artikel

‘We halen niet meer op dan nodig is

Horeca

Rendementen onder druk of niet, de branche hoest jaarlijks verplicht 55 miljoen gulden op ten bate van de oecumene; dat zijn Koninklijk Horeca Nederland (KHN), de FNV Horecabond en de CNV Bedrijvenbond. Die doen ‘mooi missiewerk’ met deze sociale fondsen. De geldmachine draait continu en krijgt pas in 2006 weer een grote beurt. Intussen is de miljoenenstroom verzekerd.

‘We halen niet meer op dan nodig is

De kritiek op het vergaren en oppotten groeit. ‘We halen niet meer op dan nodig is’, luidt het sussende antwoord. Werkgevers en werknemers in de horeca zijn sociale wezens. Jaarlijks doneren ze belangeloos zo’n 55 miljoen gulden voor het goede doel. Ze doen het weliswaar verplicht, maar dat maakt het gebaar er niet minder genereus om. De incassobureaus, beter bekend als de sociale partners (Koninklijk Horeca Nederland, FNV Horecabond en CNV Bedrijvenbond), zeggen dat deze miljoenen de smeerolie zijn van de bedrijfstak horeca.

Het geld is nodig voor imagoverbetering, personeelswerving en opleiding. Er is zelfs een speciale CAO afgesloten om de centen voor meerdere jaren binnen te krijgen: de Fondsen-CAO voor horecabedrijf. De CAO vormt de basis voor de twee belangrijkste miljoenenvangnetten: het Fonds Bevordering Intreding (FBI) en het Sociaal Fonds Horeca (SFH). Het FBI beurt ruim 33 miljoen gulden per jaar, terwijl er in het SFH ruim 22 miljoen gulden terecht komt. De bedragen zijn zo hoog omdat vrijwel álle werkgevers (47.000) en werknemers (290.000) er aan meebetalen. De CAO is door de minister algemeen verbindend verklaard, dus ook werkgevers die niet zijn aangesloten bij KHN en werknemers die geen lid zijn van de bonden, betalen premie (een percentage van de loonsom).

Het FBI geeft zijn jaarlijkse inkomsten uit aan scholingprojecten, werkervaringsplaatsen, herintredingsprojecten, kinderopvang en arbeidsmarktcampagnes. Maar het fonds heeft ook nog pakweg 27 miljoen gulden aan reserve staan. Een bedrag dat op een rekening tegen rente is uitgezet en waarvoor nog geen uitgaveverplichtingen zijn aangegaan. Op de balans van het FBI stond eind 2000 52 miljoen gulden: de reserve en een deel verplichtingen voor het jaar daarop.

Een hoop geld, waarvan dus 27 miljoen is opgepot. Maar sociale partners, in dit geval onder aanvoering van FBI-voorzitter Eiko De Vries, hebben een verklaring. De opvatting is dat het fonds in geval van nood nog een jaar aan de verplichtingen moet kunnen voldoen. Eén zo’n verplichting is het uitkeren van subsidies aan leerbedrijven. Dat is ook de belangrijkste uitgavenpost van het FBI: 16,8 miljoen gulden in 2000. De renteopbrengst van de reserve is jaarlijks trouwens bijna 2 miljoen. Terugstorten naar de premiebetalers? De FBI-voorzitter dacht van niet. Zonder rente zou de premie aanzienlijk omhoog moeten.

De premie van de sociale fondsen is de laatste jaren overigens gedaald (het SFH met 20 procent) en het FBI teert in op zijn reserve. Een ontwikkeling die KHN graag op zijn conto schrijft in het kader van de door de organisatie veel gepredikte lastenverlichting voor de ondernemer. KHN zegt via ledenenquêtes ook regelmatig te inventariseren hoe de gelden van de sociale fondsen moeten worden besteed. Overigens maken CAO-loonsverhogingen premieverhogingen overbodig, omdat dezelfde premie over een hogere loonsom meer opbrengt.

Sociaal fonds
Het zenuwcentrum van het FBI zit in Zoetermeer en heet Stichting Beheer Horecasecretariaten (SBH). Het SBH zorgt voor het innen van de premie en de besteding van de gelden. De stichting int ook de bijdragen voor het Sociaal Fonds Horeca. Opvallend is dat de SFH-jaaropbrengt van zo’n 22 miljoen gulden voor het belangrijkste deel in de kas verdwijnt van de sociale partners. Ruim 18 miljoen gulden vloeide in 2000 naar KHN, FNV en CNV volgens de verdeelsleutel 50 procent, 47 procent en 3 procent. Het restant ging voornamelijk naar de SVH voor scholing en opleidingsprojecten.

