artikel

Tom Dirkx tien jaar correspondent in USA voor Snackkoerier

Horeca

Hij woont al meer dan helft van zijn leven in Amerika. ‘Ik mis mijn familie wel eens. Ook verlang ik soms best naar het carnaval of een lekkere Limburgse vlaai. Maar ik zou niet meer naar Nederland terugwillen. Ik woon in een veilige stad met vriendelijke mensen, ruimte om mij heen en een heerlijk klimaat. Ik heb het in de States naar mijn zin en ben niet voor niets inmiddels Amerikaans staatsburger.’

Tom Dirkx (42) is sinds een jaar of tien bij de lezers van Snackkoerier bekend van zijn column Fastfood in de VS. Begin maart was hij enkele dagen op familiebezoek in zijn geboortestreek. Tussen de bedrijven door bezocht hij bovendien de redactie van Snackkoerier. Wie is Tom Dirkx eigenlijk?

Tom Dirkx tien jaar correspondent in USA voor Snackkoerier

‘Ik ben geboren en getogen in Montfort, nabij Roermond’, vertelt Dirkx met een nog steeds onmiskenbaar Limburgse tongval. ‘In augustus 1979 vertrok ik als student bedrijfskunde aan de hogeschool Nijenrode in het kader van een uitwisselingsprogramma naar Amerika. Ik kwam er terecht in ‘the middle of nowhere’. In het stadje Topeka, gelegen in de staat Kansas, zeven keer zo groot als Nederland maar met amper twee miljoen inwoners.

Via die uitwisseling behaalde ik daar mijn Nijenrode-diploma. Vervolgens moest ik in militaire dienst. Ik vervulde die in Duitsland, bij de inlichtingendienst. Maar Amerika bleef mij trekken. Ik keerde direct na mijn dienstplicht terug en heb een tijdje doorgebracht in Las Vegas. Dat is trouwens een vreselijke stad om te wonen. Een paar maanden later kon ik mij inschrijven voor een studie internationaal management op een college in Arizona.’

‘Er waren studenten uit meer dan 50 landen. Ik zat in een studiegroep met jongens uit onder meer Libië en Taiwan. Ik heb op die universiteit ontzettend veel extra’s opgestoken op het gebied van talen en culturen. Het heeft mij kennis opgeleverd, die mij mijn verdere carrière goed van pas is gekomen.’

Op pad
De liefde en zijn eerste baan brachten Tom Dirkx terug naar Topeka. ‘Mijn echtgenote komt daar vandaan. Ik werd er door mijn schoonvader getipt over een bedrijf dat onderdelen maakt voor graafmachines en bulldozers. Toeval of niet, maar die fabriek was een samenwerking aangegaan met een bedrijf in Nederland.’
‘Ik ben er naar toe gestapt en heb mij voorgesteld met: ‘Ik heet Tom Dirkx en ben Nederlander’. Een week later begon ik er als marketing- en salesmedewerker. Het was er een leerzame periode, met echter één nadeel. Het was een kantoorfunctie, terwijl ik juist graag op pad wilde. Dat bleek daar niet mogelijk. Ik kwam op het spoor van de firma Blodgett, de oudste fabrikant van keukenapparatuur in Amerika en in Nederland vooral bekend van de pizza-ovens.’

‘Het bedrijf, gevestigd in de noordelijke staat Vermont, zocht naar een exportmanager met een Europese achtergrond. Men zag in die tijd, ik spreek over het midden van jaren 80, de Europese bakovenmarkt als een bedreiging. Terwijl in Amerika vooral nog confessionele ovens werden gefabriceerd, raakte in Europa de productie van combi-ovens steeds meer in zwang. Daarop besloot ook Blodgett met nieuwe ontwikkelingen op het gebied van bakovens te komen. Die moest ik hier op de markt proberen te brengen.’

‘Nu had Blodgett net een aantal bedrijven overgenomen, waaronder frituurovenfabrikant Pitco. Wat bleek, op mijn zakenreizen door Europa kon ik meer Pitco-friteuses verkopen dan Blodgett-ovens. Fastfood zat hier echt in de lift en met name de Pitco Frialator had destijds veel meer power dan de gangbare frituurovens.’

Tom Dirkx voelde zich in de wereld van de frituurtechniek goed thuis. In 1990 diende zich een nieuwe werkgever aan: Frymaster, volgens Dirkx de grootste producent van frituurovens ter wereld en onder meer leverancier aan hamburgergigant McDonald’s. ‘Dit bedrijf, gevestigd in de staat Louisiana, dacht in het groot en was zeer innovatief bezig. Zo had men de productie van computergestuurde frituurovens ter hand genomen.’

‘Dat was toen nog uniek. In dienst van mijn vorige werkgever zag ik het niet zitten om daar mee te moeten concurreren. Frymaster had voor heel Europa een essemblagepunt in Duitsland, maar ging liever rechtstreeks in zee met de importeurs. Het werd mijn taak om dit te bewerkstellingen. Ik reisde door heel Europa, waaronder het voormalige Oostblok. Omdat net de Berlijnse Muur was gevallen, heb ik daar volop kunnen pionieren.’

Te klein
Europa werd voor Tom Dirkx echter te klein. Hij wilde de héle wereld over. Anno 2001 werkt hij als exportmanager voor een firma die luistert naar de naam Groen. ‘De oprichter is een geëmigreerde Nederlander, Fred Groen. Het bedrijf fabriceert en levert wereldwijd grootkeukenapparatuur. Niet alleen voor de fastfoodbranche, maar ook aan andere markten. Zo hebben wij keukens ingericht in het Olympisch Stadion in Sydney.’

‘Binnenkort staat een project op stapel voor de Amerikaanse legerbasis in het Japanse Okinawa. Daar zitten zo’n 50.000 manschappen.’ Zijn wereldreizen brengen Tom Dirkx geregeld op het spoor van nieuwe trends in de fastfood. Toch heeft hij nog genoeg gelegenheid om juist ook in de bakermat van de branche noviteiten te ontdekken.

Vanuit zijn huidige woonplaats Madison, in de zuidelijke staat Mississippi, bericht hij Snackkoerier over de nieuwste fastfoodontwikkelingen in de USA. ‘Zo’n 80, 90 procent van de trends in Amerika komt uiteindelijk, soms aangepast, in Nederland terecht’, zegt hij. ‘En dan heb ik het zowel over snacks als over formules. Wie had pakweg tien jaar geleden in Nederland ooit een taco of enchillade gegeten? En de hamburgersrestaurants, dat is ook pas iets van de laatste 20 jaar.’

‘En er komt vanuit de States nog veel meer op jullie af. Van de circa 100 ketens die momenteel in Amerika actief zijn, is 80 procent nooit in Nederland geweest. Maar op termijn komen ze. Daar ben ik van overtuigd, want de fastfoodsector, waarin snelheid en een goede prijs-/kwaliteitsverhouding centraal staan, maakt in Europa nog steeds een explosieve groei door. Voorbeelden zijn de formuleketens Outback, dat op Australische leest geschoeide snacks verkoopt, en Hooters. Dit is een vooral bij de jeugd en zakenlieden zeer populaire fastfoodketen waar de bediening plaatsvindt door dames gekleed in strakke truitjes en korte rokjes. De naam van de formule zegt het al. Hooters is ‘slang’ voor borsten. Als de klanten er maar niet aankomen…’