artikel

Volledig pension tegen billijke conditiën

Horeca

De Duitse rijksmaarschalk Hermann Göring vordert er begin 1944, geveld door griep, een kamer. ‘Het was kort maar goed toeven’, schrijft Ruud Lubbers in 1985 na een overnachting. Hotel ‘t Spijker in Beek-Ubbergen kreeg de afgelopen 250 jaar niet de minsten over de vloer, maar het is de familie Jansen – inmiddels de zesde generatie – nooit naar het hoofd gestegen. ‘Wat moet een gast nou met een broekenpers? Zolang de tournedos maar lekker smaakt.’

Volledig pension tegen billijke conditiën

Het moet een jaar of acht geleden zijn geweest. Aan de bar van het super-de-luxe Peninsula-hotel in Hongkong. Geïnspireerd door de overdonderende skyline komt Rob Jansen op het lumineuze idee een panoramaverdieping bovenop zijn zaak in Beek te bouwen. Van glas, prachtig uitzicht op de Ooijpolder en het loofbos van de Nijmeegse heuvelrug: een mooiere feest- of vergaderruimte kun je je als hotelier niet wensen, bedenkt Jansen en hij krabbelt het idee uit op een bierviltje. De panoramazaal komt er en blijkt een gouden greep. Het viltje uit het Peninsula hangt nu ingelijst aan de muur. Je zou een boek kunnen schrijven over ’t Spijker, heeft de ondernemer vaak gedacht, maar het kwam er eigenlijk nooit van. Er was ook nooit een aanleiding. Tot 1 januari 2001.

Dit jaar bestaat het hotel precies 250 jaar en daar wilde Jansen iets mee doen. De lokale middenstand werd uitgenodigd voor een avondvullende party op zijn overkapte dakterras. Bij die gelegenheid, een paar weken geleden, ging zijn wens in vervulling en kon het jubileumboek over 250 jaar hotel ’t Spijker gepresenteerd worden. Dat het stukje lokale hotelhistorie niet alleen de familie Jansen tot de verbeelding spreekt, blijkt wel uit de verkoopcijfers. Als warme broodjes gaan de jubileumboeken de receptie over. Ook deze woensdagochtend moet de stapel boeken worden aangevuld. ‘Veel mensen uit het dorp hebben intussen wel een exemplaar in de kast staan en ook vaste gasten willen het boek graag hebben.’ Rob Jansen blijft vrij nuchter onder al die belangstelling. Genoeg feestgevierd, de business moet door. Op naar de volgende 250 jaar.

Leiding
Het is hard werken aan de Beekse Rijksstraatweg, elke dag weer. De kamers en vergaderzalen zijn ook vandaag allemaal bezet. En dan is er het groot onderhoud van het tweeënhalve eeuw oude pand en de dependance aan de overkant van de straat, waar de wielrenners en de voetballers op trainingskamp in zalen met stapelbedden bivakkeren. En oh ja, Jansen zou het bijna vergeten: de naamplaatjes. Vanochtend worden ze vastgeschroefd op de stoelen van de herensoos. Dit groepje gepensioneerde dorpelingen komt elke woensdagmiddag in ’t Spijker bij elkaar om de lokale actualiteit door te nemen. Dat gaat al vijf jaar zo en ze zijn deel gaan uitmaken van het interieur. ‘Die mannen verdienen een stoel met hun naam erop.’

Dag en nacht is hij in de zaak. Rob Jansen is eigenaar, directeur en bedrijfsleider tegelijk. Een paar keer probeerde hij de dagelijkse leiding uit handen te geven, maar dat maakte hem niet gelukkig. ‘Dan staat er zo’n jongen in een mooi pak de hele dag te delegeren. Een hoop extra kosten en ik mag directeurtje gaan spelen. Niks voor mij. Ik moet er middenin staan. Een biertje tappen, meehelpen in de spoelkeuken. De gasten verwachten het ook van je. Er zijn mensen die hier langskomen voor een kop koffie of een biertje en een babbeltje met mij. Het is zo gegroeid. Je kunt niet zeggen: zo, en nu gaan we het anders doen. Je moet daar heel voorzichtig mee omgaan.’ Jansen is vergroeid met z’n bedrijf. Er zijn mensen in het dorp die hem steevast Rob Spijker noemen. Dat krijg je ervan als je familie een paar eeuwen in de zaak staat.

Bach
1751. ‘Wie zich probeert voor te stellen wat zo’n kil jaartal betekent’, aldus de schrijvers van het jubileumboek, ‘mag erbij stilstaan dat het op dat moment nog bijna 40 jaar duurde voordat de Franse revolutie losbarstte, het nog 38 jaar duurde voordat de eerste president van de Verenigde Staten het ambt aanvaardde en Johann Sebastian Bach net een jaar dood was’. Over de beginjaren van hotel ’t Spijker is niet veel meer bekend dan dat het een mogelijkheid was voor reizigers om voor de grens van paard te wisselen, een eenvoudige maaltijd te gebruiken of de nacht door te brengen.Ruim een eeuw later beleeft ’t Spijker gouden tijden in het toeristisch aantrekkelijke Rijk van Nijmegen. Volledig pension tegen billijke conditiën luidt de advertentie in een lokale krant in die dagen. De concurrentie in de Beekse hotellerie is moordend.