De FNV Horecabond was in 2000 volgens de jaarrekening van het SFH goed voor 8,4 miljoen gulden uit het fonds. Een behoorlijk bedrag, want de inkomsten van de bond kwamen maar net boven de 16,4 miljoen. In dat totaal zit ook de opbrengst van de sociale fondsen Catering (ruim 1,1 miljoen gulden) en Verblijfsrecreatie (ruim 7 ton), branches waarmee de FNV Horecabond ook CAO’s afsluit. Zo ontvangt de FNV Horecabond alleen al uit het SFH meer dan uit de contributie van de eigen leden.

Die contributie bedroeg in 2000 ruim 6 miljoen gulden, opgebracht door 28.000 leden. Maar feitelijk betalen dus álle werknemers via de premies van de sociale fondsen mee aan de inkomsten van de FNV Horecabond. De bond stelt dat de uitkering uit het fonds ook uitsluitend door werknemers is opgebracht en spreekt hiermee tegen dat werkgevers via het SFH indirect de kas van de bond zouden spekken.

Neemt niet weg dat de bond qua inkomsten wel erg afhankelijk is van de sociale fondsen. Voor critici aanleiding om te stellen dat de sociale fondsen de bond op de been houden. Maar aan de andere kant is de organisatie met 44 miljoen gulden reserve in de eigen actie- en stakingskas bepaald niet armlastig. Niettemin, het wegvallen van de fondsen zou van de sociale partners uitgeklede organisaties maken met aanzienlijk minder overhead.

KHN nu. De jaarrekening van KHN meldt over 2000 ruim 23 miljoen gulden aan inkomsten. Daarin zit ruim 9 miljoen gulden aan opbrengsten uit het SFH. De CNV Bedrijvenbond (een van de kleinere spelers op het veld) kreeg in 2000 ruim 5 ton uit het SFH. Mocht de indruk bestaan dat sociale partners mooi weer spelen met het geld uit het SFH, ze benadrukken dat elke cent goed terecht komt. Ze leveren ieder jaar een begroting bij het SFH-bestuur (bemand met hun eigen mensen) in ter verantwoording van de geplande bestedingen.

KHN voerde in die begroting voor 2000 ruim 1 miljoen gulden op onder de post ‘beleid’ en nog eens ruim 5,2 miljoen onder de post ‘ledenservice.’ Dat maakt nog niet veel duidelijk. In de Fondsen-CAO is het doel van het SFH ook nogal ruim geformuleerd: het financieren en subsidiëren van activiteiten die gericht zijn op het in sociaal opzicht optimaal functioneren van de horecabedrijfstak. Verder lezend blijkt het vooral te gaan om CAO-voorlichting, controle op de naleving van de CAO, conflictbemiddeling, en scholings- en opleidingsbeleid dat wordt uitgevoerd door de SVH. Een deel van de CAO-voorlichtingstaak wordt uitgevoerd door de LBC (Landelijke Bedrijfscommissie) via het Bureau Voorlichting Horeca-CAO.

Dialecten ‘
Collectieve zaken waar de hele branche van profiteert’, antwoordt De Vries op de vraag waar het SFH-geld voor bedoeld is. Hij is tevens penningmeester van de FNV Horecabond. De bond beantwoordt jaarlijks vele duizenden telefoontjes van leden, maar vooral ook van niet-leden. Dat is een service die uit de SFH-bijdrage wordt betaald. De organisatie heeft bijvoorbeeld een medewerker die Chinese horecawerknemers in zeven verschillende Chinese dialecten te woord kan staan. Speciaal voor de Chinezen is de horeca-CAO in het Chinees uitgegeven.

Voor werknemers in de horeca is er een CAO-samenvatting in de vorm van een zeer leesbaar boekje. Deze en vele andere zaken worden gefinancierd uit de SFH-bijdrage. De sociale partners wijzen met klem op de noodzaak van de activiteiten die uit de fondsen worden betaald. ‘Het geld wordt goed besteed. We halen niet meer op dan nodig is’, zegt De Vries. Directeur Jeu Claes van KHN deelt die mening.

Premiespook
Het sociale fondsensysteem in de horeca werkt feilloos. De opgelegde premies zijn door middel van de CAO, die algemeen verbindend is verklaard, van toepassing op alle werkgevers en werknemers in de branche. De huidige Fondsen-CAO loopt nog tot 2006. En er is nauwelijks aan te ontkomen. Dat ondervond het Nederlands Horeca Gilde (inmiddels wél gedispenseerd). De club, die sociale fondsen onzin vindt, sloot een aantal jaren geleden een eigen CAO af en dacht verlost te zijn van het premiespook. Groot was de toorn toen bleek dat de leden nog voor jaren vast zouden zitten aan de sociale fondsen van KHN en de bonden.

