artikel

Veemarktcafés ten dode opgeschreven door reorganisatie veehandel

Horeca

Angst voor dierziektes dwingt de veemarkten tot ingrijpende maatregelen. Het aantal markten krimpt, dagjesmensen – of dat nu boeren zijn of burgers – worden in de toekomst geweerd. Daarmee verdwijnen ook de typische veemarktcafés.

Veemarktcafés ten dode opgeschreven door reorganisatie veehandel

Egbert-Jan ten Cate van café het Wapen van Overijssel in Zwolle herinnert zich de hoogtijdagen van de veemarkt nog goed. ‘Toen ik 23 jaar geleden begon, zaten hier acht horecaondernemers. Sommigen waren alleen op de marktdag open.’ Veel boeren kwamen niet voor de handel, maar voor de sfeer en de kroeg. Ten Cate: ‘Voor de boeren was de veemarkt een wekelijks uitje.’
Maar de markante kop van de Nederlandse veehouder is steeds minder te bewonderen op de markten. ‘Het is allemaal zakelijker geworden’, merkt Ten Cate. Boeren zien de veemarkt niet langer als verzetje. Ook Olaf Heinen, horecamanager van de IJsselhallen – de locatie van de Zwolse veemarkt – merkt dat. ‘Vroeger maakten handelaren er een dagje uit van. Nu gaan ze meteen na de handel naar huis.’ De omzet in de horeca is volgens Heinen het afgelopen decennium ‘aardig gekelderd’.
Er speelt meer. Voor een individuele boer heeft de markt weinig meer te bieden. De handel in gebruiksvee – vooral melkkoeien – loopt via andere kanalen. De moderne veemarkt verhandelt bijna uitsluitend nog slachtvee. De kopers zijn handelaren en slagers.

Deur plat
Met de boeren verdwenen de typische veemarktcafés. Tegenwoordig telt Zwolle er nog maar twee: Het Wapen van Overijssel van Egbert-Jan ten Cate, gelegen aan de Veemarkt 33 en Hotel Derboven – overigens al 15 jaar geen hotel meer – aan de Veemarkt 26. De overige zes zijn verdwenen.
Ten Cate mikt tegenwoordig op andere doelgroepen. Hij organiseert veel bruiloften en partijen. Van alleen de veemarkt kan hij niet meer leven. ‘Vroeger bestelde ik de jenever per pallet. Vertegenwoordigers van Bokma, Floryn en Sonnema liepen hier de deur plat.’ Tegenwoordig bestelt hij de jenever gewoon bij de groothandel, per fles.
Gehandeld in vee wordt er in z’n café al lang niet meer. ‘Vroeger ging hier een vermogen over tafel. Veel boeren leverden hun vee op donderdagavond al aan, terwijl de markt pas vrijdagochtend open is. Dan begon de handel hier.’

Ziektes
Als het aan de Groep Nederlandse Veemarkten (GNV) ligt, wordt de veemarkt het exclusieve domein van ‘direct belanghebbenden’: handelaren, transporteurs en slagers. Bezoekers die alleen voor het vermaak komen, of dat nu boeren zijn of burgers, zijn niet langer gewenst. GNV-woordvoerder Jur Boogaard: ‘De veemarkt als toeristische trekpleister willen we niet meer.’ Die beslissing is het resultaat van een al jaren slepende discussie over de risico’s van de veemarkt voor de diergezondheid. De discussie kwam vorig jaar in een stroomversnelling toen varkensvoorman Chris van Gisbergen de veemarkten keihard aanwees als bron en verspreider van dierziektes. Er werd zelfs over complete sluiting gesproken.
Inmiddels heeft de GNV, samen met boerenorganisatie LTO-Nederland en de Nederlandse Bond van Handelaren in Vee (NBHV), een rapport gepubliceerd waarin vergaande maatregelen worden aangekondigd. Meest ingrijpend is het fysiek scheiden van de handel in verschillende diersoorten, zodat de diergroepen niet met elkaar in contact kunnen komen. Waar nu al het vee op één dag wordt verhandeld, zal de handel in runderen en wolvee in de toekomst plaatsvinden op twee verschillende dagen.

Mest op de bekleding
Voor de veemarktcafés zou dat wel eens de doodsteek kunnen zijn. Hans van der Vegte van Hotel Derboven: ‘Nu hebben we op één dag heel veel toeloop. Als de handel over meerdere dagen wordt verdeeld, heb ik minder bezoek en meer kosten.’ Van der Vegte is één van de weinige overgebleven cafés die uitsluitend tijdens de markt open is. Van donderdagavond tot vrijdagavond is hij non-stop met de veemarkt bezig.
De dreigende spreiding dwingt Van der Vegte op zoek te gaan naar een andere bestemming voor zijn bedrijf. Het combineren van veemarkt met andere doelgroepen ziet hij niet zitten. ‘We maken goed schoon, maar voor een leek blijft de mestlucht ruikbaar.’
Ook Ten Cate overweegt bij spreiding van de handel een andere bestemming voor zijn bedrijf. ‘Het veemarktbezoek brengt beperkingen met zich mee. Stoffen bekleding of vaste vloerbedekking is uitgesloten.’ Net als Van der Vegte betwijfelt hij of de veemarkt in de toekomst nog interessant is voor de horeca. ‘Ik ben nu van vijf uur donderdagmiddag tot vrijdagavond 19.00 uur non-stop open. Dat zijn heel wat uren. Een feest voor 300 jongelui levert me in vier uur net zoveel op.’
Beiden hopen in te haken op de uitbreidingsplannen van de gemeente Zwolle. Die wil de veemarkt verplaatsen. In de plaats daarvoor komt een groot winkel- en uitgaanscentrum. Tot die tijd – pas over 5 tot 10 jaar is het zo ver – zullen Van der Vegte en Ten Cate het uit moeten zingen.

Sluiten
De krimp van de Nederlandse veestapel zal er samen met de aangekondigde hygiënemaatregelen zeker toe leiden dat het aantal veemarkten afneemt. De verwachting is dat alleen Zwolle, Den Bosch, Leeuwarden, Utrecht en Leiden overblijven. Groningen, Doetinchem en Purmerend zullen vroeg of laat verdwijnen. De laatste twee zijn traditionele markten op onoverdekte pleinen – met een grote toeristische functie.
De gemeente Doetinchem besloot vorig jaar al niet meer op te draaien voor de tekorten in de begroting van de veemarkt. De laatste jaren moest er flink geld bij, variërend van ƒ75.000 tot 1,5 ton. Tot 2003 vult de gemeente de gaten nog. Na die tijd moeten de handelaren en transporteurs het geld zelf bij elkaar leggen. De uitbraak van mkz gooit flink roet het eten. Bovenop de structurele tekorten komt nu een wekelijks verlies van ƒ50.000.