artikel

Verdienen met inkopen

Horeca

BUSSUM – Het gaat de laatste tijd niet echt goed met de cafetariabranche, horen John Nijs en Marco de Groot van horeca-adviesbureau De Jonckheere (kader) alom. Lagere bestedingen en minder bezoekers zetten bij veel bedrijven de omzet onder druk. Om onder de streep meer of hetzelfde over te houden moeten volgens hen de kosten omlaag. Volgens het tweetal kunnen cafetariahouders minimaal tien procent op hun inkoop besparen.

Verdienen met inkopen

Dat dit geen loze woorden zijn, willen ze graag bewijzen. ‘We dagen cafetariahouders uit hun bestellijst in te sturen, bijvoorbeeld de totale inkoop van een maand of week. We zullen dan aantonen dat ze op inkoop kunnen besparen.’ De cafetariahouder hoeft daarbij niet de prijzen te vermelden die hij nu betaald. ‘We willen zelf ‘blind’ en eerlijk laten zien dat het een stuk goedkoper kan’, vertelt Nijs. Wel moet de cafetariahouder, voor een aantal artikelen, genoegen nemen met producten van minder bekende fabrikanten. ‘Maar die zijn niet minder van kwaliteit, in sommige gevallen zelfs beter.’ Het betreft producten zoals salades en een aantal snacks waaronder kroketten. Maar ook frituurvetten en oliën. ‘Dat assortiment loopt van een gehard vet tot aan een gezonde frituurolie.’ Bovendien vermoed ik dat we in veel gevallen ook lager in prijs zitten met A-merken’, meent Nijs.

‘Het blijft overigens niet alleen bij een offerte’, benadrukt Nijs. ‘We bekijken tegelijkertijd hoe het assortiment in elkaar steekt. Eventueel geven we suggesties voor extra producten waarvan wij denken dat de cafetariahouder er iets mee kan verdienen.’ Het tweetal is er namelijk van overtuigd dat cafetaria’s legio kansen laten liggen. Volgens hem hebben cafetariahouders niet altijd in de gaten waar de markt om vraagt. ‘Overal schieten soepshops als paddestoelen uit de grond. Ik ken weinig cafetaria’s die echt iets met soep doen. Dat geldt overigens voor meer producten met een gezonder imago.’ vertelt Nijs. ‘Een van de bedrijven die we vertegenwoordigen heeft een kant-en-klare soep van prima kwaliteit. Even in de magnetron en het is klaar. Zoiets kan een prima assortimentsaanvulling zijn en daardoor extra klanten trekken.’

No-nonsense groothandel
Als een cafetariahouder in wil gaan op het gratis advies (offerte), dient hij wel met de groothandel in zee te gaan waar De Jonckheere mee samenwerkt. ‘Dat is Tuscho. Een no-nonsense groothandel met vijf vestigingen, die vrijwel door het hele land kan leveren. Het is eigenlijk meer een distributeur, doet doen weinig aan reclame en heeft geen mooie dure ‘winkelpanden’ zoals de grote, bekende groothandels. Doordat het bedrijf de kosten laag houdt, is het vaak goedkoper.’

Het kan overigens nog veel goedkoper betogen de twee. ‘Als cafetaria’s gezamenlijk gaan inkopen worden de prijzen nog scherper. Dan willen fabrikanten zelfs rechtstreeks leveren. Zo schakel je een aantal tussenstations uit die ook hun marge moeten nemen om geld te verdienen.’
Het is dan volgens hem wel noodzakelijk een gezamenlijke opslagplaats te regelen. Hij geeft als voorbeeld een kleine pizzaketen. ‘De vestigingen hebben een gezamenlijke diepvriesruimte die ze in drie maanden tijd terug hebben verdiend, door inkoopvoordelen.’ Levert dat geen logistieke problemen op? ‘Je zal dan zelf spullen op moeten halen. Met stilzitten is geen geld te verdienen, je moet er wat voor willen doen.’

Cafetariahouders kunnen volgens De Groot leuke dingen doen met het geld dat ze besparen. ‘Ze kunnen het natuurlijk gewoon in hun zak steken. Maar het is ook voor promotie van hun zaak en acties te gebruiken. Daarmee is de omzet te vergroten.’
De vraag rijst waarmee De Jonckheere zelf het geld verdient. Het is toch geen liefdewerk oud papier? De twee benadrukken dat ze absoluut geen groothandel (kader De Jonckheere) zijn begonnen. ‘We fungeren als promotiebureau en tussenpersoon voor een aantal relatief onbekende producenten en fabrikanten. Het betreft alleen gecertificeerde bedrijven die een zeer goed product leveren. Net zo goed of beter dan de zogenaamde A-merken.’ Nadeel voor deze fabrikanten is dat hun producten niet bij elke horecagroothandel verkrijgbaar zijn. ‘Daarom zijn we een samenwerking aangegaan met grossier Tuscho. Die had de artikelen al of wilde ze in assortiment nemen.’

Gemakzucht
Nijs verwijt de groothandels te gemakzuchtig te zijn. Zij zouden hun afnemers meer moeten ondersteunen. Het merendeel van hun cafetariaformules behelst volgens hem alleen maar een uithangbord. ‘Ze helpen ondernemers niet op de veranderende markt en vraag in te spelen. Die moeten het zelf maar uitzoeken. Terwijl het juist de groothandel is die inzicht moet hebben en daardoor zou kunnen adviseren op assortimentsgebied en trends. Dat ik dit zeg zal me door de grote jongens niet in dank worden afgenomen. Dat zij dan maar zo.’