Tot aan de Tweede Wereldoorlog telt het dorp 35 hotels en pensions. De oorlogsjaren zijn zwaar. Antoine Jansen, de opa van Rob, slaagt erin nog even gewoon door te draaien, maar al snel vordert de Duitse bezetter het hotel. Geen leuke periode, maar de oorlog levert wel bijzondere gasten op. Begin 1944 komt de Duitse rijksmaarschalk Hermann Göring voorrijden. Op weg naar de kust om de verdedigingswerken te inspecteren, is de man ziek geworden. Een huisarts uit het dorp wordt op kamer 16 ontboden. Die schrijft medicijnen voor, die hotelbaas Jansen eerst moet innemen. Als na de oorlog de Costa del Sol voor toeristen aantrekkelijker wordt dan de bossen rond Nijmegen, is het snel gebeurd met de hotels in Beek. Het ene na het andere pension sluit de deuren. Zover laat hotelier Jansen het niet komen. Hij gaat op zoek naar andere bronnen van inkomsten. Die vindt hij in 1950. Van regeringswege komt het verzoek het hotel beschikbaar te stellen voor repatrianten uit Nederlands-Indië. Bijna tien jaar lang is ’t Spijker zo verzekerd van een stevige basisomzet. Als eind jaren vijftig – Rob Jansen senior heeft de leiding intussen overgenomen – het binnenlandtoerisme nog steeds geen nieuwe kansen biedt, zoekt de familie haar heil in het huisvesten van bejaarden.

Hoogbejaarde kelner
Ruim vijftien jaar fungeert ’t Spijker als bejaardenhotel ‘voor een beter publiek’. Als Rob Jansen junior in 1976 de vakschool in Wageningen verlaat en bij pa in de zaak komt, wordt besloten weer als gewoon hotel open te gaan. ‘Ik had meer zin om een hotel te runnen dan een bejaardentehuis’, zegt hij. ‘Probleem was dat op dat moment nog vijf bejaarden onderdak hadden in ’t Spijker en die voelden er niets voor om te vertrekken. Ze vonden het wel best zo tussen de andere gasten. Het bracht wat leven in de brouwerij.’In 1984 overlijdt de laatste bejaarde ‘gast’ van ’t Spijker. Onder het personeel daarentegen gaan de oudjes stug door. Kelner Wim van Benthum loopt op z’n 96e nog rond met een dienblad.

Aan de nieuwe generatie Jansen de taak het bedrijf te moderniseren. Geen makkelijke opgave. Het achterstallig onderhoud is omvangrijk. Maar er breken nieuwe tijden aan en Rob Jansen wil het anders gaan doen. De centimeters dikke Perzen op de tafels moet eraf, andere gordijnen, andere vloerbedekking: langzaam maar zeker wordt ’t Spijker een eigentijds familiehotel.Het is begin jaren tachtig. Het binnenlands toerisme trekt aan. Profwielrenners ontdekken de heuvels bij Beek als perfect trainingsparcours. Hennie Kuiper laat een kaartje met zijn handtekening achter. In diezelfde periode brengt Ruud Lubbers als premier de nacht door in het hotel. ‘Het was kort maar goed toeven’, schrijft hij in het gastenboek. De vergadermarkt groeit gestaag. De politie in Amsterdam ziet in Beek de ideale plek haar leidinggevenden op cursus te sturen. Intussen wordt aan de overkant van de straat het voormalige hotel Rustenburg aangekocht. Het pand wordt opgeknapt en fungeert als dependance van ’t Spijker. Gedurende de zomermaanden bezetten deelnemers van de Nijmeegse vierdaagse en spelers van de satellietclub van Ajax uit Kaapstad de slaapzalen. Het gaat goed, de omzet groeit en Rob Jansen is een tevreden ondernemer.

Tegenslag
De dip komt begin jaren negentig. Niet zozeer voor het hotel als voor Jansen zelf. Z’n huwelijk loopt op de klippen. Van de ene op de andere dag staat hij er alleen voor. Het begin van een moeilijke periode die een paar jaar duurt. Dan verschijnt ineens Petra als reddende engel. Ze zit in de gezondheidszorg en volgt een cursus in het hotel. Tijdens de lunchpauze raakt ze aan de praat met haar gastheer. Het klikt en Petra besluit bij Rob in te trekken.Inmiddels draait ze drie jaar mee in het hotel. Petra blijkt de motor achter nieuwe dingen. De Spijkeruitsmijter wordt geïntroduceerd en er komt van lokaal water gebrouwen bier (Hanenberg) op de tap. De Schotse chef-kok introduceert het fenomeen high tea. Op de zondagmiddag zitten de gasten massaal aan de scones en club sandwiches.

De groeiende omzet uit de vergadermarkt vraagt om een meer zakelijke uitstraling en Jansen moet dan ook fors investeren in zijn kamers. Nieuwe vloerbedekking, televisie, telefoon. Hij streeft naar een driesterrenniveau, maar loopt bewust niet hijgend achter de Golden Tulips en Bilderbergs aan. ‘Als ik hetzelfde doe wat zij doen, moeten mijn kamers ook in prijs omhoog. Door op de kosten te letten, kan ik er net onder blijven.’ Zijn gasten zitten ook niet te wachten op te veel sterrenluxe, zegt hij. ‘Wat moet een man nou met een broekenpers op de kamer? Zolang de tournedos met gebakken aardappeltjes maar lekker smaakt, daar gaat het om.’