijd als ondernemer ook wel eens onderuit gegaan. Daar vertelt hij over. Heel leerzaam.’ ‘
In familiebedrijven als het onze’, begint Huub Arends, ‘kan het gebeuren dat mensen ineens kritiek krijgen op de werkwijze van hun ouders. Het is voor hen soms ook wennen als je leveranciers tegen de schenen gaat schoppen. Sinds de opleiding zie ik mij als een gelijkwaardige gesprekspartner van al die leveranciers.’ Het kan ook averechts werken. Ton Lenting: ‘Soms zie je dat de vader de openheid niet waardeert. Ik ken voorbeelden waar de ouders om deze reden de participatie in het bedrijf door zoon of dochter hebben uitgesteld.’

Na de academie zit je contractueel wel min of meer vast aan Grolsch. Is dat geen beperking?‘
Nee’, reageert Huub Arends meteen. ‘Ons bedrijf zit in oost Nederland. Daar is het eerder een beperking als je geen Grolsch schenkt. Grolsch heeft hier een sterke regionale uitstraling. Daar moet je gebruik van maken.’
Robbert van Leeuwen: ‘Dat van dat streekverhaal kan ik mij voorstellen. Voor Amsterdam geldt dat niet. Heb je een mooi bedrijf dan kun je ieder biermerk verkopen. Je verkoopt sfeer, geen bier. Ik ben ook onafhankelijk van brouwerij begonnen. Dat ik de opleidingskosten zou moeten terugbetalen als ik een ander merk ging tappen had ik ingecalculeerd. In gesprekken met andere brouwers merkte je wel dat ze gevoelig waren voor het feit dat je de horeca academie hebt afgerond. En natuurlijk zullen er wel eens mensen van het pad afwijken. Maar dat was niet mij insteek. Ik ben loyaal aan Grolsch. Ik wilde echter wel mijn vrijheid behouden en daardoor sterker staan als onderhandelingspartner.’
Ook voor Inge Schuller tot Peursum staat het biermerk vast. Grolsch. ‘Ik wil in Enschede beginnen. Als je in het oosten geen Grolsch hebt verlies je klanten. Op biergebied zijn ze hier best eigenwijs.’

Hoe serieus is de academie?
Inge Schuller tot Peursum: ‘Het is zeker geen speeltuin. Afgelopen dinsdag is er nog iemand afgevallen die voor de tweede keer zijn toets niet haalde. Dan realiseer je je weer dat je het niet moet onderschatten..’ ‘
Dit jaar hebben we zelfs iemand uit Hulst. Die heeft het er toch maar voor over om iedere dinsdag helemaal naar Enschede te komen’, zegt Ton Lenting. ‘Je kijkt heel anders tegen je eigen bedrijf aan.
Een week na de terugkomdag hebben we hier allerlei dingen veranderd’, reageert André Kleine Schaars. ‘Het houd je scherp als ondernemer.’ ‘
Ik zou ook elk jaar wel zo’n soort cursus willen doen’, is de mening van Robbert van Leeuwen. ‘Je blijft zo op een leuke manier bezig met je vak. Zeker door de terugkomdagen wordt je als ondernemer eigenlijk continu bekeken en gecorrigeerd. Waar gebeurt dat nog in de horeca?
Waarop Bibi Kok besluit; ‘Ik vind eigenlijk dat de naam veranderd moet worden. Nu reageren mensen nogal eens ‘oh, daar leer je zeker bierdrinken. Het woord academie, daar wordt nog wel eens lacherig over gedaan. Maar je praat over een stuk verrijking van je horecakennis, op een manier die je nergens anders ondervind.’

‘Toen ik in 1976 als zelfstandig horecaondernemer begon, gingen de gesprekken met collega’s alleen maar over de hoeveelheid fusten die je deed en hoeveel personeel er zwart op de lijst stond. Voor de oud-leerlingen van de horeca-academie zijn er jaarlijks twee terugkomdagen. De eerste maandag van april een financiële dag voor alle ondernemers waarbij in alle openheid elkaars financiële gegevens worden besproken. De eerste maandag van november is er een dag voor alle oud-studenten. Dat is niet alleen leuk, het is gewoon ontzettend leerzaam.’ Ton Lenting.