Dat dit geen loze woorden zijn, willen ze graag bewijzen. ‘We dagen cafetariahouders uit hun bestellijst in te sturen, bijvoorbeeld de totale inkoop van een maand of week. We zullen dan aantonen dat ze op inkoop kunnen besparen.’ De cafetariahouder hoeft daarbij niet de prijzen te vermelden die hij nu betaald. ‘We willen zelf ‘blind’ en eerlijk laten zien dat het een stuk goedkoper kan’, vertelt Nijs. Wel moet de cafetariahouder, voor een aantal artikelen, genoegen nemen met producten van minder bekende fabrikanten. ‘Maar die zijn niet minder van kwaliteit, in sommige gevallen zelfs beter.’ Het betreft producten zoals salades en een aantal snacks waaronder kroketten. Maar ook frituurvetten en oliën. ‘Dat assortiment loopt van een gehard vet tot aan een gezonde frituurolie.’ Bovendien vermoed ik dat we in veel gevallen ook lager in prijs zitten met A-merken’, meent Nijs.

‘Het blijft overigens niet alleen bij een offerte’, benadrukt Nijs. ‘We bekijken tegelijkertijd hoe het assortiment in elkaar steekt. Eventueel geven we suggesties voor extra producten waarvan wij denken dat de cafetariahouder er iets mee kan verdienen.’ Het tweetal is er namelijk van overtuigd dat cafetaria’s legio kansen laten liggen. Volgens hem hebben cafetariahouders niet altijd in de gaten waar de markt om vraagt. ‘Overal schieten soepshops als paddestoelen uit de grond. Ik ken weinig cafetaria’s die echt iets met soep doen. Dat geldt overigens voor meer producten met een gezonder imago.’ vertelt Nijs. ‘Een van de bedrijven die we vertegenwoordigen heeft een kant-en-klare soep van prima kwaliteit. Even in de magnetron en het is klaar. Zoiets kan een prima assortimentsaanvulling zijn en daardoor extra klanten trekken.’

No-nonsense groothandel
Als een cafetariahouder in wil gaan op het gratis advies (offerte), dient hij wel met de groothandel in zee te gaan waar De Jonckheere mee samenwerkt. ‘Dat is Tuscho. Een no-nonsense groothandel met vijf vestigingen, die vrijwel door het hele land kan leveren. Het is eigenlijk meer een distributeur, doet doen weinig aan reclame en heeft geen mooie dure ‘winkelpanden’ zoals de grote, bekende groothandels. Doordat het bedrijf de kosten laag houdt, is het vaak goedkoper.’

Het kan overigens nog veel goedkoper betogen de twee. ‘Als cafetaria’s gezamenlijk gaan inkopen worden de prijzen nog scherper. Dan willen fabrikanten zelfs rechtstreeks leveren. Zo schakel je een aantal tussenstations uit die ook hun marge moeten nemen om geld te verdienen.’
Het is dan volgens hem wel noodzakelijk een gezamenlijke opslagplaats te regelen. Hij geeft als voorbeeld een kleine pizzaketen. ‘De vestigingen hebben een gezamenlijke diepvriesruimte die ze in drie maanden tijd terug hebben verdiend, door inkoopvoordelen.’ Levert dat geen logistieke problemen op? ‘Je zal dan zelf spullen op moeten halen. Met stilzitten is geen geld te verdienen, je moet er wat voor willen doen.’

Cafetariahouders kunnen volgens De Groot leuke dingen doen met het geld dat ze besparen. ‘Ze kunnen het natuurlijk gewoon in hun zak steken. Maar het is ook voor promotie van hun zaak en acties te gebruiken. Daarmee is de omzet te vergroten.’
De vraag rijst waarmee De Jonckheere zelf het geld verdient. Het is toch geen liefdewerk oud papier? De twee benadrukken dat ze absoluut geen groothandel (kader De Jonckheere) zijn begonnen. ‘We fungeren als promotiebureau en tussenpersoon voor een aantal relatief onbekende producenten en fabrikanten. Het betreft alleen gecertificeerde bedrijven die een zeer goed product leveren. Net zo goed of beter dan de zogenaamde A-merken.’ Nadeel voor deze fabrikanten is dat hun producten niet bij elke horecagroothandel verkrijgbaar zijn. ‘Daarom zijn we een samenwerking aangegaan met grossier Tuscho. Die had de artikelen al of wilde ze in assortiment nemen.’

Gemakzucht
Nijs verwijt de groothandels te gemakzuchtig te zijn. Zij zouden hun afnemers meer moeten ondersteunen. Het merendeel van hun cafetariaformules behelst volgens hem alleen maar een uithangbord. ‘Ze helpen ondernemers niet op de veranderende markt en vraag in te spelen. Die moeten het zelf maar uitzoeken. Terwijl het juist de groothandel is die inzicht moet hebben en daardoor zou kunnen adviseren op assortimentsgebied en trends. Dat ik dit zeg zal me door de grote jongens niet in dank worden afgenomen. Dat zij dan maar zo.’