artikel

Vroegste herinnering

Horeca

Het is een aardige denkexercitie. Wat is je vroegste horecaherinnering? Ik vroeg ooit iets van die strekking aan mijn buurjongen. Het enige wat hij mij kon antwoorden, was dat hij het niet wist. Wel wilde hij het geld terug van al het bier dat hij tot nu toe had opgedronken.

Vroegste herinnering

Hij wilde wel het geld terug van al het bier dat hij ooit had opgedronken. ‘Wat wil je ermee doen?’, vroeg ik hem. ‘Weer opdrinken’, antwoorde hij laconiek. Drank is geen onderdeel van die vroegste horecaherinnering. Het zal op het terras zijn geweest van een speeltuin. Heel veel glijbanen en schommels en bijna geen tijd om te drinken. Warmte, dat blijft ook aal je herinnering kleven, net als zoete limonade en wespen. Het zijn de ingrediënten die dan ook bij mijn vroegste herinnering horen.

Mijn broers weten een nog vroegere horecaherinnering naar voren te halen. Onze vader was de trotse ouder van maar liefst zeven kinderen: vier jongens en drie meiden. Die heeft hij naar eer en geweten opgevoed tot hij op vrij jonge leeftijd stier. Het vroegste horecaverhaal waarin ik een rol speel gaat dat hij mij als baby eens meenam naar de kroeg. Ik zie mezelf al liggen in een reiswieg, een maxi-cosi-voorloper uit de jaren ’60. Zo’n bak die je afhaakt van een onderstel met grote wielen en witte, solide rubberen banden. Het was vast gezellig in die kroeg. Er zal gerookt zijn en ook werd er een stevige borrel gedronken. De baby werd geparkeerd op het biljart. Pa dronk net een borreltje te veel en vertrok. Hij had altijd kinderen om zich heen en soms ook niet. Hij kon ze toch niet allemaal in de gaten houden. dus liet hij ze soms maar gaan. Dat kon nog in die tijd. Vanuit die grondhouding vergat hij zijn baby op het biljart. Met wie en al werd het kind hem later nagedragen.

Geschaad heeft het mij niet. Je kunt er natuurlijk een batterij psychologen op loslaten: een vader die zijn kind achterlaat in een kroeg. Tegenwoordig krijg je meteen de jeugdzorg op je dak. Toen werd dat onderling opgelost. Gastvrijheid en solidariteit, dat zijn altijd de tekenen van goede horeca geweest. En ergens is het gewoon ook een goed verhaal. Lekker slapen, de onschuld zelve op dat groene laken in een café blauw van de rook. Niet beseffen wat je wordt aangedaan. Wie wil dat niet?