artikel

Twijfel ondanks goede halfjaarcijfers

Horeca

De cijfers van De Boemel laten een mooie stijgende lijn zien. Over het eerst halfjaar van 2001 steeg het resultaat van min vijf procent naar plus twintig. Toch slaat de twijfel toe bij Hilde van der Stoel. ‘Dan denk ik dat wel 86 man het beter zouden kunnen dan ik.’

Stel een vraag aan Hilde van der Stoel
Twijfel ondanks goede halfjaarcijfers

Hilde van der Stoel maakt flinke winst. Bijna 70 mille over januari tot en met juni 2001, tegenover een verlies van 10 mille in de tweede helft van vorig jaar. Een beetje tot haar eigen verbazing. Het geld dat ze overhoudt, zet ze voor een deel op een speciale deposito rekening tegen 4,75 rente.

Een ander gedeelte gebruikt ze om versneld af te lossen op haar lening. Per jaar mag ze 10 procent boetevrij aflossen. Horeca-adviseur Ton Lenting waarschuwt: ‘Dat geld heb je straks hard nodig, voor de belasting. Straks komt de aanslag over het tweede jaar en de voorfheffingen over het derde jaar.’ Volgens de horeca-adviseur is dat het moment waarop het misgaat bij veel startende horecaondernemers. ‘Hebben ze een beetje geld over, kopen ze die felbegeerde Mercedes.’

Bullshit
Lenting zet de puntjes op de i. ‘Met alle respect mevrouw Van de Boemel, waar is de gebroting van het volgende jaar?’ Van der Stoel tovert deze tevoorschijn. Lenting is niet onder indruk. ‘Ik vind dit véél te behoudend.’Van der Stoel verwacht in haar tweede volledige jaar een omzet van ƒ635.000,- te halen, tegeover ƒ 598.000,- over het eerste volledige jaar. De acht ton die Lenting mogelijk acht vindt ze veel te rooskleurig. ‘Door de week draai ik goed, maar in het weekdn heb ik te weinig omzet.’

Bovendien merkt ze dat De Boemel een opstartcafé is, en dat is volgens haar moeilijk te doorbreken. ‘Bij mij geven ze ƒ25,- uit, om vervolgens ƒ75,- te besteden in de disco.’Maar Lenting is onverbiddelijk. ‘Je plannen met het bovenzaaltje mis ik.’ Hilde zoekt een uitvlucht. Volgens haar is moeilijk om een begroting voor de bovenzaal te maken. ‘Mijn omzet hangt helemaal van het aanbod af.’ Lenting fel: ‘Je omzet hangt daar niet vanaf. Je huidige klanten heb je ook zelf binnengehaald. Dat is policy en hoort onderdeel van je begroting te zijn.’

In het gesprek blijkt de onderneemster regelmatig te twijfelen. ‘Ik zit vast.’ Even later gevolgd door. ‘Ik wil meer.’ Ze zegt dat ze geinteresseerd is in een tweede zaak. Lenting: ‘Dat is vluchtgedrag. Los de problemen op daar waar ze liggen. Alleen al die bovenzaal. Je hebt daar een aantal vierkante meters….’ Dan zegt Hilde dat ze het plezier in haar werk wel eens verliest. Lenting, ironisch:’Moet je er nodig een tweede zaak bij beginnen. Kun je je lol niet op.’Hij zegt ook dat hij het wel herkent. ‘Die twijfel heeft elke ondernemer. Geloof me nou maar, er zit een mooie stijgende lijn in jouw bedrijf.&#39