Het Gilde voert onverminderd actie tegen de sociale fondsen en tegen de algemeen verbindend verklaring (avv) van de CAO. Alleen werkgevers en werknemers die zijn aangesloten bij een organisatie die CAO-onderhandelingen voert, zouden verplicht moeten zijn de afspraken van die CAO na te leven. Niet-georganiseerden of werkgevers en werknemers die bij een andere club zitten, zouden niet via een avv verplicht mogen worden om premie voor sociale fondsen te betalen. Tevergeefs heeft het Gilde proberen aan te tonen dat de avv van de horeca-CAO’s ongeldig is, omdat de KHN-leden, in de Gilde-optiek, niet de meerderheid van de alle werknemers in de branche zou vertegenwoordigen. Die meerderheid is nodig voor een avv. KHN, niet gespeend van enige arrogantie, zegt 65 procent van de werknemers te vertegenwoordigen en 72 procent van de loonsom, zijnde 3,3 miljard gulden.

Vage doelen
Het Gilde was jarenlang een roepende in de woestijn, maar het tij is gekeerd. VVD-Tweede-Kamerlid Geert Wilders heeft de zaak aangepakt en stelde kamervragen. Intussen heeft de Arbeidsinspectie het rapport Sociale Fondsen Financieel Bezien afgescheiden. Kortgeleden boog de commissie Sociale Zaken en Werkgelegenheid van de Tweede Kamer zich erover. De Arbeidsinspectie stelt vast dat 55 bedrijfstakken eind 1999 voor een bedrag van 1,7 miljard aan sociale fondsreserves op de balansen hadden staan.

De inspectie bekeek alle jaarrekeningen van 1999 van de fondsen en stelt dat ‘er geen oordeel te vellen is óf de lasten van de sociale fondsen passen binnen de doelstellingen van die fondsen’. Een merkwaardige verklaring voor een organisatie die geacht wordt toezicht te houden. De jaarrekeningen gaan stuk voor stuk vergezeld van een accountantsverklaring, maar ook uit die verklaring blijkt volgens de inspectie niet dat het geld op gaat aan de doelstellingen van de fondsen. Koren op de molen van kamerlid Wilders, die eigen onderzoek deed en vaststelt dat de branches hun sociale doelen te vaag hebben geformuleerd. Hij spreekt over ‘poldermist’ en wil meer transparantie.

De kritiek van Wilders, vertaald naar de horeca, houdt voor een deel stand. De FBI-jaarrekening geeft dan nog wel een aardig inzicht in de bestede gelden: subsidies voor leerbedrijven, kinderopvang en herintredingprojecten, maar de SFH-jaarrekening laat slechts zien dat het binnengekomen geld is doorgesluisd naar KHN, FNV, CNV en SVH. Over doelstellingen en besteding van het geld door sociale partners wordt niet gerept. Toch is dit het document op grond waarvan de Arbeidsinspectie moet bepalen of de uitgaven in overeenstemming zijn met doelstellingen van de fondsen. Uit de jaarrekeningen van KHN en de FNV Horecabond zijn de SFH-uitgaven moeilijk of niet te herleiden. Het enige houvast vormen de begrotingen die partijen bij het bestuur van de SFH indienen.

Minister Vermeend van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft inmiddels laten weten Wilders op een aantal punten tegemoet te willen komen. De avv blijft niettemin in stand. Er mogen dan wel nadelen aan kleven, Vermeend vindt dat we door de avv er in dit land niet slechter op zijn geworden. Wel zegt hij dat er meer helderheid moet komen in de doelstellingen van de fondsen en de verantwoording van de besteding van de gelden uit de sociale fondsen van de diverse bedrijfstakken. Daarbij gevoegd moet een uitgebreide accountantsverklaring worden geleverd. Kloppen de zaken niet dan kan hij de avv ongedaan maken.

Premies

In 2001 was de FBI-premie 0.62 procent van de loonsom (0,41 procent voor de werkgever en 0.21 procent voor de werknemer). De SFH-premie bedroeg 0.40 procent van de loonsom (werkgever en werknemer betalen elk 0.20 procent). KHN wil uiteindelijk de SFH-premie afbouwen naar 0.25 procent. Los van FBI- en SFH-premie betalen ondernemers en werknemer ook nog prepensioen- en pensioenpremie en een premie voor de vutovergangsregeling Sohor.