Zelfbenoemd ‘rector magnificus’ van de Grolsch Horeca Academie, docent, en initiatiefnemer van de opleiding ging dik tien jaar geleden langs een paar grote Nederlandse bierbrouwers met zijn plan voor een praktijkgerichte horecaopleiding. Na bijna twintig jaar horecaondernemer te zijn geweest was hij op dat moment bezig zijn net opgerichte horeca-adviesbureau van de grond te tillen, Lenting & Partners. Een stukje zakelijk eigenbelang zat natuurlijk ook in het idee verscholen, geeft hij toe. Al ontbrak idealisme achter het initiatief niet. In zijn jaren als horecaondernemer had hij, door bestuurlijke functies bij Koninklijk Horeca Nederland en de sectie Café-Bar Bedrijven van deze organisatie, vaak genoeg gezien wat de gevolgen zijn van het ontberen van een goede caféopleiding. ‘Nogal wat bedrijven begonnen zonder visie en waren ook net zo snel weer weg.’ Het idee vond bij Grolsch-bestuurder Rob Snel een gewillig oor. Met zestien studenten ging in 1993 de Grolsch Horeca Academie van Start.

In Café Persee aan de Deventer Brink zijn vier ex-studenten van de opleiding bijeen om terug te blikken op de Grolsch Horeca Academie die dit jaar precies tien jaar bestaat. Natuurlijk de twee eigenaren van de zaak, André Kleine Schaars (lichting ’97) en Bibi Kok (lichting 2000). Ook aanwezig is de eigenaar van Café Van Leeuwen in Amsterdam, Robbert van Leeuwen (lichting ’99) en Huub Arends (lichting ’96), die de scepter zwaait over Gasterij De Smid in Lattrop. Van het huidige leerjaar is Inge Schuller tot Peursum aangeschoven. ‘Op dezelfde dag dat ik mijn ondernemersplan heb verdedigd wil ik ’s middags naar de bank kunnen.’ Snel hierna hoopt ze dan haar droombedrijf te realiseren, een eigen jazzcafé.

Waarom zijn jullie de opleiding gaan volgen?
André Kleine Schaars: ‘Ik had al zes, zeven jaar horeca-ervaring en wilde voor mezelf beginnen. Via, via hoorde ik van de Grolsch Horeca Academie. Als je zelf in de horeca werkt dan denk je vaak te makkelijk over een eigen bedrijf. Biertjes tappen, dat kan toch iedereen. Het lijkt een goede business. Op de academie heb ik echt geleerd wat het inhoudt om zelfstandig ondernemer te zijn.’ ‘
In 1995 heb ik samen met mijn ouders het onroerend goed kunnen kopen’, begint Huub Arends. ‘Daarvoor hebben ze flink hun nek voor mij uitgestoken. Het was de bedoeling dat ik met het bedrijf zou doorgaan. Iemand van Grolsch begon over de academie. Dat leek me niks. Ik had al een paar cursussen gedaan en was het leren een beetje beu. Maar gaandeweg merkte ik toch dat ik iets miste. Na een gesprek met Ton raakte ik enthousiast en heb me aangemeld. Achteraf kan ik zeggen dat ik er veel aan heb gehad.’
Voor Inge Schuller tot Peursum is de Horeca Academie het naar eigen zeggen laatste stapje op weg naar het zelfstandig ondernemerschap. ‘Ik heb mij afgevraagd, hoe ga ik dat aanpakken? Ik heb bij een bedrijf gewerkt met mensen die ook de academie deden. Naast het feit dat ik veel geleerd heb, is het ook leuk om in zo’n jaar mensen te zien groeien. Van wie je aan het begin nog dacht, dat wordt niks, dat blijken juist hele goede te zijn.’
Robbert van Leeuwen zag in de academie een manier om zijn financieringskansen bij de bank te vergroten. Ervaring in de opstart van een cafébedrijf had hij al. Samen met een vriend bouwde hij Café Ter Kuylen in de hoofdstad op na de overname van deze zaak. ‘Door de lesstof maak je een soort bewustwordingsproces door. Van barman tot aanstaand ondernemerschap. De opdrachten waren voor mij een hel. Pas twee weken voor de deadline ben ik ook pas mijn ondernemersplan gaan schrijven. Ik was niet naïef toen ik aan de opleiding begon, maar na het examen voelde ik me echt ervaren.’
Bibi Kok was samen met André al Café Persee gestart toen ze na twee jaar alsnog de academie ging volgen. ‘Ik kom zelf niet uit de horeca. Met de opleiding op zak ben je zekerder in wat je hier doet. Anders blijf je alles maar klakkeloos overnemen.’ ‘Jij was ook wat leergieriger dan André’, herinnert Ton Lenting zich. Inmiddels zit ook één van de Persee personeelsleden op de Horeca Academie.

