artikel

Via voedselketen keert gebruikt frituurvet terug in kroket

Horeca

Inzamelaars van gebruikt frituurvet moeten per 1 november een erkenning hebben, om aan de diervoedersector te mogen leveren. Dit heeft ook gevolgen voor cafetariahouders. Die kunnen namelijk hun vet meegeven aan niet erkende ophalers, maar zijn dan waarschijnlijk duurder uit. Dat stelt althans Wijnand Spring in ’t Veld, secretaris van de Nederlandse Vereniging van Vetveredelaars (NVVV). Christel Bollen van Snackkoerier sprak met Spring in ’t Veld om erachter te komen hoe het nu zit met die erkenning, waarom cafetariahouders mogelijk duurder uit zijn en wat er nu eigenlijk verwacht wordt van cafetariahouders zelf.

Via voedselketen keert gebruikt frituurvet terug in kroket

Inmiddels is de commotie rond de dioxinecrisis na juni 1999 weer wat geluwd. Maar door de vele voedselcrisissen de afgelopen tijd is wel meer aandacht voor voedselveiligheid ontstaan. Het Produktschap Diervoeder werkte al met een erkenningssysteem: de GMP-regeling. GMP staat voor Good Manufacturing Practice. Met andere woorden, een erkenning voor goed en veilig produceren. Die erkenning is verplicht voor alle bedrijven die grondstoffen leveren voor de diervoederindustrie. Dus ook de vetveredelaars. Al het afval dat in diervoeder terecht komt, krijgen we immers weer op ons bord. Is het niet in de vorm van vlees, dan wel als melk of in de kaassoufflé.

Verplicht‘
Die GMP-regeling, die al bestond op vrijwillige basis, wordt nu verplicht als je wilt leveren aan de diervoederindustrie,’ vertelt Spring in ’t Veld. ‘Alle acht vetveredelaars in Nederland zijn inmiddels erkend. Nu de vetophalers nog.’ Wel is het zo, dat een aantal vetveredelaars, ook zelf vet ophalen. Deze hebben dus ook inmiddels een erkenning.
Volgens de NVVV-secretaris zijn er zo’n zeventig vetophalers in Nederland, die langs cafetaria’s rijden om gebruikt vet in blauwe tonnen mee te nemen. ‘Ook zij moeten aan de regels voldoen, anders neemt de diervoederindustrie, via de vetveredelaars het vet niet af.’
De prijs die cafetariahouders op dit moment krijgen of betalen varieert. Volgens Spring in ’t Veld is de prijs afhankelijk van de marktprijzen voor vetten en oliën, de aangeboden hoeveelheid en hoe efficiënt een vetophaler zijn route kan indelen. Snackkoerier hield een belronde onder vier willekeurig gekozen cafetariahouders. Drie van hen krijgen op dit moment betaald voor het vet, eentje betaalt niets en krijgt niets. ‘Hoe de situatie landelijk is, is om bovenstaande redenen moeilijk vast te stellen’, geeft Spring in ’t Veld aan.

Afval
Straks mogen niet erkende vetophalers niet aan de diervoederindustrie leveren. Het vet dat zij straks inzamelen, kan voor een klein deel verwerkt worden voor technische doeleinden. De rest is afval en gaat naar de vuilverbranding. Spring in ’t Veld: ‘Dat is een kostbare zaak en daarom zal de cafetariahouder aan zo’n inzamelaar meer moeten betalen om zijn vet kwijt te raken.’ Een erkende inzamelaar levert via de vetveredelaar aan de diervoederindustrie, krijgt daarvoor betaald en kan dus goedkoper werken.‘Van cafetariahouders wordt met name verwacht dat zij zorgvuldig met gebruikt frituurvet omspringen. Hoe dat werkt staat op de achterkant van de afleverbonnen. Het is een kwestie van goed lezen en uiteindelijk een handtekening zetten,’ verklaart Spring in ’t Veld. ‘Het gaat om één A4 met tekst, die in feite in een paar regels samengevat kan worden. Ze mogen alleen zuiver frituurvet aanbieden. Wanneer ze dit opbergen in een schone, afgesloten ton en die ergens neerzetten waar geen onbevoegden bijkomen, is aan de belangrijkste voorwaarden voldaan.’
Op internet is bij het Produktschap Diervoeder te vinden welke vetverwerkende bedrijven een GMP-erkenning hebben. Ook vermeldt de site welke vetinzamelaars zich hebben aangemeld voor een GMP-erkenning per 1 november.

Meer informatie: www.pdv.nl

Dioxinecrisis in het kort

In de zomer van 1999 is gebruikt frituurvet van huishoudens vervuild geraakt met transformatorolie. Dat is uiteindelijk tot diervoeder vermengd. Daardoor kregen dieren dioxine binnen, raakten vlees, melk, eieren en boter besmet en de producten die daar weer van gemaakt worden.Er was sprake van een verbod op het verwerken van gebruikt frituurvet tot diervoeder omdat er te weinig controle op was. Dat zou een ramp geweest zijn omdat de diervoederindustrie de grootste en praktisch de enige afnemer was.