Houden ondernemers die de Grolsch Horeca Academie hebben gedaan het gemiddeld langer vol als zelfstandig horeca-ondernemer?‘
Ja’, zegt Ton Lenting. ‘De afgelopen jaren was de horeca een groeimarkt waarin je vrij makkelijk kon scoren. Nu komen de goede ondernemers bovendrijven en moet je aan de slag om je omzet op niveau te houden. Wat we zien is dat bedrijven die gestart zijn door mensen van de horeca-academie minder snel van eigenaar wisselen. Zo’n stabielere factor is voor de brouwer natuurlijk ook prettig. De mensen komen beter beslagen ten ijs. Welke andere opleiding geeft je de kans om in 24 zaken rond te kijken? De studenten wassen elkaar ook de oren. Stellen kritische vragen. Dat is heel voor sommigen heel leerzaam. Heren als Van Leeuwen hier hebben af en toe gewoon een schop onder hun kont nodig. En wij van de academie kunnen dat dan doen.’ ‘
Dat is de mooiste opmerking die je van een accountmanager kan krijgen’, neemt Robbert van Leeuwen lachend het woord over. ‘Die zeggen wel eens dat wij veel te wijs en te mondig zijn gemaakt. Je bent ook veel zekerder van je zaak. Bovendien merk ik dat oud-studenten meer bezig zijn met de langere termijn. Ze hoeven niet meteen binnen te lopen. Ze weten dat het tijd kost om een goed bedrijf op te bouwen. Het leuke is ook dat door de opleiding je passie voor de horeca alleen maar wordt aangewakkerd. Ton is in zijn tijd als ondernemer ook wel eens onderuit gegaan. Daar vertelt hij over. Heel leerzaam.’ ‘
In familiebedrijven als het onze’, begint Huub Arends, ‘kan het gebeuren dat mensen ineens kritiek krijgen op de werkwijze van hun ouders. Het is voor hen soms ook wennen als je leveranciers tegen de schenen gaat schoppen. Sinds de opleiding zie ik mij als een gelijkwaardige gesprekspartner van al die leveranciers.’ Het kan ook averechts werken. Ton Lenting: ‘Soms zie je dat de vader de openheid niet waardeert. Ik ken voorbeelden waar de ouders om deze reden de participatie in het bedrijf door zoon of dochter hebben uitgesteld.’

Na de academie zit je contractueel wel min of meer vast aan Grolsch. Is dat geen beperking?‘
Nee’, reageert Huub Arends meteen. ‘Ons bedrijf zit in oost Nederland. Daar is het eerder een beperking als je geen Grolsch schenkt. Grolsch heeft hier een sterke regionale uitstraling. Daar moet je gebruik van maken.’
Robbert van Leeuwen: ‘Dat van dat streekverhaal kan ik mij voorstellen. Voor Amsterdam geldt dat niet. Heb je een mooi bedrijf dan kun je ieder biermerk verkopen. Je verkoopt sfeer, geen bier. Ik ben ook onafhankelijk van brouwerij begonnen. Dat ik de opleidingskosten zou moeten terugbetalen als ik een ander merk ging tappen had ik ingecalculeerd. In gesprekken met andere brouwers merkte je wel dat ze gevoelig waren voor het feit dat je de horeca academie hebt afgerond. En natuurlijk zullen er wel eens mensen van het pad afwijken. Maar dat was niet mij insteek. Ik ben loyaal aan Grolsch. Ik wilde echter wel mijn vrijheid behouden en daardoor sterker staan als onderhandelingspartner.’
Ook voor Inge Schuller tot Peursum staat het biermerk vast. Grolsch. ‘Ik wil in Enschede beginnen. Als je in het oosten geen Grolsch hebt verlies je klanten. Op biergebied zijn ze hier best eigenwijs.’

Hoe serieus is de academie?
Inge Schuller tot Peursum: ‘Het is zeker geen speeltuin. Afgelopen dinsdag is er nog iemand afgevallen die voor de tweede keer zijn toets niet haalde. Dan realiseer je je weer dat je het niet moet onderschatten..’ ‘
Dit jaar hebben we zelfs iemand uit Hulst. Die heeft het er toch maar voor over om iedere dinsdag helemaal naar Enschede te komen’, zegt Ton Lenting. ‘Je kijkt heel anders tegen je eigen bedrijf aan.
Een week na de terugkomdag hebben we hier allerlei dingen veranderd’, reageert André Kleine Schaars. ‘Het houd je scherp als ondernemer.’ ‘
Ik zou ook elk jaar wel zo’n soort cursus willen doen’, is de mening van Robbert van Leeuwen. ‘Je blijft zo op een leuke manier bezig met je vak. Zeker door de terugkomdagen wordt je als ondernemer eigenlijk continu bekeken en gecorrigeerd. Waar gebeurt dat nog in de horeca?
Waarop Bibi Kok besluit; ‘Ik vind eigenlijk dat de naam veranderd moet worden. Nu reageren mensen nogal eens ‘oh, daar leer je zeker bierdrinken. Het woord academie, daar wordt nog wel eens lacherig over gedaan. Maar je praat over een stuk verrijking van je horecakennis, op een manier die je nergens anders ondervind.’